Geschiedenis havo 4
Tijdvak 1 t/m 5
Van jagers en boeren tot de Opstand: alle 22 kenmerkende aspecten
uitgelegd, met jaartallen, begrippen en oefenvragen voor je eerste
toetsweek
✓ Tijdvak 1 t/m 5 per onderwerp uitgelegd in gewone taal
✓ Ka 1 t/m 22 letterlijk uit de syllabus, met voorbeelden
✓ Tijdlijn per tijdvak met de jaartallen die je moet kennen
✓ Oorzaak-gevolgketens en examentips
✓ 20 oefenvragen met uitwerkingen
1 2 3 4
Jagers en boeren Grieken en Romeinen Monniken en ridders Steden en staten
5
Ontdekkers en hervormers
Volgt de indeling van Feniks 3e editie havo 4, hoofdstuk 1 t/m 5 (1.1 Van jagers-verzamelaars naar boeren t/m 5.4
De Opstand). Ook bruikbaar naast MeMo, Sprekend Verleden en andere methodes: de kenmerkende aspecten zijn
voor iedereen hetzelfde.
Geschiedenis havo 4 · Tijdvak 1 t/m 5 pagina
, Inhoud
Wat staat waar?
1 Tijd van jagers en boeren
2 Tijd van Grieken en Romeinen
3 Tijd van monniken en ridders
4 Tijd van steden en staten
5 Tijd van ontdekkers en hervormers
6 Begrippenlijst
7 Oefenvragen
8 Uitwerkingen
ZO GEBRUIK JE DEZE SAMENVATTING
Per tijdvak lees je eerst de grote lijn, daarna de uitleg per onderwerp, de kenmerkende aspecten (ka’s) en
de tijdlijn. Leer de ka’s in woorden, niet alleen het nummer: op een toets moet je een bron of gebeurtenis
kunnen koppelen aan het juiste ka en dat uitleggen.
1. Tijd van jagers en boeren
Tijdvak 1 · tot 3000 v.C. · prehistorie
DE GROTE LIJN
Mensen leven eerst als rondtrekkende jagers en verzamelaars. Met de landbouw gaan ze op één plek
wonen en produceren ze meer voedsel dan ze nodig hebben. Daardoor ontstaan dorpen, later steden en de
eerste staten met een schrift.
Van jagers-verzamelaars naar boeren
Jagers-verzamelaars leven in kleine groepen, trekken rond (nomaden) en hebben weinig bezit. Er is weinig
verschil in rang.
Vanaf ca. 10.000 v.C. gaan mensen in het Midden-Oosten (de Vruchtbare Halvemaan) planten verbouwen
en dieren houden: de landbouwrevolutie.
Boeren worden sedentair (vaste woonplaats). Ze domesticeren planten en dieren.
Landbouw → voedseloverschot → bevolkingsgroei en bezit → taakverdeling en specialisatie →
verschil tussen rijk en arm
Dorpen en steden
Langs grote rivieren, zoals de Eufraat en Tigris in Mesopotamië en de Nijl in Egypte, maakt irrigatie (bevloeiing)
grote oogsten mogelijk. Er ontstaan steden met:
specialisatie: ambachtslieden, handelaren, priesters en soldaten hoeven geen voedsel meer te verbouwen;
een sociale hiërarchie met bestuurders bovenaan;
Geschiedenis havo 4 · Tijdvak 1 t/m 5 pagina