Engels
Grammatica
Present simple
Wanneer gebruik je deze tijd?
Feiten
Gewoontes
Wat regelmatig gebeurt
Hoe maak je deze tijd?
She/he/it > werkwoord + S
Shit regel
Voorbeelden
I like chocolate
He likes chocolate
She likes chocolate
It likes chocolate
Past simple
Wanneer gebruik je deze tijd?
Verleden tijd= iets is in het verleden gebeurd en afgelopen.
Hoe maak je deze tijd?
1. Werkwoord + ED
2. 2e rijtje onregelmatige werkwoorden
Voorbeelden
She walked to school yesterday
I dropped my pen a minute ago
Who did that toy ou?
I found my keys under the couch
Grammatica
Present simple
Wanneer gebruik je deze tijd?
Feiten
Gewoontes
Wat regelmatig gebeurt
Hoe maak je deze tijd?
She/he/it > werkwoord + S
Shit regel
Voorbeelden
I like chocolate
He likes chocolate
She likes chocolate
It likes chocolate
Past simple
Wanneer gebruik je deze tijd?
Verleden tijd= iets is in het verleden gebeurd en afgelopen.
Hoe maak je deze tijd?
1. Werkwoord + ED
2. 2e rijtje onregelmatige werkwoorden
Voorbeelden
She walked to school yesterday
I dropped my pen a minute ago
Who did that toy ou?
I found my keys under the couch