SPRAAKKLANKSTOORNISSEN
DE NORMALE ONTWIKKELING VAN DE SPRAAK
HET SCHEMA VAN LEVELT (3 DELEN)
1. Nadat er een
boodschap/ spraak werd gevormd (CONCEPTUALISEREN) vormt het kind een preverbale
boodschap
2. PREVERBALE BOODSCHAP: Het kind wil blok zeggen
3. De boodschap wordt naar de FORMULATOR gestuurd = grammaticale en fonologische
codering
Alle klanken worden fonologisch geordend + morfologie + syntaxis
4. In het LEXICON zijn zowel woordbetekenissen als woordvormen opgeslagen = opslag van
woorden
Het lexicon haalt informatie
uit de omgeving / uit wat het kind zelf zegt
Belangrijk onderdeel in de fonologische ontwikkeling en therapie
Wooren die foutief zijn opgeslagen in het lexicon door dialect invloeden (skool ipv school)
5. In de volgende stap, de MOTORISCHE PLANNING, worden de articulatorische doelen bepaald
Doelen worden bepaalt = Waar staat tong, hoe moeten lippen staan
6. MOTORISCHE PROGRAMMERING van de spraak
Planning van opeenvolgende bewegingen van anatomische structuren die we nodig hebben bij
spraak
7. Het kind zegt blok = SPRAAK
Tegelijkertijd: somatosensorische verwerking = kind voelt hoe de articulatoren staan (tong –
lippen – kaken)
1
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD Spraak- en taalontwikkelingsstoornissen – Spraakpathologie
8. De klank/klankreeks (woord) wordt door het kind opgevangen: AUDITIEVE WAARNEMING
9. Luisteren en analyseren van de eigen spraak: komt het woord dat gezegd is overeen met het
woord dat in het lexicon is opgeslagen? = FEEDBACK fout geproduceerd kind corrigeerd
uitspraak
10. De ontlede spraak wordt meegenomen naar een volgende keer dat een boodschap gevormd wordt
(= conceptualiseren)
HET VERLOOP VAN DE NORMALE SPRAAKONTWIKKELING
Spraak komt voor taal, maar spraak en taal zijn niet los te koppelen van elkaar
Ontwikkeling van spraak
Verwerving van spraakklanken
Volgorde van het verwerven van spraakklanken is belangrijker dan het tijdstip waarop de
klank verworven is
Normale ontwikkeling = bepaalde klanken worden eerst verworven – andere klanken worden
later verworven
Afwijkende spraak = kijken naar welke klanken er al verworven zijn volgt deze de normale
spraakontw.
Fonologische verwerving
FONOLOGISCHE KLANKVERWERVING
VERWERVINGSVOLGORDE VAN VOCALEN EN CONSONANTEN VOLGENS BEERS (‘95)
Volledige en correcte uitspraak van de klank, zonder fouten
75% = klanken zijn in ontwikkeling – 90% = klanken zijnverworven
VERWERVINGSVOLGORDE VAN VOCALEN EN CONSONANTEN VOLGENS STESS (1995)
Fonologische verwerving: op welke leeftijd kunnen de klanken geïsoleerd geproduceerd worden?
Deze tabellen worden bij jongere kinderen gebruikt
Zonder rekening te houden met foutieve producties (zegt toep ipv soep t = correct
geproduceerd)
Zonder rekening te houden met correcte plaatsing (interdentale /s/ wordt foutief geproduceerd
maar komt wel) voor
2
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD Spraak- en taalontwikkelingsstoornissen – Spraakpathologie
FONOLOGISCHE SPRAAKSTOORNISSEN BINNEN TOS
SITUERING FONOLOGISCHE SPRAAKSTOORNISSEN BINNEN TOS
Verschillende componenten binnen de taalontwikkeling
Receptieve taal
Productieve taal
Taalvorm Taalinhoud
Fonologie Lexicon
Morfologie Semantiek
Syntaxis Taalgebruik
Pragmatiek
Uitspraak/leren gebruiken van klanken/opeenvolging van klanken,…
BLIK OP DE NORMALE ONTWIKKELING
TAALVORM – FONOLOGIE
Fonologische ontwikkeling: tussen 0 en 4 jaar
Klankvorming bij baby’s
Huilen (vanaf de geboorte)
Vocaliseren (vanaf 6 weken)
Vocaal spel (vanaf 4 maanden)
Brabbelen (vanaf 7 maanden)
VROEGE TAALONTWIKKELING : WAT KAN WIJZEN OP EEN (S)TOS?
Rond de leeftijd van 1 jaar – risicozone
Niet of weinig gevarieerd brabbelen
Geen gebruik van (proto)woorden = eerste woorden in de vroege taalontw. waar het kind zelf
betekenis aan geeft
Geen gebruik van natuurlijke gebaren = wijzen, drinken enkel dit ipv spraak ook indicatie
voor mogelijke STOS
Afwijkende mondmotorische vaardigheden: zuigen, slikken, verwerken van niet vloeibaar
voedsel afwijkend
PEUTERLEEFTIJD: WAT KAN WIJZEN OP EEN (S)TOS?
Taalvorm - Fonologie
Kan zich uiten in de spraak
Probleem met de verwerving van taalspecifieke regels van de klankstructuur
Voorbeeld toe vs. Koe = fronting tot op bepaalde leeftijd normaal
Enkel bij atypische / veel fonologische processen = probleem
3
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD Spraak- en taalontwikkelingsstoornissen – Spraakpathologie
Kinderen die zeer onverstaanbaar zijn
Fonologische problemen
Vaak kunnen kinderen de klank wel geïsoleerd produceren, maar blijven er een
vereenvoudingsproces op toepassen
Vb. toep i.p.v. soep = stopping
Fouten volgen een regelmatig patroon = vertraagde ontwikkeling
IMPACT VAN EEN (FONOLOGISCHE) SPRAAKSTOORNIS
ARTICULATIE?
Hoe verstaanbaar is iemand? Hoe verstaanbaar wil iemand zich maken?
In welke mate voldoet de spreker aan sociaal culturele normen?
Hoe gepast is de spraak ten opzichte van eisen die gesteld worden door de omgeving?
Belangrijkste factor om te bepalen hoe groot de impact is, is de persoon met de fonologische
spraakstoornis zelf
Bron van frustratie = als kinderen zichzelf niet verstaanbaar kunnen maken
Sociaal-emotioneel
Vanaf kinderleeftijd – maar ook op latere leeftijd heeft het een invloed
Beroepsmatig
Aanwezigheid van een spraakstoornis zou mogelijkheden om een job te kunnen kiezen/krijgen
reduceren
Interpersoonlijke effecten
Sterk afhankelijk van de attitude van de persoon met een spraakstoornis zelf en zijn omgeving
(sociale klasse)
Belangrijkste beïnvloedende factoren:
Graad van opvallendheid (alle apico-alveolaire klanken / af en toe interdentaliteit)
Mate van onverstaanbaarheid (1 of 10 fonologische processen)
Hou in het achterhoofd dat een spraakstoornis een impact heeft
Voor het kind
Voor de omgeving
De rol die je hierin als therapeut kan spelen is misschien wel groter dan je zou verwachten
INDELING VAN SPRAAKKLANKSTOORNISSEN (SKS)
Volgens SKO – spraakklank onderzoek
4
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1