,Casus: Sophie
CGO
Visies op gezondheid
De medische visie legt nadruk op ziekte en afwijkingen. De biologische visie kijkt
naar evenwicht in het lichaam, de psychologische naar het bereiken van
persoonlijke doelen en de sociale naar functioneren in relaties en maatschappij.
Betekenis voor de verpleegkundige praktijk. Vraag niet alleen welke diagnose
iemand heeft, maar ook wat iemand belangrijk vindt en wat dagelijkse activiteiten
belemmert.
Verpleegkundig redeneren. De medische visie legt nadruk op ziekte en
afwijkingen. De biologische visie kijkt naar evenwicht in het lichaam, de
psychologische naar het bereiken van persoonlijke doelen en de sociale naar
functioneren in relaties en maatschappij. Koppel de informatie aan de hulpvraag
en aan wat de zorgvrager zelf als belangrijk ervaart.
Onderscheid een medische aandoening van een verpleegkundig probleem en
voorkom dat een veronderstelling zonder observatie als feit wordt genoteerd.
Toepassing. Vraag niet alleen welke diagnose iemand heeft, maar ook wat
iemand belangrijk vindt en wat dagelijkse activiteiten belemmert. Formuleer een
concreet doel, benoem een passende interventie en geef aan hoe je evalueert of
het doel is bereikt. Betrek de zorgvrager bij keuzes en controleer of de uitleg
begrepen is.
Positieve gezondheid
Positieve gezondheid gaat over omgaan met lichamelijke, emotionele en sociale
uitdagingen en eigen regie. De zes dimensies zijn lichaamsfuncties, mentaal
welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren.
Betekenis voor de verpleegkundige praktijk. Een cliënt kan ondanks chronische
ziekte een goede ervaren gezondheid hebben doordat zij kan deelnemen aan
activiteiten die ertoe doen.
Verpleegkundig redeneren. Positieve gezondheid gaat over omgaan met
lichamelijke, emotionele en sociale uitdagingen en eigen regie. De zes dimensies
zijn lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven,
meedoen en dagelijks functioneren.
,Koppel de informatie aan de hulpvraag en aan wat de zorgvrager zelf als
belangrijk ervaart.
Onderscheid een medische aandoening van een verpleegkundig probleem en
voorkom dat
, een veronderstelling zonder observatie als feit wordt genoteerd.
Toepassing. Een cliënt kan ondanks chronische ziekte een goede ervaren
gezondheid hebben doordat zij kan deelnemen aan activiteiten die ertoe doen.
Formuleer een concreet doel, benoem een passende interventie en geef aan hoe
je evalueert of het doel is bereikt.
Betrek de zorgvrager bij keuzes en controleer of de uitleg begrepen is.
ICF-model
De ICF beschrijft functioneren vanuit lichaamsfuncties en anatomie, activiteiten,
participatie, omgevingsfactoren en persoonlijke factoren.
Betekenis voor de verpleegkundige praktijk. Een beperking in lopen is niet
hetzelfde als een beperking in meedoen; een traplift of steun uit het netwerk kan
participatie verbeteren.
Mechanisme en samenhang. De ICF beschrijft functioneren vanuit
lichaamsfuncties en anatomie, activiteiten, participatie, omgevingsfactoren en
persoonlijke factoren. Bij het bestuderen van dit mechanisme is de volgorde van
belang: welke structuur is betrokken, welke normale functie heeft deze, en hoe
leidt een verstoring daarvan tot de beschreven verschijnselen? Maak
onderscheid tussen oorzaak, fysiologisch proces en klinisch gevolg.
Klinische vertaling. Een beperking in lopen is niet hetzelfde als een beperking in
meedoen; een traplift of steun uit het netwerk kan participatie verbeteren. Leg bij
een casus uit welke observaties het mechanisme ondersteunen, welke
aanvullende gegevens nodig zijn en welke bevindingen directe beoordeling door
een bevoegde zorgprofessional vragen.