Samenvatting
Hoorcollege 1
Wat houdt bedrijfseconomie in?
Bedrijfseconomie houdt zich bezig met het maken van beslissingen binnen een bedrijf, waarbij
financiële aspecten een rol spelen.
Ook in het dagelijks leven hebben we met bedrijfseconomie te maken. Denk maar eens aan de keuze
of je van thuis brood meeneemt of dat je in de kantine een broodje koopt. Dit zijn allemaal
bedrijfseconomische beslissingen!
Wat houdt bedrijfsadministratie in?
Dit betreft de vastlegging van gegevens binnen de organisatie.
Waar bestaat een financieel plan uit?
1. Investeringsbegroting
2. Financieringsbegroting
3. Openingsbalans
4. Begrote winst- en verliesrekening
5. Liquiditeitsrekening
Investeringsbegroting
Wat zegt een investeringsbegroting?
Een investeringsbegroting geeft aan welke activa (=productiemiddelen) er nodig zijn in het primaire
proces van een onderneming. Hierbij denk je aan:
- Gebouwen
- Inventaris
- Voorraad
- Kasgeld
- Etc.
Activa (=productiemiddelen) is onder te verdelen in 3 soorten:
1. Vaste activa
Dit zijn bezittingen die een looptijd hebben van langer dan 1 jaar. Ze gaan dus langer dan 1
jaar mee. Voorbeelden:
o Kantoorpand indien (handelsbedrijf)
o Productiepand indien (productiebedrijf)
o Machines (productiebedrijf)
o Inventaris
2. Vlottende activa
Dit zijn bezittingen die een looptijd hebben van korter dan 1 jaar. Ze gaan dus minder dan 1
jaar mee. Voorbeelden:
o Voorraden
o Debiteuren, oftewel klanten aan wie jij als onderneming hebt verkocht op rekening.
Waar je dus nog geld van moet ontvangen.
3. Liquide middelen
Bezittingen die liquide zijn, oftewel in geld op te vragen. Voorbeelden:
o Kasgeld
o Bankrekening waar een tegoed op staat
,Voorbeeld investeringsbegroting:
Vaste activa:
Gebouw €250.000
Inventaris €50.000
Vlottende activa:
Voorraden €10.000
Overige voorraad €1.000
Liquide middelen:
Kas/bank €10.000
Totaal €321.000
Financieringsplan
In een financieringsplan staat de wijze van financiering (= vermogen) van de begrote investeringen.
De investeringsbegroting heeft een totale waarde. Als startende onderneming zal je moeten
aangeven hoe jij denkt de benodigde investeringen te financieren, oftewel waar je als onderneming
het geld vandaan haalt om de betreffende uitgaven te doen. Het totaal van het financieringsplan
dient dus gelijk te zijn aan het totaal van de investeringsbegroting
Financieringsplan wordt onderverdeeld in:
1. Eigen vermogen
Dit is vermogen dat door de eigenaren van onderneming permanent ter beschikking is
gesteld aan de onderneming. Dus wat zij zelf in de onderneming leggen.
2. Vreemd vermogen
Vermogen dat door externen tijdelijk ter beschikking is gesteld aan onderneming. Voor het
ter beschikking stellen van deze geldleningen vragen de kredietinstellingen een vergoeding,
dat is de rente die je betaalt voor deze leningen. Vreemd vermogen wordt onderscheiden in:
o Vreemd vermogen lang
Dit betreffend de leningen met een looptijd langer dan 1 jaar. Voorbeelden:
• Hypothecaire lening
• Overige langlopende rekeningen (bijv. banklening)
o Vreemd vermogen kort
Dit betreffend de leningen met een looptijd korter dan 1 jaar. Voorbeelden:
• Crediteuren (schulden aan leveranciers)
• Overige kortlopende rekeningen
• Rekening-Courant
Voorbeeld financieringsbegroting:
Eigen Vermogen €40.000
Lang vreemd vermogen:
Hypothecaire lening 250.000
Overige leningen €15.000
Kort vreemd vermogen:
Rekening-Courant €16.000
Totaal €321.000
, Hoorcollege 2
Begrote winst- en verliesrekening
De begrote winst- en verliesrekening is een overzicht van alle opbrengsten en kosten die een
onderneming in een bepaalde periode verwacht.
Het saldo van de opbrengsten minus kosten betreft het resultaat van een onderneming (winst of
verlies).
Geld/goederenstroom
Het primaire proces vormt de kern van de activiteiten van een onderneming. Het houdt direct
verband met het product of de dienst waarvoor een klant bereid is te betalen. Uit deze activiteiten
vloeien namelijk de opbrengsten voort, maar ook de kosten om deze activiteiten te kunnen
ontplooien.
- Goederenstroom
Bovenste gedeelte van de afbeelding
- Geldstroom
Onderste gedeelte van de afbeelding. De geldstroom is omgekeerd van de goederenstroom.
De ingaande goederenstroom heeft een uitgaande geldstroom tot gevolg. De aanschaf van
de productiemiddelen (zie input) kost namelijk geld, dus een gelduitgave. De uitgaande
producten (output) op basis van verkoop geeft een ingaande geldstroom. De klant betaalt
namelijk voor deze producten.
Liquiditeitsbegroting
Wat geeft een liquiditeitsbegroting aan?
De liquiditeitsbegroting is een overzicht van alle ontvangsten en uitgaven die een onderneming in
een bepaalde periode verwacht.
Het saldo van de ontvangsten minus de uitgaven betreft de mutatie van de liquide middelen in de
betreffende periode.
Wat is het doel van de liquiditeitsbegroting?
Inzicht in het saldo liquide middelen op een bepaald moment om te bepalen of er een
liquiditeitstekort of –overschot ontstaat.
Mutatie liquide middelen (= saldo ontvangsten – uitgaven)
Opbrengsten versus ontvangsten
Opbrengsten worden geboekt op het moment dat de onderneming de prestatie (= goederen of
dienst) levert aan de klant. Ongeacht het moment van de geldontvangst.
Ontvangsten worden geboekt op het moment dat de klant het geld betaalt voor de ontvangst van de
goederen of diensten.
- Contante verkoop:
Ontvangst = opbrengst
- Verkopen op rekening:
Géén ontvangst, wél opbrengst.
- Betaling door debiteur a.g.v. verkopen op rekening:
Wél ontvangst, géén opbrengst.
Hoorcollege 1
Wat houdt bedrijfseconomie in?
Bedrijfseconomie houdt zich bezig met het maken van beslissingen binnen een bedrijf, waarbij
financiële aspecten een rol spelen.
Ook in het dagelijks leven hebben we met bedrijfseconomie te maken. Denk maar eens aan de keuze
of je van thuis brood meeneemt of dat je in de kantine een broodje koopt. Dit zijn allemaal
bedrijfseconomische beslissingen!
Wat houdt bedrijfsadministratie in?
Dit betreft de vastlegging van gegevens binnen de organisatie.
Waar bestaat een financieel plan uit?
1. Investeringsbegroting
2. Financieringsbegroting
3. Openingsbalans
4. Begrote winst- en verliesrekening
5. Liquiditeitsrekening
Investeringsbegroting
Wat zegt een investeringsbegroting?
Een investeringsbegroting geeft aan welke activa (=productiemiddelen) er nodig zijn in het primaire
proces van een onderneming. Hierbij denk je aan:
- Gebouwen
- Inventaris
- Voorraad
- Kasgeld
- Etc.
Activa (=productiemiddelen) is onder te verdelen in 3 soorten:
1. Vaste activa
Dit zijn bezittingen die een looptijd hebben van langer dan 1 jaar. Ze gaan dus langer dan 1
jaar mee. Voorbeelden:
o Kantoorpand indien (handelsbedrijf)
o Productiepand indien (productiebedrijf)
o Machines (productiebedrijf)
o Inventaris
2. Vlottende activa
Dit zijn bezittingen die een looptijd hebben van korter dan 1 jaar. Ze gaan dus minder dan 1
jaar mee. Voorbeelden:
o Voorraden
o Debiteuren, oftewel klanten aan wie jij als onderneming hebt verkocht op rekening.
Waar je dus nog geld van moet ontvangen.
3. Liquide middelen
Bezittingen die liquide zijn, oftewel in geld op te vragen. Voorbeelden:
o Kasgeld
o Bankrekening waar een tegoed op staat
,Voorbeeld investeringsbegroting:
Vaste activa:
Gebouw €250.000
Inventaris €50.000
Vlottende activa:
Voorraden €10.000
Overige voorraad €1.000
Liquide middelen:
Kas/bank €10.000
Totaal €321.000
Financieringsplan
In een financieringsplan staat de wijze van financiering (= vermogen) van de begrote investeringen.
De investeringsbegroting heeft een totale waarde. Als startende onderneming zal je moeten
aangeven hoe jij denkt de benodigde investeringen te financieren, oftewel waar je als onderneming
het geld vandaan haalt om de betreffende uitgaven te doen. Het totaal van het financieringsplan
dient dus gelijk te zijn aan het totaal van de investeringsbegroting
Financieringsplan wordt onderverdeeld in:
1. Eigen vermogen
Dit is vermogen dat door de eigenaren van onderneming permanent ter beschikking is
gesteld aan de onderneming. Dus wat zij zelf in de onderneming leggen.
2. Vreemd vermogen
Vermogen dat door externen tijdelijk ter beschikking is gesteld aan onderneming. Voor het
ter beschikking stellen van deze geldleningen vragen de kredietinstellingen een vergoeding,
dat is de rente die je betaalt voor deze leningen. Vreemd vermogen wordt onderscheiden in:
o Vreemd vermogen lang
Dit betreffend de leningen met een looptijd langer dan 1 jaar. Voorbeelden:
• Hypothecaire lening
• Overige langlopende rekeningen (bijv. banklening)
o Vreemd vermogen kort
Dit betreffend de leningen met een looptijd korter dan 1 jaar. Voorbeelden:
• Crediteuren (schulden aan leveranciers)
• Overige kortlopende rekeningen
• Rekening-Courant
Voorbeeld financieringsbegroting:
Eigen Vermogen €40.000
Lang vreemd vermogen:
Hypothecaire lening 250.000
Overige leningen €15.000
Kort vreemd vermogen:
Rekening-Courant €16.000
Totaal €321.000
, Hoorcollege 2
Begrote winst- en verliesrekening
De begrote winst- en verliesrekening is een overzicht van alle opbrengsten en kosten die een
onderneming in een bepaalde periode verwacht.
Het saldo van de opbrengsten minus kosten betreft het resultaat van een onderneming (winst of
verlies).
Geld/goederenstroom
Het primaire proces vormt de kern van de activiteiten van een onderneming. Het houdt direct
verband met het product of de dienst waarvoor een klant bereid is te betalen. Uit deze activiteiten
vloeien namelijk de opbrengsten voort, maar ook de kosten om deze activiteiten te kunnen
ontplooien.
- Goederenstroom
Bovenste gedeelte van de afbeelding
- Geldstroom
Onderste gedeelte van de afbeelding. De geldstroom is omgekeerd van de goederenstroom.
De ingaande goederenstroom heeft een uitgaande geldstroom tot gevolg. De aanschaf van
de productiemiddelen (zie input) kost namelijk geld, dus een gelduitgave. De uitgaande
producten (output) op basis van verkoop geeft een ingaande geldstroom. De klant betaalt
namelijk voor deze producten.
Liquiditeitsbegroting
Wat geeft een liquiditeitsbegroting aan?
De liquiditeitsbegroting is een overzicht van alle ontvangsten en uitgaven die een onderneming in
een bepaalde periode verwacht.
Het saldo van de ontvangsten minus de uitgaven betreft de mutatie van de liquide middelen in de
betreffende periode.
Wat is het doel van de liquiditeitsbegroting?
Inzicht in het saldo liquide middelen op een bepaald moment om te bepalen of er een
liquiditeitstekort of –overschot ontstaat.
Mutatie liquide middelen (= saldo ontvangsten – uitgaven)
Opbrengsten versus ontvangsten
Opbrengsten worden geboekt op het moment dat de onderneming de prestatie (= goederen of
dienst) levert aan de klant. Ongeacht het moment van de geldontvangst.
Ontvangsten worden geboekt op het moment dat de klant het geld betaalt voor de ontvangst van de
goederen of diensten.
- Contante verkoop:
Ontvangst = opbrengst
- Verkopen op rekening:
Géén ontvangst, wél opbrengst.
- Betaling door debiteur a.g.v. verkopen op rekening:
Wél ontvangst, géén opbrengst.