,Hoofdstuk 1: politiek en politieke wetenschap
1.1 Politiek
Definitie: alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving
Oorsprong: Griekse ‘politika’ = zaken die met de polis (= stedelijke samenleving bij de oude
Grieken) te maken hebben
Definitie volgens Aristoteles: mens = ‘zoön politikon’ = sociaal wezen dat van nature met
andere samenleeft
Voorbeeld, een fietsclub:
Elke week is één van de leden verantwoordelijk voor het uitstippelen van een route
Deze routes zijn vaak vertrouwde rustige wegen
Probleem: er sluiten zich steeds meer jongeren aan bij de groep die moeilijke wegen kiezen
Andere leden vinden dat helemaal niet leuk => er ontstaan ruzies = slechte sfeer
Waarom heeft dit voorbeeld te maken met politiek?
Politiek = sturen van samenleving -> (geschreven) regels nodig => hier zal onenigheid over
ontstaan = voorbeeld fietsclub
Conclusie: politiek betekent dus ook omgaan met verschillen en conflicten
1.2 Variaties in politiek
In alle verenigingen, organisaties treffen we politiek aan
Voorbeeld: in veel bedrijven gelden veiligheidsregels zoals verplicht een helm dragen
1.2.1 Politiek en territorium (soorten samenleving)
Lid van territorium (bv een provincie):
Aan grondgebied verbonden = vele omvattender + dwingender (wil je ze verlaten moet je
verhuizen) => kom je ergens terecht waar nieuwe regels gelden
Lid van een vereniging (bv de scouts):
Je doet een aantal activiteiten samen = vrijwillig -> je kunt ze makkelijk verlaten
1.2.2 De verschuivende culturele grenzen van de politiek
1) Reikwijdte van de politiek:
19de eeuw: politiek = een erg beperkte aangelegenheid
2
, Verantwoordelijk voor: bescherming grenzen + zorgden dat burgers belastingen
betaalde = gecontroleerd door rechtbanken en politie
20ste eeuw ±: vraag naar nieuwe zaken door de staat te laten regelen -> onder andere door
de arbeidsbeweging
Sociale rechten (zoals onderwijs of huisvestiging) waren ook belangrijk
Maar overheid was ook nodig op vlak van: cultuur, openbaar vervoer, sociale
zekerheid, abortus, dierenrechten…
Conclusie: vanuit de samenleving worden constant nieuwe vragen geformuleerd voor een
regulerend optreden door het politiek systeem (bv invoering autogordel)
2) Evolutie in politieke cultuur:
Onderscheid tussen privé en publiek -> discussie over waar de grens ligt
Voorbeeld seksuele relaties:
= behoren eigenlijk tot de privésfeer
Is er dwang in deze relatie = aanraking met politieke regels die dat verbieden
Vroeger was dit niet het geval -> door vrouwenbeweging is overheid zich gaan bemoeien met
partnergeweld
Voorbeeld alcoholconsumptie Noorwegen:
Geen vrije verkoop in Noorwegen -> enkel door overheid verkocht aan hoge prijzen
In andere landen zouden mensen hier zwaar tegen zijn
1.2.3 De vormen en structuren van de politiek
Vormen: zeer verschillend
Keuzes worden gemaakt = verschillen bv van land tot land
Regimes: de grote principes van het functioneren van een samenleving
Democratische en autoritaire regimes:
Democratisch = macht is tijdelijk en verspreid over versch. groepen
Volk kiest volksvertegenwoordigers
Principes zoals vrije meningsuiting
Autoritair: basisrechten (vrije mening, recht op vereniging) niet gerespecteerd
Unitaire – en federale staten:
Unitair = bestuurd vanuit deelstaten
Federaal = bestuurd vanuit één punt
Variatie in instelling en procedures: Bv verkiezingen kunnen op versch. manieren
georganiseerd worden
3
,1.3 Politieke wetenschap
= bestudeert en analyseert de politiek (bv politieke gebeurtenissen en instellingen)
Politieke wetenschappers zijn niet de enige die dit besturen
Journalisten vertellen dagelijks over politiek (bv door verslagen te maken van
debatten)
Kunstenaars: vb William Golding vertelt in zijn boek ‘Lord of the Flies’ hoe gezag en
macht ontstaan in een samenleving
Verschillende regels voor politieke wetenschappers:
1. Intellectuele distantie
Politieke wetenschapper -> moet een zekere afstand bewaren, niet zeggen hoe het moet en
hoe niet
Volkomen afstandelijk en neutraal zijn is echter niet mogelijk
Ook moet hij onderwerpen bestuderen die betrekking hebben op zijn samenleving en tijd
Na de aanslagen op de Twin Towers werd er vooral gefocust op de oorzaken en
gevolgen van terrorisme
Conclusie: politicologen doen verslag aan samenleving van wetsch. onderzoek
2. Wetenschappelijke methode
= heel breed en complex
Samengevat: veel en bewust verzamelde waarnemingen en een zorgvuldige en bewuste
keuze van onderzoekstechnieken
3. Systematiek
Politicoloog moet info verzamelen over verschijnselen -> inzicht + eventueel proberen aan te
duiden dat een verschijnsel deel uitmaakt van een brede categorie
4. Kwantitatieve en kwalitatieve benaderingen
Bewuste keuze maken uit methoden en technieken (kwantitatief of kwalitatief onderzoek)
Er is geen superieure onderzoeksmethode
5. Openheid
= altijd zeggen wat je doet en waarom je het doet
Dus zo objectief mogelijk analyseren om zo tot een meer algemene uitspraak over de
werkelijkheid te doen
4
,1.4 De instrumenten van de politieke wetenschap
= hulpmiddelen om politieke gebeurtenissen te ontleden en te classificeren
1.4.1 Concepten
= een verschijnsel dat benoemd wordt met de bedoeling het precies te kunnen afbakenen
Manier om naar politieke gebeurtenissen te kijken en erover te spreken
Gender versus geslacht:
Geslacht: biologische verschil tussen mannen en vrouwen
Gender: verwijst naar de wijze waarop geslachtsrolpatronen bestaan in een samenleving
Verschilt dus in tijd en plaats
Polyarchie volgens Robert Dahl:
Een soort van democratie met duidelijke voorwaarden (een ideaaltype)
1.4.2 Modellen
= voorstelling van de realiteit (niet zomaar een reproductie)
Voorbeeld: een wegekaart is een bijzonder handig instrument
Maar = gigantische reductie van de complexiteit van de werkelijkheid + hanteert
codes (bv bepaalde weglijnen) die niks met de werkelijkheid te maken hebben
Wegenkaart = model, een zekere voorstelling
Politieke kringloop volgens David Easton:
1. Eisen: vragen vanuit individuen i.v.m. een politiek
oplossing (verwachtingen)
Kunnen te talrijk zijn (volume overload)
Kunnen te gevarieerd zijn (content overload)
2. Steun: uitingen van vertrouwen in systeem =
meestal passief (bv volgen van verkeersregels), actief is bv door te betogen
Geen of weinig steun in politiek systeem = moeilijk om wetten te laten naleven
3. Gatekeepers of sluiswachters: reguleren de politieke eisen (bv een politieke partij) =
bundelen eisen tot algemene principes
4. Terugkoppeling en beslissingen:
Eis volledig ingewilligd -> eventueel nieuwe eisen
Eis niet ingewilligd -> herhaald of afnemen steun politieke systeem
Hebben sowieso invloed op het begin van de kringloop
5
,1.4.3 Theorieën
= concreter dan concept of model, geeft aan hoe politieke verschijnselen in verband met
elkaar staan
Resultaat van waarnemingen en onderzoek + sturen onderzoek
Voorbeeld: theorieën over stemgedrag van burgers
Vroeger dacht men dat de sociale klasse de grootste invloed had op het stemgedrag
6
,Hoofdstuk 2: staat en macht
1. Wat is macht?
Socioloog Talcott Parsons zegt dat er 2 aspecten zijn:
1. In politieke gemeenschap zaken realiseren + ons samenleven organiseren -> hierbij
worden versch. machtsuitoefeningen gebruikt
Voorbeelden: afdwingen van regels, verwijzen naar gewoontes, gebruik fysiek geweld
2. Wanneer en onder welke omstandigheden is de uitoefening van macht aanvaard?
Voorbeeld: de staat die macht uitoefent
Regels = bindend (moeten opgelegd kunnen worden)
Bij niet-naleving zijn er consequenties (sancties), vb verliezen lidmaatschap
Er wordt dus macht uitgeoefend, hoe aan macht ontsnappen?
1) Niet statelijke systemen (universitaire gemeenschap): je schrijft je uit en sluit je eventueel
aan bij een andere
2) Statelijke systemen: je kan de staat wel verlaten, maar dan kom je sowieso in een andere
terecht
Burgerlijke ongehoorzaamheid:
= individuele burgers of groepen verzetten zich tegen aantal regels
Voorbeeld: jongeren in navolging van Greta Thunberg spijbelen voor het klimaat en eisen een
beter klimaatbeleid
3 kenmerken:
1. Vorm van protest, fundamenteel onrecht aanklagen
2. Op een civiele manier (geen geweld + waarom? toegelicht aan bestuur, media)
3. Deelnemers aanvaarden wettelijke gevolgen van hun handelingen
=> Komt echter niet zo vaak voor, meestal houd het overgrote deel van de burgers zich aan
de regels
Wat is gezag en macht volgens Weber?
Macht = de mogelijkheid die iemand heeft om zijn wil op te leggen aan andere zelfs tegen
hun weerstand in
Onderscheid tussen power (=macht als abstract vermogen) en force (= een concrete
waarneembare daad)
7
,Gezag = machtsuitoefening die aanvaard wordt, die als legitiem gezien wordt
3 vormen:
1. Traditioneel gezag: respect voor tradities en gewoontes
2. Charismatisch gezag: berust op persoonlijkheid machthebber (bijzondere eigsch.)
3. Rationeel-legalistisch gezag: respect voor regels (in moderne samenleving ! + kan
geïnstitutionaliseerd worden)
___
Wanneer macht en gezag aanvaard worden ≠ iedereen vindt dat de regels juist of
rechtvaardig zijn
Varieert binnen samenleving, evolueert doorheen tijd
2. Hoe macht meten?
Onderzocht in power debate in jaren 70 en door Robert Dahl
Gelijkenissen Dahl en Weber:
1. Definitie macht: mogelijkheid/vermogen van actor A om actor B een handeling te laten
verrichten die hij anders niet zou doen
2. Conflict, observeerbaar gedrag: zou actor B iets anders hebben gedaan als er geen
machtsuitoefening was door actor A
Voorbeeld: niemand betaalt vrijwillig belastingen als de staat dit niet oplegde -> niet
altijd zo simpel
Onderscheid tussen zichtbare – en onzichtbare macht:
1. Zichtbare macht (zie Dahl)
2. Onzichtbare macht = zonder te weten wie of wat ervoor zorgt dat persoon x bepaalde
handelingen niet kan verrichten
Grootste kritiek op theorie van Dahl
Bachrach en Baratz: onderzochten waarom sommige zaken systematisch van de politieke
agenda werden gehaald (=non decision making)
Zaken van de politieke agenda halen = vorm van macht, besluitvorming wordt
beperkt tot thema’s die veilig/vertrouwd aanvoelen
Steven Lukes, macht werkt op diffuse manier: macht die niet te herleiden is tot concrete
actoren maar ontstaat door de manier waarop het politieke systeem is georganiseerd
Wijst op latente conflicten (=conflicten die onder de radar blijven)
8