Waarom vinden we criminaliteitspreventie zo belangrijk?
‘we’ = burgers, overheid en criminologen
Veranderende rol van het strafrecht
- Straf - gericht op leedtoevoeging
- Maatregel - gericht op voorkomen van gelegenheid, zodat dader dit niet meer zal doen
- Functies van strafrecht:
Normatieve of codificerende functie – maatschappelijke opvattingen veranderen
(informele definitie criminaliteit), dan veranderd de wet (strafrecht veranderd)
Vermaatschappelijking van het strafrecht (criminalisering en
decriminalisering)
Instrumentele functie – juridische definitie criminaliteit is leidend (wet wordt
aangepast), in de hoop dat de maatschappelijke opvattingen hierover veranderen
Preventie door repressie (strafrecht is middel om gedrag te veranderen, door
opleggen straffen probeert overheid criminaliteit te voorkomen) --> klassieke
school
- Gat tussen verwachting strafrecht en prestatie (verwachting dat criminaliteit verdwijnt)
Oplossingen:
Efficiëntie: bedrijfsmatiger strafrecht – strafrecht moet sneller en efficiënter
werken, een beetje zoals een bedrijf
Risicomanagement – niet alleen reageren op criminaliteit, maar ook risico’s
proberen te voorspellen en te voorkomen
Responsabilisering – andere partijen in samenleving (anders dan politie en
justitie) mede verantwoordelijk maken voor bestrijden criminaliteit
Preventie als risicomanagement
- Preventie: voorkomen beter dan genezen
Common sense – maatregelen die logisch lijken om criminaliteit te voorkomen (bijv.
fiets op slot zetten)
Consequentie etiologische theorieën (p.196) – op basis van etiologische theorieën
proberen te verklaren waarom mensen criminaliteit plegen
Evidence based crime prevention – preventiemaatregelen gebaseerd op
wetenschappelijk onderzoek
- Risicojustitie, actuarial justice
Preventief ingrijpen, opsluiten van burgers op basis risicokenmerken verkregen via
wetenschappelijk onderzoek, niet wachten tot plegen van criminaliteit --> etnisch
profileren?
Bijvoorbeeld ISD-maatregel (geen straf, maar risico’s beheersing maatregel)
Kanttekeningen
Betrouwbaarheid en validiteit (voorspelling, kan niet kloppen) – vals positief
(iemand als gevaar gezien terwijl die persoon geen nieuw delict zou plegen)
en vals negatief (iemand als laag risico gezien terwijl die persoon later toch
een delict pleegt)
Stigmatisering – mensen kunnen label krijgen en anders behandeld worden
Schuld als basis interventie?