(EX MIN 10/20)
LES 1: 23 SEPT
1. Wat is het vak?
• Je leert zowel over de geschiedenis (hoe interieurs eruitzagen en waarom) als over de
theorie (hoe we erover nadenken en betekenis geven)
2. Waarom interieurgeschiedenis en -theorie?
• Interieurs zijn meer dan muren en meubels: ze tonen hoe mensen leven, denken en zich
tot de wereld verhouden
• Kennis van geschiedenis helpt ontwerpers beter en bewuster te ontwerpen
• Zoals Liz Teston zegt: “Interiors shape lives in the most fundamental and personal way.”
3. Kritisch leren kijken
• Studenten worden aangemoedigd om kritisch, nieuwsgierig en ruimdenkend te zijn
• De opleiding wil dat je leert re ecteren op je eigen ervaringen en openstaat voor
meerdere perspectieven
4. Theoretisch kader – vijf benaderingen van het interieur
1. Interieur als bestaande ruimte
2. Interieur als gedeelde ruimte
3. Interieur als persoonlijke ruimte
4. Interieur als fenomenologische ruimte (-ervaren door zintuigen)
5. Interieur als uïde ruimte (niet-bestaande ruimte)
5. Immanuel Kant (1724-1804)
• “Sapere Aude!” (=gebruik je verstand) als motto van de verlichting
• Durf zelf na te denken (gebaseerd op je kennis, inzichten), ideeën te delen, open
te zijn…
6. Zie lectuur
LES 2: 30 SEPT
1. Wat is een interieur? – verschillende de nities
• Walter Benjamin: “To live means to leave traces.” → een interieur toont sporen van het
leven (toont hoe mensen veranderen/ re ectie samenleving)
• Vlad Ionescu: Het interieur is verbonden met onze innerlijke leefwereld: macht,
intimiteit, herinnering, verlangen
• Sashi Caan: De geschiedenis van het interieur is de geschiedenis van de mens die zijn
leefwereld probeert te verbeteren
• Bart Verschaffel: De mens maakt “binnenruimtes” om zich thuis te voelen en zich te
verhouden tot de wereld (-laken op strand > die plaats is van jou → interieur is niet enkel
binnen)
• Marjan Michels, Eva Storgaard en Inge Somers onderscheiden vijf perspectieven
(fysiek, persoonlijk, fenomenologisch, sociaal en procesmatig)
2. De nities interieur (overeenkomsten:)
• Interieurgeschiedenis en theorie ≠ architectuur
• Grenzen Interieur ≠ muren van een gebouw (kan ook mentale of sociale ruimte zijn)
• Interieur is een jonge discipline
• Beleving staat centraal: het gaat om hoe mensen ruimte ervaren met al hun zintuigen
• Interieur is complex, divers en is steeds in evolutie
Pagina 1
fi fl fl flfi
,LES 3: 7 OKT
1. Welke geschiedenis?
hoe gaan we de geschiedenis van het interieur bestuderen (niet enkel wat er is gebouwd, maar
ook hoe en door wie)
= historiogra e: de studie van hoe geschiedenis zelf wordt geschreven
Doel is aantonen dat interieurgeschiedenis:
• niet neutraal is
• meer dan vorm en stijl is
• beïnvloed wordt door maatschappelijke, politieke en culturele contexten
2. Interieurgeschiedenis ≠ architectuurgeschiedenis
Volgens Charles Rice (The Emergence of the Interior, 2007) ontstond het idee van het interieur
(als woord voor fysieke ruimte en mentaal concept - interiority) in de vroege 19e eeuw
Rice stelt dat het interieur buiten de grenzen van de architectuurgeschiedenis valt
De eerste professionele interieurontwerpers verschenen pas in de late 19e eeuw, maar interieur
als menselijke behoefte bestaat veel langer
Vóór die tijd waren het vooral… die interieurs ontwierpen:
• ensembliers/ ateliers (18e eeuw, in Frankrijk en Italië)
• vakmensen (zoals schrijnwerkers, stoffeerders, meubelmakers, voor 18e eeuw)
• architecten (vanaf 16e eeuw)
3. Hoe werd interieurgeschiedenis vroeger bekeken?
Vroeger lag de focus op stijl, vorm en chronologie; er werd weinig rekening gehouden met
context — dus met waarom iets zo werd ontworpen
Nieuwe onderzoekers pleiten voor een pluralistische (meerstemmige) en gecontextualiseerde
benadering:
• geschiedenis koppelen aan politiek, economie, gender, technologie, religie, identiteit…
• niet enkel naar het Westen kijken
• vragen durven stellen zoals: “Wie is weggelaten uit dit verhaal?”
Hilde Heynen zegt: geschiedenis wordt rijker wanneer we ook queer- en raciale perspectieven
toevoegen —> De geschiedenis van het interieur is nooit “af” — het blijft veranderen naargelang
welke stemmen we toelaten
4. Waarom een “exhaustieve (=volledige) geschiedenis” onmogelijk is
Het is onmogelijk om alles te vertellen: er zijn te veel perspectieven, vergeten stemmen en
verloren bronnen
De bedoeling is niet een “volledig overzicht”, maar een beter begrip van hoe interieurs
betekenis krijgen
Pagina 2
fi
, 5. De vroegste interieurs
Interieurs gaan vooraf aan architectuur (dit door basisbehoeften mens: bescherming +
toe-eigenen en inrichten) → we bekijken deze interieurs om beter te kunnen ontwerpen
PREHISTORIE EN NEOLITHICUM (=nieuwe steentijd) (tot 5000 v.Chr)
- mens is ca. 2,5 miljoen jaar oud (Homo Habilis), hier begint de geschiedenis (eerste schrift…)
- De vraag die we kunnen stellen: wat vertellen de vroegste interieurs ons over de samenleving
waarin ze ontstonden? (Want toen waren er maatschappijen met sterke mondelinge tradities
en geogra sch grote variaties qua periodisering)
GOACHANAS OF APOLLO 11-GROT (Namibië)
- 2500 jaar oud
- Grot als eerste interieur + ontstaan interiority
- “Art mobilier” (=draagbare kunst)
GROTTEN VAN ALTAMIRA (Spanje)
- eerste in de wereld om erkent te worden als prehistorische kunst
- 18 000 jaar oud
- Polychrome (meerkleurige) schilderingen
GROTSCHILDERINGEN LASCAUX
- 17 000 jaar oud
- Lascaux = netwerk van grotten, hierin 600 polychrome grotschilderingen (uit verschillende generaties)
- Afgebeelde dieren (waar niet op gejaagd werd): paarden, Bisons, neushoorns…
- Symbolische betekenis: religieuze ruimtes
- Trekpleister open tot 1963 (want schade aan schilderingen → gerestaureerd)
NOMADISCHE INTERIEURS
- oudste sporen van door de mens gebouwde schuilplaatsen in Terra Amata (Frankrijk) tot 400 000 v.Chr.
- Vroege tekenen van gedomesticeerd vuur, voor 20-40 pers., centrale vuurplek, van takken en huiden
- Wereldwijde typologie: rond, klein, gebouwd uit lokale materialen
- Voorbeelden: tipi, iglo, trullo…
TRADITIONELE INTERIEURS
- typologie blijft bestaan: licht, verplaatsbaar, van lokale materialen
- Ronde woningen (symbool zon) met deur naar oosten + centrale opening als ventilatie en schoorsteen
PERMANENTE NEDERZETTINGEN
- nomadische → sedentaire samenleving: 12 500 v.Chr.
NATUFISCHE NEDERZETTINGEN
- tussenschakel nomadische en sedentaire samenleving: 15 000 - 11 500 jaar geleden
- Schuilplaatsen worden woningen
- Ontdekt door Dorothy garrod in 1928
AIN MALLAHA / EYNAN
- shelter 51 (niet enkel shelter, maar ook verzamelplek)
- Halfronde woningen met stenen muren, houten kolommen en dak van organisch materiaal
- Centrale haard
- Geometrische precisie (gebruik kompas…)
- Ritualisering van dagelijks leven: plekken afbakenen voor een speci eke functie
EVOLUTIE PLATTEGRONDEN
- woningen: privatisering van de ruimte
- Sedentaire patronen (=leven met weinig fysieke beweging) → langetermijnoplossingen
- Rechthoekige plattegronden (nuttig voor bepaalde functies zoals opslag…)
- Complexere interieurs weerspiegelen complexiteit landbouwgemeenschappen
Pagina 3
fi fi