Nature -> instinct, talent, groei, temperament en drift
Vooral 1e helft van de 20e eeuw
Nurture -> opvoeding, vaardigheid, kennis en ervaring
Vooral 2e helft 20e eeuw
Sigmund Freud (1856 – 1939)
Hoewel Freuds psychoanalyse in onze tijd niet meer zo’n grote ril speelt, is
zijn invloed op de psychologie en psychiatrie tot de jaren zestig van de 20e
eeuw enorm geweest. Toen hij zijn psychoseksuele ontwikkelingstheorie
eind negentiende eeuw presenteerde en daarbij veronderstelde dat jonge
kinderen over zoiets als ‘seksuele energie’ beschikken, was dit in het
preutse Victoriaanse tijdperk heel vernieuwend en gedurfd. Ook is hij de
eerste geweest die verschillende ontwikkelingsfase van het kind en
jongere heeft onderscheiden.
Freud zag de mens als een vat vol driften, met name seksuele driften. Hij
noemt dit het Es, in het Latijns ID genoemd.
Het Es (ID) heeft één belangrijk doel, namelijk de driften zo snel mogelijk
bevredigen.
Bij een pasgeboren baby wordt alles door ES bepaald. Eten, slapen,
poepen, plassen omdat hij daar behoeften aan heeft.
Uit confrontatie met de omgeving ontstaat het Ich (ego). Het Ich vormt het
realistische element in de persoonlijkheid.
Uber – Ich ( super ego), vergelijken met geweten of onze morele
standaard. Schuld en schaamte zijn uitingen van het Uber – Ich.
Es en Uber- ich hebben dus tegenstrijdige belangen en het Ich treedt als
een bemiddelaar tussen de twee op.
Het begint allemaal met de seksuele energie – libido genaamd- van het Es.
Deze is bij de geboorte aanwezig en richt zich in de opeenvolgende
leeftijdsfasen op. Verschillende ‘zones’ van het lichaam. Dit noemen wij
erogene zones.
Freud deelde de kinder- en jeugdjaren in volgens vijf psychoseksuele
stadia, waarvan de naam naar de zone verwijst die het kind in die fase
lustgevoelens geeft en waar de seksuele energie zich op richt:
, 1. Orale fase ( 0- 1 jaar)
2. Anale fase (1- 3 jaar)
3. Fallische fase (3- 6 jaar)
4. Latentiefase (6-12 jaar)
5. Genitale fase (na 12 jaar)
Freud stelde dat wanneer een bepaalde fase niet goed verliep,
bijvoorbeeld omdat de bevrediging van lustgevoelens in die periode te
veel gefrustreerd werd, het individu als volwassene problemen zou
ondervinden die nog altijd de fase weerspiegelde waarin ze ontstaan
waren. Hij sprak dan van fixatie.