1. Lipiden in het bredere metabolische plaatje
a. Lipiden vervullen belangrijke fysiologische functies
Functies vetzuren (belangrijkste bestanddelen van lipiden) :
Zijn brandstofmoleculen die kunnen worden geoxideerd om ATP te genereren
Opgeslagen als triacylglycerolen (TAG)
Zijn bouwstenen van de membraanlipiden (fosfolipiden, glycolipiden)
Veel eiwitten worden gemodificeerd door de covalente binding van vetzuren,
waardoor de eiwitten naar membraanlocaties worden getransporteerd
Vetzuurderivaten dienen als hormonen en intracellulaire boodschappers
b. De vertering, mobilisatie & transport van lipiden vereist de
werking van lipoproteïnen
• Lipiden zijn onoplosbaar in een waterige omgeving gespecialiseerd transport
In bloedplasma getransporteerd als plasmalipoproteïnen
Apolipoproteïnen sturen lipoproteïnen naar specifieke weefsels of rekruteren
specifieke enzymen
• Verschillende combinaties van lipiden en eiwitten produceren lipoproteïnedeeltjes met
verschillende dichtheden
Meeste voedingslipiden ingenomen in de vorm van triacylglycerolen
Eerst van onoplosbare macroscopische vetdeeltjes omgezet in fijn verspreide
microscopische micellen om te worden opgenomen
Galzouten = moleculen met hydrofobe & hydrofiele eigenschappen, werken als
detergenten, zetten voedingsvetten om in gemengde micellen van galzouten en
triacylglycerolen
o Binnen de micellen zijn triacylglycerolen toegankelijk voor lipasen (door
alvleesklier afgescheiden)
TAG + H2O → DAG + FA
DAG + H2O → MAG + FA
• Vetzuren (FA) en monoacylglycerolen (MAG) diffunderen in het darmslijmvlies
opnieuw omgezet in TAG en verpakt in chylomicronen
Chylomicronen gaan terug naar darmlumen verder in het maag-darmkanaal
naar het lymfestelsel getransporteerd
o Migreren verder naar bloedbaan en worden getransporteerd naar het
spierweefsel , vetweefsel en lacterend borstweefsel
Apolipoproteïnen van chylomicronen herkend door lipoproteïnelipase
TAG + H2O → DAG + FA
DAG + H2O → MAG + FA
MAG + H2O → glycerol + FA
De 'lege' chylomicronen keren terug naar de lever afgebroken in lysosomen
1
,Exogene route => transport van voedingslipiden
Endogene route => als dieet meer cholesterol en vetzuren bevat dan nodig is als
brandstof of als voorloper van andere moleculen
Overtollige vetzuren opgenomen in de lever en verpakt in VLDL's (Very Low-
Density Lipoprotein)
VLDL's herkend door het vetweefsel
o De TAG uit de VLDL's vetzuren + glycerol door lipoproteïne lipase
o Vetzuren en glycerol worden door de vetcellen in het doelweefsel
opgenomen via specifieke transporters
o Vetzuren en glycerol worden opnieuw veresterd tot TAG's en worden
opgeslagen als lipidedruppeltjes
Door het verlies van TAG worden VLDL's omgezet in LDL's
LDL's transporteren cholesterol naar weefsels buiten de lever, die LDL-receptoren
bevatten
Overtollige LDL's terug naar de lever – gerecycled
Overtollig cholesterol in de bloedbaan en weefsels opgenomen door HDL's
o HDL's met laag cholesterolgehalte gevormd in en afgescheiden door de
lever
o HDL's met hoog cholesterolgehalte terug naar de lever geven hun
cholesterol af aan de scavengerreceptor SR-BI
o Overtollig cholesterol in de lever omgezet in galzouten
2
, c. De afbraak & synthese van vetzuren weerspiegelen elkaar
chemisch gezien…
• Meeste organismen kunnen vetzuren en lipiden afbreken en synthetiseren
In eukaryote cellen:
Vetzuuroxidatie: mitochondriën
Vetzuurbiosynthese: cytoplasma +
ER
2. Vetzuurkatabolisme
a. Vetzuuroxidatie vindt
plaats in 3 fasen
Zie cellulaire ademhaling H7
b. Vetzuren zijn geactiveerd & getransporteerd naar mitochondriën
3