ontwikkelingspsychologie
1 Inleiding: ontwikkelingspsychologie
= de wetenschap die de normale ontwikkeling beschrijft van geboorte tot
het einde van het leven
- Klinische ontwikkelingspsychologie: focus op stoornissen in de
ontwikkeling
- Centrale vraag: hoe komen ontwikkelingen tot stand?
o 3 bronnen van ontwikkeling
o Ontwikkelingsdomeinen: zintuigen, emoties,…
o Stoornissen in de kindertijd (vb. adhd, hoogbegaafdheid,…)
1.1 Bronnen van ontwikkeling
- Nature (aangeboren)
- Nurture (aangeleerd)
- Rijping (de derde kracht)
- Voorbeeld: toelatingsexamen, Hoe hoger de opleiding van je
ouders, hoe hoger de kans dat jij een hoge studie gaat afleggen
o Wat betekent dit met betrekking tot intelligentie?
o Nature/ nurture: is het aangeboren of is de omgeving
bepalend?
1.2 adoptiestudies en tweelingonderzoek
- Komen eigenschappen binnen een bepaalde familie meer voor:
onvoldoende bewijs
1.2.1 adoptiestudies
- Omgeving gelijk voor alle kinderen
- Geen gedeeld genetisch materiaal
- Dezelfde intelligentie: omgeving bepalend?
1.2.2 tweelingstudies (eeneiige)
- Andere context
- Exact hetzelfde genetische materiaal
- Grote verschillen in intelligentie: omgeving bepalend?
1.2.3 tweelingstudies
- Eeneiige vs tweeeiige
1
, - Overeenkomst eeneiige > tweeeige
- Los van de context
1.2.4 conclusie erfelijkheidsonderzoek
- Verschil in intelligentie is 50% genetisch bepaald
- Verschil met medestudent
- Het verschil in intelligentie tussen jou en de student naast je, kan je
voor 50% toeschrijven aan genetische verschillen en voor 50% aan
verschillen in omgevingsinvloeden.
1.3 muzikaliteit
- Man luistert uren naar Frank Sintra
- …
1.4 wisselwerking
- Nature: genen beïnvloeden de omgevingen die we actief gaan
opzoeken
- Nurture: de omgeving heeft invloed op hoe de genen tot uiting
komen
o Invloed van genexpressie is groter als je ouder bent dan dat je
jonger bent omdat je nu dan de keuze zelf in handen hebt
(ouder > jonger)
1.5 toepassing psychische klachten
- Nature: genetische kwetsbaarheid
o Regel: hoe meer genetisch verwant, hoe groter de kans dat je
beiden de stoornis wel of net niet ontwikkeld
Voorbeeld: Zus met depressie is de kans groter dat je
ook depressie gaat krijgen dan dat je nicht een depressie
heeft
- Nurture: beschermende factoren (gen komt niet tot expressie) en
uitlokkende factoren (gen komt tot expressie)
1.6 depressie
- Genetische kwetsbaarheid
- Hangt af van interactie met omgevingsfactoren
o Beschermend: coping, steun, etc.
o Uitlokkend: stressvolle life events, opvoeding, SES, etc.
- Genetische kwetsbaarheid: minder uitlokkende factoren nodig
- Geen genetische kwetsbaarheid: hoge mate van omgevingsstress
2