SCHOOLSE VAARDIGHEDEN
HOOFDSTUK 1: ONTLUIKENDE GELETTERDHEID
1.1 LEESONTWIKKELING BINNEN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
De eerste letters/ woorden die ik kon lezen = ik De eerste letters/ woorden die ik kon schrijven = eigen naam + ik
Het eerste boek dat ik las = met afbeelding en Hoe ik een moeilijk woord leerde lezen = hakken en plakken,
woordje eronder woord in stukjes verdelen
Wat heb ik nodig om een tekst goed te begrijpen? = Hoeveel kinderen moeite hebben met lezen en schrijven = 20-
kennis van de woorden nodig 30% met lees- en spellingsproblemen
Wanneer een kind in staat is om voor het eerst een tekst te lezen = rond 1e helft 1e leerjaar, kind kent al 15-20 letters dus
kan al korte tekstjes lezen
• Geletterdheid = de competenties om informatie te verwerven, verwerken en gericht te gebruiken
o De mate van leesvaardigheid (aangeleerd)
• Geletterd zijn is belangrijk om zelfstandig te functioneren en participeren in de samenleving.
• Het is ook nodig om je persoonlijk te ontwikkelen en bij te leren
o In Vlaanderen: 15% volwassenen (16-65 jaar)heeft moeilijkheden met lezen en schrijven
FASEN VAN DE GELETTERDHEID:
Peuterfase:
• Mondelinge taalontwikkeling gaat hiermee samen
Ontluikende geletterdheid
• Kind merkt dat iets visueels een ervaring representeert
• = belangrijke basis voor leren lezen en schrijven
Kleuterfase – 1e leerjaar:
Beginnende geletterdheid
• Deelvaardigheden van aanvankelijk lezen beginnen te ontwikkelen
2 leerjaar:
e
Gevorderde geletterdheid
• Fase van voortgezet lezen
DOEL EN BELANG VAN LEZEN
• Kennis van tekens nodig om te kunnen lezen à code kraken
• ‘Zorgen dat geletterdheid geleerd wordt, is de belangrijkste taak van het onderwijs’… (Van der Leij, in Eskes; 2022)
• ‘Letters zijn overal’ à je ziet overal woorden en letters
o Bv. Langs de weg op borden
• ‘Een mens gaat al lezend door het leven’
WAT IS LEZEN?
• Lezen = “decoderen (omzetten) van geschreven tekens in hoorbare klanken” (Van Borsel, 2009; Eskes, 2022)
o Schrijven = het omgekeerde, omzetten hoorbare klanken in geschreven tekens
• Lezen = “complex, doelgericht, sociaal en cognitief proces waarin lezers tegelijkertijd hun kennis van gesproken
en geschreven taal, hun kennis over het onderwerp van de tekst en hun culturele kennis gebruiken om betekenis
te verlenen aan wat ze lezen” (NCTE, in Vernooy, 2012).
• Vereist “conventies” en “regels”
• ! DOEL = begrijpend lezen, begrijpen van de boodschappen (je kan vlot lezen maar het niet begrijpen)
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 1
,OLOD – ontwikkelingsdomeinen en -verloop – schoolse vaardigheden
BEGRIJPEND LEZEN:
• Product van luisterbegrip (goed luisteren) en leestechniek
o Word recognition (herkennen + betekenis) + taalbegrip = reading comprehension
§ Lees en luister = zelfde basis
• Lezen is een ontwikkelingsproces dat het hele leven doorgaat
o Je leert elke dag nieuwe woorden en andere talen bij + kennis blijft uitbreiden
EINDPUNT VAN HET LEESPROCES
• “Een goede volwassen lezer die met gemak een grote verscheidenheid van teksten om uiteenlopende redenen kan
lezen en zelfs moeilijke of slecht geschreven teksten en teksten waarin hij niet geïnteresseerd is, begrijpt.”
• Tekst toch begrijpen ookal zijn er bv. koffievlekken op het papier à je begrijpt de context
DOEL EN BELANG VAN LEZEN
Doel leren lezen: begrijpen wat je hebt gelezen!
– Vernooy (2010): “Een goede lezer kan vlot lezen, heeft een goede woordenschat en kan leesstrategieën toepassen om
teksten beter te begrijpen”
1. Vlot lezen
Ø fonemisch bewustzijn = het bewustzijn dat woorden uit klanken bestaan
2. kennis
3. metacognitive vaardigheden
Ø monitorende strategieen = aandacht en geheugen processen – fouten in tekst automatisch aanpassen
4. taal
WAT KAN JE NIET ALS JE NIET GOED KAN LEZEN:
• rijbewijs halen – weg vinden
• studeren – cursus leren
• gaan winkelen – menu lezen op restaurant
• taal leren
• kennis over de wereld opdoen – krant lezen
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 2
, OLOD – ontwikkelingsdomeinen en -verloop – schoolse vaardigheden
• Sterke relatie tussen ‘leesvaardigheid’, ‘schoolsucces’ en ‘beroepskeuze’
• Hoge correlatie/ verband tussen ‘begrijpend lezen’ (+ technisch lezen) en ‘rijke woordenschat’ enerzijds en vlot
lezen anderzijds
• Goed en vlot lezen is belangrijk i.f.v. ontwikkeling leesplezier (Huizinga,2022)
WIE NIET GOED KAN LEZEN:
• Wordt sterk afgeremd in cognitieve ontwikkeling
• Ondervindt heel wat beperkingen bij uitvoeren dagdagelijkse activiteiten (recepten, iets opzoeken)
• Wordt sterk gehinderd in het sociaal maatschappelijk functioneren / participeren (minder sociale contacten)
• Mist leesplezier
ICF = kader dat gebruikt wordt om problemen binnen de gezondheidszorg te gaan benaderen
Bv. kinderen met leesproblemen hebben:
- Lichamelijke functies, anatomische eigenschappen – traag en spellend lezen
- Activiteiten – moeite met lezen vd leesoefeningen
- Participatie – niet meedoen aan spelletjes – monopoly
- Externe factoren – ouders die weinig thuis lezen
- Persoonlijke factoren – snel gefrustreerd
LEESSTRATEGIEEN
Sleutels:
1. Functionaliteit = boeiende teksten met uitdagende leesopdracht
2. Interactie = over teksten, leeraar-leerling + leerling-leerling
3. Leesstrategieen = inoefenen tijdens opdrachten
Ø Leesdoel bewaken
Ø Voorkennis oproepen
Ø Betekenis moeilijke woorden afleiden
4. Leesmotivatie = autonome lezen beter begrijpend,
Ø Autonomie geven
5. Transfer = tijdens andere lessen ook aan lezen werken
Ø Begint in kleuterschool
Ø Buiten school à bib – kinderopvang – speelplein
• Aandachtspunten:
Ø Mondelinge taalvaardigheid is ook belangrijk
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 3