Aardrijkskunde so hdst 7
Paragraaf 1:
Bodems:
B11
Een bodem is belangrijk voor
plantengroei , een belangrijk
kenmerk van bodem is dat er lagen of
horizonten zijn gevormd. In humus zitten veel voedingsstoffen die goed zijn voor plantengroei. Ook
klimaat zorgt voor het ontstaan van horizonten.
Warm klimaat: De bacteriën en schimmels zorgen voor het afbraak van humus, ook oplossen van
stoffen gaat sneller als het warm is. En neerslag is ook belangrijk voor de bodem want als er meer
regen valt dan er verdampt dan ,is er een neerwaartse beweging van water in de bodem. Dat water
neemt humus en andere stoffen mee naar de benden.
De bodemlaag waaruit stoffen verdwijnen heet uitspoelinghorizont
Waar de stoffen terechtkomen het inspoelingshorizont
Moedermateriaal: waar de bodemvorming weinig of geen invloed heeft.
Rusland heeft veel podzolbodem
Kenmerken podzolbodem
1. Zandgronden met taiga
2. Meer neerslag dan verdamping (uitspoeling)
3. kei harde oerbank (slechte afvoer)
Bodemsoorten:
Er zijn 4 bodemsoorten
1. Latosol , ontstaat in de tropen door de hoge temperaturen en dunne humuslaag .
Doordat er veel neerslag valt komt er een spoeling en blijven weinig mineralen
achter waardoor de bodem onvruchtbaar is.
2. Zwarte aarde , ontstaat in de steppegebieden waar veel gras groeit en een
vruchtbare bodem is.
, 3. Woestijnbodem , ontstaat in de woestijn doordat er weinig neerslag valt en er geen
in en uitspoeling is. Door de zon stijgt de water in de bodem op en stoffen zoals
wordt meegenomen en vormt een harde korst.
4. Podzol , ontstaat in de naaldwouden van de gematigde zone. Naalden hebben een
hoge zuurgraad. Bij het vergaan ontstaat daardoor een zure humus. Het zure water
lost de voedingstoffen op en neemt ze mee, de uitgespoelde voedingstoffen en
mineralen klitten dieper in de bodem en vormen samen een oerbank.
Klimaatgrafiek
B40
Met isothermen kun je luchtstreken begrenzen (Thermische begrenzing ). Het is preciezer
dan de wiskundige begrenzing met breedtecirkels.
Grens voor de tropen vind je door naar de plantengroei te kijken, een kenmerkende boom in
de boom is de kokosboom. Hij heeft een min. van 18 graden nodig , dus er is geen koude
winter.
Grens van de poolstreken vind je door naar de plantengroei te kijken , daar groeien geen
bomen. Naaldbomen en berken kunnen alleen groeien als het zomers min. 10 graden.
Daarom neem je als grens voor de poolstreken de 10 °C-isotherm van de warmste maand.
Dat is de boomgrens: de lijn waarboven het te koud is voor boomgroei.
Isothermen: lijnen die plaatsen met dezelfde temperatuur verbinden
Klimaatdiagram: Brengt neerslag en de gemiddelde temperatuur van een plek in beeld door
een diagram.
B64
De Duitse klimatoloog Koppen onderscheidt vijf klimaatzones,
aangeduid met de hoofdletters A, B, C, D en E:
A tropisch regenklimaat
B droog klimaat
C zeeklimaat (maritie klimaat)
Paragraaf 1:
Bodems:
B11
Een bodem is belangrijk voor
plantengroei , een belangrijk
kenmerk van bodem is dat er lagen of
horizonten zijn gevormd. In humus zitten veel voedingsstoffen die goed zijn voor plantengroei. Ook
klimaat zorgt voor het ontstaan van horizonten.
Warm klimaat: De bacteriën en schimmels zorgen voor het afbraak van humus, ook oplossen van
stoffen gaat sneller als het warm is. En neerslag is ook belangrijk voor de bodem want als er meer
regen valt dan er verdampt dan ,is er een neerwaartse beweging van water in de bodem. Dat water
neemt humus en andere stoffen mee naar de benden.
De bodemlaag waaruit stoffen verdwijnen heet uitspoelinghorizont
Waar de stoffen terechtkomen het inspoelingshorizont
Moedermateriaal: waar de bodemvorming weinig of geen invloed heeft.
Rusland heeft veel podzolbodem
Kenmerken podzolbodem
1. Zandgronden met taiga
2. Meer neerslag dan verdamping (uitspoeling)
3. kei harde oerbank (slechte afvoer)
Bodemsoorten:
Er zijn 4 bodemsoorten
1. Latosol , ontstaat in de tropen door de hoge temperaturen en dunne humuslaag .
Doordat er veel neerslag valt komt er een spoeling en blijven weinig mineralen
achter waardoor de bodem onvruchtbaar is.
2. Zwarte aarde , ontstaat in de steppegebieden waar veel gras groeit en een
vruchtbare bodem is.
, 3. Woestijnbodem , ontstaat in de woestijn doordat er weinig neerslag valt en er geen
in en uitspoeling is. Door de zon stijgt de water in de bodem op en stoffen zoals
wordt meegenomen en vormt een harde korst.
4. Podzol , ontstaat in de naaldwouden van de gematigde zone. Naalden hebben een
hoge zuurgraad. Bij het vergaan ontstaat daardoor een zure humus. Het zure water
lost de voedingstoffen op en neemt ze mee, de uitgespoelde voedingstoffen en
mineralen klitten dieper in de bodem en vormen samen een oerbank.
Klimaatgrafiek
B40
Met isothermen kun je luchtstreken begrenzen (Thermische begrenzing ). Het is preciezer
dan de wiskundige begrenzing met breedtecirkels.
Grens voor de tropen vind je door naar de plantengroei te kijken, een kenmerkende boom in
de boom is de kokosboom. Hij heeft een min. van 18 graden nodig , dus er is geen koude
winter.
Grens van de poolstreken vind je door naar de plantengroei te kijken , daar groeien geen
bomen. Naaldbomen en berken kunnen alleen groeien als het zomers min. 10 graden.
Daarom neem je als grens voor de poolstreken de 10 °C-isotherm van de warmste maand.
Dat is de boomgrens: de lijn waarboven het te koud is voor boomgroei.
Isothermen: lijnen die plaatsen met dezelfde temperatuur verbinden
Klimaatdiagram: Brengt neerslag en de gemiddelde temperatuur van een plek in beeld door
een diagram.
B64
De Duitse klimatoloog Koppen onderscheidt vijf klimaatzones,
aangeduid met de hoofdletters A, B, C, D en E:
A tropisch regenklimaat
B droog klimaat
C zeeklimaat (maritie klimaat)