Nora Lemmens, 1466542
Inhoudsopgave
Hoorcolleges.......................................................................................................................... 1
HC01 Introductie................................................................................................................ 1
HC02 Oncologie I............................................................................................................... 2
HC03 Oncologie II.............................................................................................................. 7
HC04 Shock..................................................................................................................... 10
HC05 Introductie antibiotica............................................................................................. 13
HC06 Pathologie van multisystemische aandoeningen................................................... 14
HC07 Auto-immune aandoeningen.................................................................................. 16
HC08 Systemische infectieziekten................................................................................... 18
HC09 Antiparasitica..........................................................................................................22
E-modules / MTE’s............................................................................................................... 25
MTE 1 Basis van antibiotica............................................................................................. 25
MTE 2 Antibiotica I........................................................................................................... 27
MTE 3 Antibiotica II.......................................................................................................... 30
Ziekteleer.............................................................................................................................. 33
Infectieuze systeemziekten.............................................................................................. 33
Immuungemedieerde systeemziekten..............................................................................52
Cardiovasculaire shock.................................................................................................... 53
Systemische effecten van neoplasieën............................................................................ 63
Intoxicaties....................................................................................................................... 65
,Hoorcolleges
HC01 Introductie
- Casus: Chica, vrouwelijk gesteriliseerde Rottweiler kruising
van ca. 5 jaar, vorig jaar uit Spanje geïmporteerd.
● BCS 3/9 en blijft mager
● Wisselende kreupelheid
● Afwijkingen aan huid, oren en ogen
- Lichamelijk onderzoek:
● slechte bespiering
● veranderingen aan ogen en oogleden
○ verdikte oogleden, mogelijke uveïtis
● huidveranderingen
○ vooral rond ogen, oorranden, neusrug
○ schilfering en kaalheid
● bleke slijmvliezen
● licht vergrote lymfeknopen
● overvulde gewrichten (vooral carpi en knieën)
● splenomegalie
- Bloedonderzoek liet het volgende zien:
● anemie
● leukocytose, trombocytopenie
● hyperproteïnemie
● hypoalbuminemie
- Urineonderzoek laat het volgende zien:
● laag s.g. (hyposthenurie)
● eiwit positief met hoge eiwit:creatinine ratio
- Een DNAB uit een lymfeknoop laat Leishmania infectie zien in
macrofagen. Chronische infectie zorgt voor:
● imm. glomerulonefritis met proteïnurie en nierfalen
● imm. polyarthritis
● dermatitis/blefaritis
● uveïtis
- Over Leishmania:
● overdracht door zandvliegjes
● niet aanwezig in NL (maar klimaatverandering)
● diagnostiek met SNAP-test, PCR en microscopie
● incubatietijd van weken tot jaren
● zeer verschillende symptomen (o.a. diarree, bloedneus, vermagering,
polydipsie, zwarte ontlasting, kreupelheid, rhinitis, splenomegalie, etc.)
- Diagnostiek van Leishmania:
1. serologie → relatie met klinische klachten is onzeker, meestal ELISA
2. PCR → toont latente infectie aan, geen relatie met klachten
3. cytologie → toot aanwezigheid van parasiet aan
- Therapie zorgt niet voor genezing, maar zorgt voor het onder controle brengen van
de infectie. Het zorgt meestal voor een overleving tot ca. 4 jaar.
- Azotemie en proteïnurie zijn slechte voorspellers voor de prognose.
1
,HC02 Oncologie I
- Kanker kan een systemische ziekte zijn, want:
1. uitzaaiing van primaire tumor
2. paraneoplastische syndromen
3. tumoren met multifocale verspreiding (hematopoëtische neoplasie)
- Metastase → uitzaaiing, verspreiding van een primaire tumor naar ander weefsel
- Hemangiosarcoom → neoplasie van de bloedvatwand, ontstaat voornamelijk in
goed doorbloedde organen (o.a. milt), metastaseert gemakkelijk.
● voorkeurslocatie voor metastase: rechter aurikel (hartoortje), zie afbeelding
- Carcinoom in situ → neoplasie uitgaande van epitheelcellen, die nog niet door het
basaalmembraan heen is gegaan, niet in contact met de bloedbaan.
- Ontstaan van metastasering:
1. aanwezigheid van carcinoom in situ
2. verandering in tumor zorgt voor verzwakking van stroma, zoals:
● Epitheliale Mesenchymale Transitie (EMT) → epitheliale celtype
veranderd in een mesenchymale celtype
● basaalmembraan wordt afgebroken
3. tumorcellen krijgen mogelijkheid tot beweging
4. binnendringen van een bloedvat (gaat vaak fout, afweer herkent tumorcel)
5. tumor is succesvol → mesenchymaal celtype weer epitheliaal → metastase
- Stagering → vaststellen hoe uitgebreid kanker is, met gebruik van TNM-systeem bij
solide tumoren (bindweefsel, epitheel, etc.) en aparte stagering voor
hematopoëtische tumoren, meestal in vier stadia.
● T - tumor
○ T1: <1 cm
○ T2: 1-2 cm
○ T3: >2 cm
● N - nodulus (lymfeknoop)
○ N0: negatief
○ N1: positief
● M - metastase
○ M0: géén
○ M1: metastasen op afstand
- Stadium IV is iedere T en N, maar altijd met metastasering op afstand.
- Doel stagering: prognostische waarde en/of therapeutisch doel.
● hoe groter de tumor, hoe lager de overlevingskans → nooit afwachten en
kijken of een tumor groeit (!)
2
, - Stagering van hematopoëtische tumoren:
1. één enkele lymfeknoop / lymfoïd orgaan
2. > 1 lymfeknoop in één regio (+/- tonsillen)
3. > 1 lymfeknoop, > 1 regio
4. + lever en/of milt
5. + bloed en/of beenmerg
- Paraneoplastisch syndroom (PNS) → effecten van een tumor die niet het gevolg
zijn van de tumor als ruimte innemend proces.
● indirect effect door productie en afgifte van biologisch actieve stoffen
● niet gerelateerd aan grootte of locatie van de primaire tumor of metastase
● kunnen symptomen geven voordat tumor zelf gevonden wordt
- Casus: Wodan, mannelijk gecastreerde Rottweiler van 9 jaar oud.
● sterk afgenomen eetlust (vermagering van ca. 4 kg / 10%) en
stijve gang sinds 3 weken
● lichamelijk onderzoek:
○ bleek-roze slijmvliezen
○ vergrote Lnn. prescapulares en poplitea
○ soms onregelmatige pols
○ pijnlijke voorpoten, droge gewrichten
● bloedonderzoek + urineonderzoek:
○ anemie, géén ijzergebrek
○ verlaagde reticulocytenaantal
● ECG:
○ PVES (premature ventriculaire extrasystole)
● DNAB cytologie:
○ lymfeknoop: normale, reactieve lymfeknopen
○ synovia: normaal
● röntgenfoto:
○ hypertrofische osteopathie (periostale reactie) → ziekte van
Marie-Bambergen
○ vergrote prostaat met calcificatie, vergrote lymfeknopen onder
wervelkolom, grote blaas
- Ziekte van Marie-Bambergen → progressieve, bilaterale, symmetrische
zwelling van de distale ledematen door een periostale reactie.
● geassocieerd met (grote) neoplastische of infectieuze processen in
thorax of abdomen
● mechanisme onbekend, wss. door toegenomen perifere doorbloeding
3