• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 8 pages
Summary

Samenvatting Cognitieve Psychologie | RUG | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 8 pages

College aantekeningen en benodigde stof uit het boek voor Cognitieve Psychologie (PSBA2-23) aan de Rijksuniversiteit Groningen, met uitwerking van alle colleges. De aantekeningen behandelen kernonderwerpen zoals bottom-up en top-down verwerking, visuele perceptie, de neurobiologische basis van gezichtsverwerking, en objectherkenning via de ventrale route. Met gedetailleerde uitleg van concepten als lateral inhibition, Gestalt-regels, diepteperceptie, en feature detection in deep neural networks. Ideaal ter voorbereiding op toetsen en voor het begrijpen van de fundamentele cognitieve processen die in deze cursus centraal staan. In jaar 25-26 geschreven.

Content preview

Cognitieve psychologie

College 1
Bottom-up: input die je krijgt en verwerkt
Top-down: info die je al weet en gebruikt

Mentale processen zouden alleen door introspectie bestudeerd kunnen worden, door jezelf heen.

Transcendental method (Kant): terug redeneren vanaf observatie en wat tot die observatie geleidt heeft. Hypothese
toetsen. Van effect naar oorzaak.

Pad naar cognitieve psychologie ->
Behaviorisme: observeren door objectieve data in respons op een stimuli. Probleem is dat mentale processen niet
meegenomen worden.
Mentale processen die onderliggend aan de oorzaak van gedrag liggen, moeten onderzocht worden.

Gestalt psychologie: niet stuk bij stuk maar als een geheel bestuderen.

Mind-body probleem ->
Dualisme: body en mind zijn twee verschillende entiteiten. Body is materialistisch, maar mind is niet fysisch.
Dual-aspect Monism: brain en mind zijn verschillende manifestaties van zelfde substantie, beide moeten onderzocht
worden.
Reductionisme: De hedendaagse opvatting dat cognitieve concepten uiteindelijk verklaard en vervangen zullen worden
door biologische gebeurtenissen.


College 2
Perceptie: interpretatie en organisatie van sensaties. Er wordt betekenis, en ervaring aan sensatie gegeven.
Veel verschillende soorten, dus waarom visual perceptie?
-> Groot gedeelte brein betrokken en we weten er veel van. Overtreft andere percepties.

Visuele pad -> stimulus van licht komt binnen via cornea, daarna via pupil, lens en fovea. Gaat door de retina door alle
lagen cellen en komt bij foto receptors. Komt bij cones (in fovea voor kleur informatie) en rods (in achterkant oog, in het
donker). In fovea kunnen we als enige plek zien met volle focus.
Blind spot: waar alle connecties het oog verlaten, geen ruimte voor receptoren.

Lateral inhibition: alle cellen willen buur cel inhiberen wanneer ze geactiveerd zijn. Om contrast te creëren.
Mach bands: illusie. Lijnen zien op grens tussen vlakken.
Een grijze stimuli heeft minder stimulatie dan een bright stimulus

Het optisch chiasma: de scheiding van het linker gezichtsveld en het rechter gezichtsveld.
Van V1 (waar alle visuele input binnenkomt). Het wordt daarna hiërarchisch en steeds gespecialiseerder.

Coding in visuele gebied. Neuronen zijn niet slim, maar detecteren features. Ze worden afgestemd op bepaalde stimilu
en gaan dan vuren. Tuning wordt steeds complexer. Leidt tot functionalisation van brein.

Het 'wat'-pad (ventral): tuning op objecten/gezichten. Nauw verbonden met de hippocampus voor memory.
Het 'waar'-pad (dorsal): Afstemming op beweging, richting, locatie. Geeft informatie aan de motorische cortex en het
oogbewegingssysteem.

Binding problem: informatie is verdeelt over cortex, naar hoe komt het samen?
Wat als twee objecten in zelfde receptive field vallen.
Gestalt regels: brein wacht niet om alles apart waar te nemen, maar neemt het als geheel waar.
Maar het is meer dan waarnemen, het gaan om het actief interpreteren. Brein neemt het meest waarschijnlijke waar.
Kennis verandert perceptie.

Diepte zien -> veel onbewuste inference
Binoculaire dispariteit: het verschil in beelden tussen de twee ogen
Afhankelijk van de afstand: dichterbij → groter verschil
Ook afhankelijk van de hoek tussen de ogen → proprioceptie
Propriocepton: de relatie tussen verschillende objecten

Monoculaire aanwijzingen (1 oog)
Andere manieren om diepte te bepalen. Aanwijzingen in het beeld
- Blokkeren, interpositie (& grootte)
- Lineair perspectief
- Textuurveranderingen
Onscherpe objecten vertellen ons waar een object zich bevindt en hoe ver het ervan verwijderd is.
Textuur verandert naarmate de afstand toeneemt

Aanwijzingen die we van beweging ontvangen:
Motion parallax: objecten die dichterbij zijn, bewegen meer dan objecten die verder weg zijn
Optische flow: het gezichtsveld verandert naarmate je beweegt, het 'verdwijnpunt' verandert niet zoals bij lineair
Perspectief

Oculomotor -> spieren in ogen
Convergence -> of object dichtbij is
Accomodation -> lens oog verandert om scherp te stellen

Ames' room werkt, omdat we dingen weten over de kamer, likely dat het recht is. En linear.

, Perspectief

Oculomotor -> spieren in ogen
Convergence -> of object dichtbij is
Accomodation -> lens oog verandert om scherp te stellen

Ames' room werkt, omdat we dingen weten over de kamer, likely dat het recht is. En linear.




College 3
De 'wat'/ ventrale route -> van visuele naar temporale kwab. Hiërarchisch netwerk met toenemende complexiteit.

Feedforward sweep: bottom-up. Van retina naar einde wat route. Snelle object herkenning. Onvoldoende voor volledige
visuele bewustwording.

Deep neural networks: getraind netwerk. Pixels laag voor laag herkennen. Hiërarchisch van klein naar groot.
Vergelijkbaar met de wat route.

Belang van context voor herkennen woorden ->
- Woord frequentie: of een woord vaker voorkomt in een taal
- Priming: of je woord eerder gezien hebt
- Of deel uitmaakt van een woord: binnen een woord zijn letters makkelijker te onthouden dan los => word-
superiority effect
- Well-formedness: of het typische letters heeft in woordvorm

Feature net ->
Woord
Bigram layer
Letter
Features (streepjes/boogjes)

Sommige 'nodes' (knooppunten) makkelijker te activeren.
Bigram layer: letter combinaties die vaker voorkomen. In woord 'clock' bijvoorbeeld cl en lo en ck. Kan herkenning
van woorden errors verklaren. Context activeert hogere lagen die dan weer onderliggende detectoren versterken.

Connectionism ->
Interactive activation model: door activatie ene (bijvoorbeeld -) wordt andere geïnhibeerd (letter n is niet meer
mogelijk). Top-down proces komt erbij, want gaat om wat je al weet. McClelland en Rumelhart.

Structurele desctription theorieën ->
- Recognition by components theory: objecten zijn hiërarchische combinatie van simpele vormen (geons). De
combinatie van die geons maakt herkennen mogelijk. Kunnen vanaf meeste viewpoints herkent worden, behlave
accidental viewpoint.
Wanneer geon herkent is, wordt object vaak herkent ondanks afleiding.
- Structurele theorieën verklaren niet hoe objecten met zelfde geons herkent worden en specifieke objecten. Ook
hebben sommige objecten geen identifiable geons.
View-based theories ->
2D zicht. Herkenning zou niet altijd kijkpunt onafhankelijk zijn, bij minder bekende objecten is het viewpoint afhankelijk.
Bij bekende objecten is viewpoint onafhankelijk.

Grandmother cel: hypothetische neuron die op 1 specifieke stimulus reageert.
Jennifer Aniston cel: hoge specifieke cel die alleen op haar reageert.
Halle Berry cel: reageert op haar, maar ook vermomd en alleen haar naam -> concept cel.
Maar deze cellen lagen in memory gedeelte en niet in visual.

Gezichten worden hollistisch benadert. Als een geheel in de fusiforme face area. Prosopagnosia: gezichten niet kunnen
herkennen.
Inversion effect: op de kop zijn gezichten moeilijker te herkennen, verstoort hollistisch beanderen.

Kanwisher: FFA is een gebied gespecialiseerd voor gezichten. Biologisch bepaald.
Gauthier: FFA is een gebied gerekruteerd door expertise die individuele objecten als geheel waarnemen omdat ze
gedeelde delen hebben.


College 4
Aandacht ->
Limiteerde capaciteit, dus selecteren van bronnen waar je op wil focussen terwijl anderen onderdrukt worden.

Sustaining attention: control functions.

External (exogenous) aandacht: bottom-up
Internal (endogeneous) aandacht: top-down. Taak opdrachten
Default mode network -> actief bij interne taken, zoals dagdromen of plannen.

Limits selective attention ->
Change Blindness: door te tijd heen veranderingen. We denken dat we veel visuele wereld waarnemen, maar werkelijk
maar selectieve aandacht net genoeg om acties te doen.

Connected book
 image
Publisher: 2010 ISBN: 9780393118407 Edition: Unknown

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 22, 2026
Number of pages
8
Written in
2026/2027
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
4
Followers
0
Items
7
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions