Samenleving: Uitdagingen en oplossingen
Geert Van Hootegem
2025-2026
1
, Primaire relaties
De laatste decennia is er heel veel veranderd op vlak relatievorming
Vanaf de jaren ’60 grote veranderingen: echtscheiding, aantal kinderen per gezin,
eenoudergezinnen. Dinks = double income no kids, latrelatie = living apart together, hola’s
= huwelijken op loopafstand.
De primaire relaties in cijfers
Huishoudens en gezinnen
Huishouden = hetzij één persoon die alleen leeft, hetzij twee of meer personen die al dan niet
door familiale verbanden verbonden, in één woning samenleven
In de afgelopen eeuw zien we dat er veel meer huishoudens zijn bijgekomen, maar ook dat
deze huishoudens steeds kleiner worden in 1846 omvatte het gemiddelde huishouden nog
bijna 5 personen, in 1970 ongeveer 3 en in 2013 2,6
huishoudtypes
het aantal private gezinnen is de laatste jaren enorm gestegen tussen 1961 en 2016 was er
een stijging van maar 2.000.000 eenheden hier zijn enkele verklaringen voor:
Tussen 1961 en 2016 steeg het aantal éénpersoonsgezinnen met 5% s
Er waren ook heel veel huishoudens die geen familiekernen vormden bv. 2
vrienden die officieel samenwonen of broer en zus die samenwonen deze groep
verdubbelde tussen 1961 en 2016
Er zijn éénoudergezinnen bijgekomen (steeg met 2,1%)
Op 46 jaar tijd vervijfvoudigde het aantal alleenstaande vaders met ongehuwde
kinderen terwijl de groep alleenstaande moeders verdrievoudigde.
Er zijn ook vaker alleenstaande vaders bijgekomen tegenover vroeger alhoewel er
nog steeds veel meer alleenstaande moeders zijn dit komt doordat gehuwde
mannen vaker op jonge leeftijd overlijden en doordat na een echtscheiding het
hoederecht vaker aan de vrouw wordt toegekend
Daarentegen bleek ook dat de gezinnen met meer familiekernen (bv. twee gehuwde koppels
die samenwonen) explosief gedaald is sinds 1961 maar sinds 2007 begint dit terug te
stijgen een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn doordat er nieuwe initiatieven
ontstaan waarbij ouderen intrekken bij hun kinderen, zoals bijvoorbeeld kangoeroewonen)
Dit alles tezamen (stijging woningen en dalen van huishoudens met meer familiekernen) wijst
op gezinsindividualisering en gezinsverdunning
2
, Gezinsindividualisering: de tendens dat afzonderlijke gezinseenheden zich losmaken
uit patronen van samenwonen met anderen
Gezinsverdunning: kleiner wordende gezinsomvang
Aantal huishoudleden
Het aantal ‘grote’ gezinnen en de gezinnen met 2 en (vooral)3 personen daalt daarentegen
blijft het aandeel van de gezinnen bestaande uit 4 personen ongeveer constant
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 60% van de Vlaamse vrouwen een gezin met 2 kinderen
ideaal vindt dit weerspiegeld het idee dat het ‘ideale’ gezin uit een (gehuwd) koppel met
twee kinderen bestaat
Daarnaast kiest ongeveer 20% voor een gezin met 3 kinderen en slechts 13,5% kiest voor een
gezin met één kind
Huwelijksuitingen
Sinds de jaren ’70 is het brutohuwelijkscijfer (het aantal huwelijksuitingen per 1.000
inwoners per jaar) gedaald tussen 1960 en 1970 schommelde dit nog tussen 7,1 en 7,6
terwijl het in 2015 nog slechts 3,56 was er is dus een duidelijke daling van de
huwelijksintensiteit hierbij blijkt ook een verschil per gewest
+ homohuwelijken: in vlaanderen drie keer meer dan in wallonie, en vijf keer meer dan Bhg
Daarnaast is er ook nog hertrouw dit kan in twee verschillende situaties plaatsvinden
1. Verweduwden kunnen opnieuw een huwelijk aangaan, na het overleiden van hun
partner een duidelijke daling.
2. Gescheidenen kunnen opnieuw een huwelijk aangaan
Wat blijkt is dat de hertrouwintensiteit tegenover 1970 sterk gedaald is
3
,Echtscheidingen
Sinds 1970 neemt het aantal echtscheidingen toe
De stijging vanaf 1972 is te danken aan de versoepeling van de wetgeving op de
echtscheidingen dit veroorzaakt na 1972 een inhaaleffect echtscheidingen die voor 1920
niet konden of bemoeilijkt werden, konden nu wel
Hierna zien we een stijging tot 2007 dit heeft alles te maken met de nieuwe
echtscheidingsprocedure die inging op 1 september 2007 hierdoor werden nog meer dan
in 1970 echtscheidingen uitgesteld tot deze regel in werking trad vandaar dus de lichte
daling er voor
o Voorziet bv een verkorting van de minimumduur van het huwelijk en een inperking
van de betekenis ‘schuld’ bij het mislukken van een huwelijk.
Niet enkel het juridisch kader heeft geholpen voor meer echtscheidingen
Ook het feit dat vrouwen economisch minder afhankelijk zijn heeft zeker geholpen
Echtscheiding is sociaal aanvaardbaarder geworden
Door secularisering en individualisering
Sinds 1830 bestaan er 3 vormen van echtscheiding
1. Echtscheiding op grond van bepaalde feiten = ‘divorce sanction’
2. Echtscheiding op grond van meer dan twee jaar feitelijke scheidingen
3. Echtscheiding door wederzijdse toestemming = EOT – ‘divorce d’accord’
Deze laatste vorm was aan zee strikte voorwaarde onderworpen (inzake leeftijd van partners,
huwelijksduur, toestemming ouders, …), was erg complex en werd ontmoedigd door
4
,verveldende gevolgen voor betrokkenen te verbinden. zo werd hertrouwing in tijd beperkt
en nog heel veel andere dingen
Na WOII werd dit afgebouwd en werden er weer nieuwe vormen van echtscheiding
ingebracht
o De wet van 1972: waardoor het principe van eigendomsoverdracht aan de
kinderen geheel werd afgeschaft.
o Als gevolg van een aantal wetten vanaf 1 jan 1975 echtscheiding in belgie
mogelijk op basis van: overspel door één van beide echtgenoten (verschil
tussen man en vrouw werd afgeschaft), gewelddaden, mishandelingen en grove
beledigingen.
o Ook de lengte van feitelijk gescheiden werd gereduceerd van 10 naar 5 en later
naar 2 jaar.
Deze werden allemaal door de wet van 2007 vervangen door ‘echtscheiding op basis
van onherstelbare ontwrichting’ = EOO: kan sinsdien worden aangevraagd wanneer
de voortzetting van het samenleven en de hervatting ervan redelijkerwijze onmogelijk
is geworden door een bewijsbare onherstelbare ontwrichting.
Het merendeel van de echtscheidingsaanvragen gaat dus uit van beide echtgenoten samen. =>
de verhoudig EOO/EOT ongeveer 40/60 (verschilt per gewest, in bhg bijna 60% door één)
Echtscheiding is uiteraard niet zomaar iets zonder ‘gevolgen’ er zijn namelijk verschillende
gevolgen verbonden aan echtscheiding
Demografisch
o Kwantitatief: oa. meer huishoudens, meer single(s) (parents)
o Kwalitatief: meer mensen met gezinsverleden, instabiele
levensloop, veel opeenvolgende gezinscontexten en –transities
Sociaal-emotioneel
o Voor gescheidenen zelf
o Voor de kinderen
o Breder netwerk
5
, Financieel-economisch
o Divorce divide: reproductie en versterking sociale ongelijkheden
o Eenverdieners
o Maatschappelijke kosten
o Woningmarkt
Praktische uitlopers met emotionele tentakels
o bv. voor leerkrachten tijdens ouderavond
o bv. voor vrijetijdsactoren, sportclubs, …
ongehuwd samenwonen
er zijn verschillende vormen van ongehuwd samenwonen en het kan zowel voor (pre-
maritaal samenwonen) als na het huwelijk optreden (postmaritaal samenwonen)
ongehuwd samenwonen wordt niet officieel geregistreerd (kan dus moeilijk berekend worden:
geschat op basis van rijksregistergegevens) tenzij bijvoorbeeld wettelijke samenwoning
of een geregistreerd samenlevingscontract
vandaag de dag is ongehuwd samenwonen zonder twijfel veel populairder dan het huwelijk
de wet tot invoering van de wettelijke samenwoning is in werking getreden op 1 jan 2000
wie wettelijk wil samenwonen dient een verklaring van feitelijke samenwoning af te leggen
door middel van een geschrift aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeenschappelijke woonplaats dit was in 2014 bijna evenveel als de belgen die huwden.
Weer met regionale verschillen (vooral in vlaanderen 59%, wallonie 33%, 7% bhg)
Daarbij komt de groep ongehuwd samenwonende die geen verklaring tot wettelijke
samenwoning ontdertekenen -> wordt 3 keer zo groot geschat als de groep wettelijk
samenwonende.
vruchtbaarheid
De afgelopen decennia heeft België de overgang gemaakt van een land met een relatief hoog
vruchtbaarheidscijfer naar een land met een lage vruchtbaarheid
Om dit te zien worden er onderscheiden gemaakt
leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers (LVC)
o in de loop van één jaar
o het is de proportie van het aantal kinderen geboren uit vrouwen van een
bepaalde leeftijd(sgroep) ten opzicht van alle vrouwen van die leeftijd(sgroep)
o meestal wordt een leeftijdsbereik tussen 15 tot 45/50 gebruikt
totale vruchtbaarheidscijfers (TVC) = de som van de (LVC)
o de som van de 30/35 cijfers van de LVC
o men noemt het dikwijls het ‘gemiddeld aantal kinderen per vrouw’ klopt
niet helemaal
6
, eigenlijk drukt het cijfer het gemiddeld aantal kinderen uit dat een
vrouw (of een groep vrouwen) ter wereld zou brengen in dien
gedurende haar gehele vruchtbare levensfase de in een bepaald
kalenderjaar waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers
zouden blijven gelden.
o via het TVC kunnen we info krijgen over de mate waarin het
vervangingsniveau van een bevolking bereikt wordt = vruchtbaarheidsniveau
waarbij een cohorte van vouwen gemiddeld precies genoeg dochters krijgt om
zichzelf te vervangen.
Deze vervanging van de generaties wordt gewaarborgd wanneer 100 vrouwen 200 kinderen
ter wereld brengen maar voor elke 100 meisjes die geboren worden, worden er 105
jongens geboren daarbovenop moeten we ook rekening (procreatieve fase) houden dat er
voor de 100 meisjes die geboren worden ongeveer 3 zullen sterven voor hun proactieve
leeftijd wanneer we dit optellen komen we op 208
dit houdt dus in dat er per 100 vrouwen 208 kinderen moeten geboren worden, of dus
2,1 kind per vrouw
deze waarde wordt al sinds 1972 niet meer bereikt in België bedroeg in 2015 het
totaal vruchtbaarheidscijfer 1,69
de denataliteit: eigenlijk was er al sinds na 1875 (helemaal niet exact, ongeveer) een dalende
nataliteit de 20-jarige babyboom wordt beschouwd als een korte onderbreking van deze
demografische transitie
de eerste wereldoorlog leidde tot massale sterfte en een sterk verminderde nataliteit, maar de
demografische trend van voordien zetten zich daarna weer voor. Ook na 2de WO repareerde de
geboortecijfers zich achteraf fors.
sinds de jaren ’70 liggen de geboortecijfers bijna even laag als de sterftecijfers waardoor de
bevolking slechts in kleine mate groeit dit maakt op zich niet echt uit, maar experten
verwachten voor de toekomst dat er een hoger sterftecijfer zal zijn dan geboortecijfer
7
,wel verwachten experts ook dat het TVC in België licht zal stijgen, maar nog steeds onder de
2,1 , wat dus een bevolkingsafname betekent
er is ook een belangrijke shift in de context van geboorten
buitenrechtelijke geboorten: (van binnen naar buiten het huwelijk)
o opgelopen en varieert per gewest in belgie van 2,1% naar 49,7% in 2014
o meer dan de helft van de geboorten gebeurd buiten het huwelijk terwijl dit in
1990 slechts 7% was
o 25% van de 0-17 woont niet met beide ouders in hetzelfde huis
Er zijn ook veel uitgestelde kinderen bv. door echtscheidingen worden ouders
‘ouder’
Een laatste belangrijke factor voor de dalende vruchtbaarheid is de opkomst van de pil en
andere anticonceptiemiddelen
Ook een genderverschuiving binnen het huishouden was belangrijk door de
vrouwenemancipatie had de vrouw ‘iets anders te doen dan met kinderen bezig zijn’
Evolutie?
Van private moederrol naar publieke en gezamenlijke ouderrol
o Publiek: Er zijn nu kostenwinners binnen het gezin
Evolutie van private moederrol naar publieke, gezamenlijke ouderrol:
o Doing family: gezinsactiviteiten, gezinsvakanties, …
o Showing family: babyborrels, gezinsfoto’s, facebookpagina’s, …
o Ouderschap’hypes’: attachment parenting (borstvoeding, draagdoeken, …)
o Gezin als consumptie-eenheid: gezinsuitstappen en –reizen, aanbod musea,
restaurants, vrijetijd, nutella,
Het oudersysteem wordt belangrijker dan het partnersysteem
o Zo is er bijvoorbeeld co-ouderschap na scheidingen
Er is ook een ‘paradox van het hedendaagse ouderschap’
8
Geert Van Hootegem
2025-2026
1
, Primaire relaties
De laatste decennia is er heel veel veranderd op vlak relatievorming
Vanaf de jaren ’60 grote veranderingen: echtscheiding, aantal kinderen per gezin,
eenoudergezinnen. Dinks = double income no kids, latrelatie = living apart together, hola’s
= huwelijken op loopafstand.
De primaire relaties in cijfers
Huishoudens en gezinnen
Huishouden = hetzij één persoon die alleen leeft, hetzij twee of meer personen die al dan niet
door familiale verbanden verbonden, in één woning samenleven
In de afgelopen eeuw zien we dat er veel meer huishoudens zijn bijgekomen, maar ook dat
deze huishoudens steeds kleiner worden in 1846 omvatte het gemiddelde huishouden nog
bijna 5 personen, in 1970 ongeveer 3 en in 2013 2,6
huishoudtypes
het aantal private gezinnen is de laatste jaren enorm gestegen tussen 1961 en 2016 was er
een stijging van maar 2.000.000 eenheden hier zijn enkele verklaringen voor:
Tussen 1961 en 2016 steeg het aantal éénpersoonsgezinnen met 5% s
Er waren ook heel veel huishoudens die geen familiekernen vormden bv. 2
vrienden die officieel samenwonen of broer en zus die samenwonen deze groep
verdubbelde tussen 1961 en 2016
Er zijn éénoudergezinnen bijgekomen (steeg met 2,1%)
Op 46 jaar tijd vervijfvoudigde het aantal alleenstaande vaders met ongehuwde
kinderen terwijl de groep alleenstaande moeders verdrievoudigde.
Er zijn ook vaker alleenstaande vaders bijgekomen tegenover vroeger alhoewel er
nog steeds veel meer alleenstaande moeders zijn dit komt doordat gehuwde
mannen vaker op jonge leeftijd overlijden en doordat na een echtscheiding het
hoederecht vaker aan de vrouw wordt toegekend
Daarentegen bleek ook dat de gezinnen met meer familiekernen (bv. twee gehuwde koppels
die samenwonen) explosief gedaald is sinds 1961 maar sinds 2007 begint dit terug te
stijgen een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn doordat er nieuwe initiatieven
ontstaan waarbij ouderen intrekken bij hun kinderen, zoals bijvoorbeeld kangoeroewonen)
Dit alles tezamen (stijging woningen en dalen van huishoudens met meer familiekernen) wijst
op gezinsindividualisering en gezinsverdunning
2
, Gezinsindividualisering: de tendens dat afzonderlijke gezinseenheden zich losmaken
uit patronen van samenwonen met anderen
Gezinsverdunning: kleiner wordende gezinsomvang
Aantal huishoudleden
Het aantal ‘grote’ gezinnen en de gezinnen met 2 en (vooral)3 personen daalt daarentegen
blijft het aandeel van de gezinnen bestaande uit 4 personen ongeveer constant
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 60% van de Vlaamse vrouwen een gezin met 2 kinderen
ideaal vindt dit weerspiegeld het idee dat het ‘ideale’ gezin uit een (gehuwd) koppel met
twee kinderen bestaat
Daarnaast kiest ongeveer 20% voor een gezin met 3 kinderen en slechts 13,5% kiest voor een
gezin met één kind
Huwelijksuitingen
Sinds de jaren ’70 is het brutohuwelijkscijfer (het aantal huwelijksuitingen per 1.000
inwoners per jaar) gedaald tussen 1960 en 1970 schommelde dit nog tussen 7,1 en 7,6
terwijl het in 2015 nog slechts 3,56 was er is dus een duidelijke daling van de
huwelijksintensiteit hierbij blijkt ook een verschil per gewest
+ homohuwelijken: in vlaanderen drie keer meer dan in wallonie, en vijf keer meer dan Bhg
Daarnaast is er ook nog hertrouw dit kan in twee verschillende situaties plaatsvinden
1. Verweduwden kunnen opnieuw een huwelijk aangaan, na het overleiden van hun
partner een duidelijke daling.
2. Gescheidenen kunnen opnieuw een huwelijk aangaan
Wat blijkt is dat de hertrouwintensiteit tegenover 1970 sterk gedaald is
3
,Echtscheidingen
Sinds 1970 neemt het aantal echtscheidingen toe
De stijging vanaf 1972 is te danken aan de versoepeling van de wetgeving op de
echtscheidingen dit veroorzaakt na 1972 een inhaaleffect echtscheidingen die voor 1920
niet konden of bemoeilijkt werden, konden nu wel
Hierna zien we een stijging tot 2007 dit heeft alles te maken met de nieuwe
echtscheidingsprocedure die inging op 1 september 2007 hierdoor werden nog meer dan
in 1970 echtscheidingen uitgesteld tot deze regel in werking trad vandaar dus de lichte
daling er voor
o Voorziet bv een verkorting van de minimumduur van het huwelijk en een inperking
van de betekenis ‘schuld’ bij het mislukken van een huwelijk.
Niet enkel het juridisch kader heeft geholpen voor meer echtscheidingen
Ook het feit dat vrouwen economisch minder afhankelijk zijn heeft zeker geholpen
Echtscheiding is sociaal aanvaardbaarder geworden
Door secularisering en individualisering
Sinds 1830 bestaan er 3 vormen van echtscheiding
1. Echtscheiding op grond van bepaalde feiten = ‘divorce sanction’
2. Echtscheiding op grond van meer dan twee jaar feitelijke scheidingen
3. Echtscheiding door wederzijdse toestemming = EOT – ‘divorce d’accord’
Deze laatste vorm was aan zee strikte voorwaarde onderworpen (inzake leeftijd van partners,
huwelijksduur, toestemming ouders, …), was erg complex en werd ontmoedigd door
4
,verveldende gevolgen voor betrokkenen te verbinden. zo werd hertrouwing in tijd beperkt
en nog heel veel andere dingen
Na WOII werd dit afgebouwd en werden er weer nieuwe vormen van echtscheiding
ingebracht
o De wet van 1972: waardoor het principe van eigendomsoverdracht aan de
kinderen geheel werd afgeschaft.
o Als gevolg van een aantal wetten vanaf 1 jan 1975 echtscheiding in belgie
mogelijk op basis van: overspel door één van beide echtgenoten (verschil
tussen man en vrouw werd afgeschaft), gewelddaden, mishandelingen en grove
beledigingen.
o Ook de lengte van feitelijk gescheiden werd gereduceerd van 10 naar 5 en later
naar 2 jaar.
Deze werden allemaal door de wet van 2007 vervangen door ‘echtscheiding op basis
van onherstelbare ontwrichting’ = EOO: kan sinsdien worden aangevraagd wanneer
de voortzetting van het samenleven en de hervatting ervan redelijkerwijze onmogelijk
is geworden door een bewijsbare onherstelbare ontwrichting.
Het merendeel van de echtscheidingsaanvragen gaat dus uit van beide echtgenoten samen. =>
de verhoudig EOO/EOT ongeveer 40/60 (verschilt per gewest, in bhg bijna 60% door één)
Echtscheiding is uiteraard niet zomaar iets zonder ‘gevolgen’ er zijn namelijk verschillende
gevolgen verbonden aan echtscheiding
Demografisch
o Kwantitatief: oa. meer huishoudens, meer single(s) (parents)
o Kwalitatief: meer mensen met gezinsverleden, instabiele
levensloop, veel opeenvolgende gezinscontexten en –transities
Sociaal-emotioneel
o Voor gescheidenen zelf
o Voor de kinderen
o Breder netwerk
5
, Financieel-economisch
o Divorce divide: reproductie en versterking sociale ongelijkheden
o Eenverdieners
o Maatschappelijke kosten
o Woningmarkt
Praktische uitlopers met emotionele tentakels
o bv. voor leerkrachten tijdens ouderavond
o bv. voor vrijetijdsactoren, sportclubs, …
ongehuwd samenwonen
er zijn verschillende vormen van ongehuwd samenwonen en het kan zowel voor (pre-
maritaal samenwonen) als na het huwelijk optreden (postmaritaal samenwonen)
ongehuwd samenwonen wordt niet officieel geregistreerd (kan dus moeilijk berekend worden:
geschat op basis van rijksregistergegevens) tenzij bijvoorbeeld wettelijke samenwoning
of een geregistreerd samenlevingscontract
vandaag de dag is ongehuwd samenwonen zonder twijfel veel populairder dan het huwelijk
de wet tot invoering van de wettelijke samenwoning is in werking getreden op 1 jan 2000
wie wettelijk wil samenwonen dient een verklaring van feitelijke samenwoning af te leggen
door middel van een geschrift aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeenschappelijke woonplaats dit was in 2014 bijna evenveel als de belgen die huwden.
Weer met regionale verschillen (vooral in vlaanderen 59%, wallonie 33%, 7% bhg)
Daarbij komt de groep ongehuwd samenwonende die geen verklaring tot wettelijke
samenwoning ontdertekenen -> wordt 3 keer zo groot geschat als de groep wettelijk
samenwonende.
vruchtbaarheid
De afgelopen decennia heeft België de overgang gemaakt van een land met een relatief hoog
vruchtbaarheidscijfer naar een land met een lage vruchtbaarheid
Om dit te zien worden er onderscheiden gemaakt
leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers (LVC)
o in de loop van één jaar
o het is de proportie van het aantal kinderen geboren uit vrouwen van een
bepaalde leeftijd(sgroep) ten opzicht van alle vrouwen van die leeftijd(sgroep)
o meestal wordt een leeftijdsbereik tussen 15 tot 45/50 gebruikt
totale vruchtbaarheidscijfers (TVC) = de som van de (LVC)
o de som van de 30/35 cijfers van de LVC
o men noemt het dikwijls het ‘gemiddeld aantal kinderen per vrouw’ klopt
niet helemaal
6
, eigenlijk drukt het cijfer het gemiddeld aantal kinderen uit dat een
vrouw (of een groep vrouwen) ter wereld zou brengen in dien
gedurende haar gehele vruchtbare levensfase de in een bepaald
kalenderjaar waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers
zouden blijven gelden.
o via het TVC kunnen we info krijgen over de mate waarin het
vervangingsniveau van een bevolking bereikt wordt = vruchtbaarheidsniveau
waarbij een cohorte van vouwen gemiddeld precies genoeg dochters krijgt om
zichzelf te vervangen.
Deze vervanging van de generaties wordt gewaarborgd wanneer 100 vrouwen 200 kinderen
ter wereld brengen maar voor elke 100 meisjes die geboren worden, worden er 105
jongens geboren daarbovenop moeten we ook rekening (procreatieve fase) houden dat er
voor de 100 meisjes die geboren worden ongeveer 3 zullen sterven voor hun proactieve
leeftijd wanneer we dit optellen komen we op 208
dit houdt dus in dat er per 100 vrouwen 208 kinderen moeten geboren worden, of dus
2,1 kind per vrouw
deze waarde wordt al sinds 1972 niet meer bereikt in België bedroeg in 2015 het
totaal vruchtbaarheidscijfer 1,69
de denataliteit: eigenlijk was er al sinds na 1875 (helemaal niet exact, ongeveer) een dalende
nataliteit de 20-jarige babyboom wordt beschouwd als een korte onderbreking van deze
demografische transitie
de eerste wereldoorlog leidde tot massale sterfte en een sterk verminderde nataliteit, maar de
demografische trend van voordien zetten zich daarna weer voor. Ook na 2de WO repareerde de
geboortecijfers zich achteraf fors.
sinds de jaren ’70 liggen de geboortecijfers bijna even laag als de sterftecijfers waardoor de
bevolking slechts in kleine mate groeit dit maakt op zich niet echt uit, maar experten
verwachten voor de toekomst dat er een hoger sterftecijfer zal zijn dan geboortecijfer
7
,wel verwachten experts ook dat het TVC in België licht zal stijgen, maar nog steeds onder de
2,1 , wat dus een bevolkingsafname betekent
er is ook een belangrijke shift in de context van geboorten
buitenrechtelijke geboorten: (van binnen naar buiten het huwelijk)
o opgelopen en varieert per gewest in belgie van 2,1% naar 49,7% in 2014
o meer dan de helft van de geboorten gebeurd buiten het huwelijk terwijl dit in
1990 slechts 7% was
o 25% van de 0-17 woont niet met beide ouders in hetzelfde huis
Er zijn ook veel uitgestelde kinderen bv. door echtscheidingen worden ouders
‘ouder’
Een laatste belangrijke factor voor de dalende vruchtbaarheid is de opkomst van de pil en
andere anticonceptiemiddelen
Ook een genderverschuiving binnen het huishouden was belangrijk door de
vrouwenemancipatie had de vrouw ‘iets anders te doen dan met kinderen bezig zijn’
Evolutie?
Van private moederrol naar publieke en gezamenlijke ouderrol
o Publiek: Er zijn nu kostenwinners binnen het gezin
Evolutie van private moederrol naar publieke, gezamenlijke ouderrol:
o Doing family: gezinsactiviteiten, gezinsvakanties, …
o Showing family: babyborrels, gezinsfoto’s, facebookpagina’s, …
o Ouderschap’hypes’: attachment parenting (borstvoeding, draagdoeken, …)
o Gezin als consumptie-eenheid: gezinsuitstappen en –reizen, aanbod musea,
restaurants, vrijetijd, nutella,
Het oudersysteem wordt belangrijker dan het partnersysteem
o Zo is er bijvoorbeeld co-ouderschap na scheidingen
Er is ook een ‘paradox van het hedendaagse ouderschap’
8