Product = personen, plaatsen, organisaties en ideeën
Persoon = jake paul, plaats = plaats tilburg
Kern benefit = wat levert jou product aan de klant?
Tastbaar product = je kan het aanraken en zien, stijl design functies
Uitgebreid product = garanties
Consumenten producten = gekocht door eindconsument voor eigen
gebruik
Industriële producten = gekocht voor verder verwerking of voor gebruik in
een bedrijf of instelling, ook bekend als b2b
Consumenten producten, 4 categorieën
Convenience, gebruik je vaker bvb wasmiddel, tandpasta
Shopping, ga je voor winkelen, afweging maken, wasmachine of kleding en
meubels
Specialty, luxe goederen, merk belangrijk/doorslaggevend, rolex, fijn
kristal
Unsought, zoek je niet op, maar moet je hebben, levensverzekering
Industriële producten, 3 categorieën
Materialen en onderdelen, koop je en verwerk je in eigen producten. Je
verkoopt auto’s en hebt lampen, sturen etc nodig
Kapitaal goederen, grotere investeringen, vaste activa, grote machines of
liften
Hulpmaterialen en diensten, schoonmaakmiddelen, oliën, accountant die
bankzaken doet
Productkenmerken = tastbare benefits voor de klant
- Kwaliteit
- Functies
- Ontwerp
Merk (brand) = ieder teken – naam, term, cijfer, symbool of ontwerp
- Combinatie hiervan, dat een aanbieder aan een product of dienst
verbindt.
, Verpakkingsconcept
- Datgene dat om een product heen zit
Etikettering
- Diverse functies en vele eisen
- Informeren
Product ondersteunende diensten
- Veelal voor- en nazorg (inclusief controle, onderhoud en reparatie)
Productgroepen
- Groep producten die nauw verwant zijn. Ze hebben dezelfde
functies, klantgroepen, verkooppunten of prijscategorie.
Verschillende productgroepen zijn assortimenten.
Assortiment beslissingen
- Lengte =
- Breedte = bijenkorf en coolblue
- Diepte = juwelier
- Consistentie =
Dienst
Heterogeen of variabel = hetzelfde of verschillend/ bier of kapper
Ontastbaarheid = niet vastpakken
Ontbreken van eigendom = niet verkoopbaar na gebruik
Onscheidbaarheid = kan niet gescheiden wordt van gene die het levert
Vergankelijkheid = kan je niet op voorraad maken
3 extra p’s
People (mensen/ kapper)
Physical environment (fysieke omgeving) 7s model
Processes (processen)