Afhankelijke variabele: Het gene wat je wil gaan onderzoeken. Het is
een variabele waarover een voorspelling of een toets wordt gedaan.
Voorbeeld het tentamenresultaat.
Onafhankelijk variabele: Een variabele die mogelijk een relatie heeft
met de uitkomst van de afhankelijke variabele. Voorbeeld we willen
onderzoeken of er een relatie is tussen de mate van voorbereiding van
studenten en het tentamenresultaat.
Achtergrondkenmerk: Een variabele die een kenmerk van de
respondent weergeeft, voorbeeld geslacht, leeftijd, functie en aantal jaar
ervaring.
Optimaliseren > Conceptueel model: moet je 4 criteria opstellen of is
er gegeven hoeveel?
De populatie zijn alle mensen die er eventueel toe doen.
De populatie van het onderzoeksveld (dat wat doorgaans verder
populatie genoemd wordt) is de afbakening tot de groep die er voor het
onderzoek echt toe doet.
Daaruit trekt je dan, als de groep te groot is om als geheel te benaderen,
een steekproef. Een steekproef is een poging om uit de hele grote groep
een mooie dwarsdoorsnede te krijgen voor je dataverzameling.
Je respondenten zijn dan alle individuele mensen die in je
steekproefgroep zitten, die de enquête ook hebben ingevuld
Voorbeelduitwerking van een bepaald onderzoek voor Avans:
De populatie zijn alle docenten in dienst bij Avans Hogeschool
De populatie van het onderzoeksveld zijn bijvoorbeeld alle docenten
werkzaam binnen Avans Hogeschool Den Bosch.
De steekproef is gestratificeerd naar Academie en vervolgens is er per
groep (ook wel strata genoemd) aselect een steekproef getrokken. Zo heb
je ervoor gezorgd dat je evenredig respondenten krijgt over de
verschillende academies en dat er sprake is van voldoende
representativiteit.
Door deze wijze te kiezen is de situatie gecreëerd en de kans groot dat de
uitkomsten van dit onderzoek nagenoeg hetzelfde is als je de totale
populatie onderzocht zou hebben.
, Antwoordmogelijkheden
Enkelvoudig antwoordschaal – getallen
Dichotoom – 2 opties, ja/ nee, man/ vrouw
Meerkeuze enkelvoudig – multiple choice
Meervoudige antwoorden – meer kiezen dan 1
Likertschaal
- Kwalitatief (ordinaal) – alleen maar woordelijk, heel ontevreden,
tevreden
- Kwantitatief (interval) – cijfers uiterste 2 benoemd
Open antwoord – kwalitatieve antwoorden
Half open – toelichting geven op de ‘ánders namelijk’ opties
Afwijkingen pareren
- Echte data
- Foute data
- Leeg veld (verticale check)
In de dataset zit soms iemand die een antwoord niet heeft ingevuld: Als dit
een belangrijke onafhankelijke variabele betrekt, een die in de analyse een
belangrijke rol speelt, wordt die respondent uit de dataset verwijderd
- Sorteren (verticale check)
Als je antwoorden op volgorde zet (je sorteert) kun je zien of er
antwoorden bij zitten die logischerwijs niet bij je steekproef horen. Deze
respondent is dan niet representatief, die mag je uit de dataset
verwijderen.
- Likertschaal fouten (horizontale check)
Soms zie je dat een respondent steeds dezelfde ‘cijfers’ geeft als je de
antwoorden afloopt. Je mag overwegen om deze respondent te
verwijderen als het steeds het eerst of laatst mogelijke cijfers is én het niet
overeenkomst met het beeld van de andere respondenten.