BANKWEZEN
Compacte examensamenvatting
Rol van het financieel systeem · Fintech · Accounting · ALM · Risk & Regulation
Prof. dr. Tom Franck
★ Rode kaders markeren expliciet aangekondigde examenstof
Pagina
, Bankwezen — Examensamenvatting
Inhoud
Inhoud ........................................................................................................................................................... 2
0 · Introductie: banken & rendement ............................................................................................................. 3
1 · Rol van het financieel systeem & intermediairs ....................................................................................... 3
1.1 Waarom bestaan er banken? .............................................................................................................. 4
1.2 Schaduwbanken (shadow banking) .................................................................................................... 4
1.3 Valkuilen van regulering ...................................................................................................................... 5
1.4 Waarom intermediatie bestaat — twee oorzaken ............................................................................... 5
1.5 Entailing costs & de oplossingen van de bank .................................................................................... 6
1.6 Voor- en nadelen van (schaduw)intermediatie ................................................................................... 7
1B · Fintech: technologie & financiële spelers .............................................................................................. 8
2 · Accounting-perspectief .......................................................................................................................... 10
2.1 Vier brillen om naar een bank te kijken ............................................................................................. 10
2.2 Vereenvoudigde bankbalans ............................................................................................................. 10
2.3 Deposito's: waarom zicht 'goud' waard is ......................................................................................... 11
2.4 Gezondheid meten: solvabiliteit ........................................................................................................ 11
2.5 Gezondheid meten: liquiditeit ............................................................................................................ 12
2.6 Kwaliteit van de kredietportefeuille .................................................................................................... 13
2.7 Resultatenrekening & winstgevendheid ............................................................................................ 14
2.8 IAS/IFRS-standaarden ...................................................................................................................... 15
3 · Asset-Liability Management (ALM) ........................................................................................................ 18
3.1 Wat is ALM & organisatie .................................................................................................................. 18
3.2 Drie kerntaken van ALM .................................................................................................................... 18
4 · Risk-perspectief ..................................................................................................................................... 21
4.1 Waarom risicobeheer complex is ...................................................................................................... 21
4.2 Organisatie: de 'boom' & de 3 lines of defence ................................................................................. 21
4.3 Zijn er meer risico's? & efficiëntie...................................................................................................... 21
4.4 Risicostrategie, -appetijt & cultuur ..................................................................................................... 22
4.5 Corporate governance....................................................................................................................... 22
5 · Regulering, toezicht & Basel-akkoorden................................................................................................ 23
5.1 Doelstellingen van regulering ............................................................................................................ 23
5.2 Organisatie van het toezicht .............................................................................................................. 24
5.3 Solvabiliteit: accounting vs. prudentieel ............................................................................................ 25
5.4 Hoeveel kapitaal? (Modigliani & Miller, '58) ...................................................................................... 26
5.5 Evolutie van de Basel-akkoorden...................................................................................................... 27
6 · Examenchecklist & kernformules ........................................................................................................... 35
Pagina
, Bankwezen — Examensamenvatting
0 · Introductie: banken & rendement
Kernidee: risicobeheer is het hart van finance. Een bank is per definitie een risicovol bedrijf;
aandeelhouders dragen dat risico en verwachten er een rendement voor. Complexiteit is gevaarlijk, denk
aan incentives + governance staan centraal.
ROA, ROE en hefboom (leverage)
Een bank haalt een lage marge op haar activa, maar door een grote hefboom (veel vreemd vermogen
t.o.v. weinig eigen vermogen) wordt dat een aantrekkelijk rendement op eigen vermogen.
EU gemiddelde is ROE van 5-6%; Cost of equity is 12-14% → ROE is dus veel lager → price-to-book
(lager dan 1) → maarwaarde < boekwaarde
➔ Om toch aan verwachte ROE te komen verhogen ze de leverage enorm
ROA = winst / totale activa (≈ 0,8 %)
ROE = winst / eigen vermogen (≈ 15 %)
Leverage = totale activa / eigen vermogen (≈ 18,75)
ROE = ROA × Leverage
Intuïtie: ROA ≈ 0,8 % lijkt mager, maar met een hefboom van ~18,75 levert dat een ROE van ~15 %.
Hoe hoger de hefboom, hoe hoger het rendement én het risico — precies daarom reguleert de overheid
het minimale eigen vermogen (Reglementaire minimum van leverage ratio is 3%)
Doelstellingen van de cursus
• De rol van banken binnen het financieel systeem begrijpen (waarom bestaan tussenpersonen?).
• De drivers van bankieren onderscheiden: accountingregels, prudentiële regels en technologie.
• De financiële risico's identificeren en leren beheren.
• Inzicht ontwikkelen in het beheren van een bankbalans
Vier risicofamilies (komen overal terug):
• Kredietrisico (PD = probability of default, LGD = loss given default, EAD = exposure at default)
• Transformatierisico's (rente-, liquiditeits-, wisselkoersrisico)
o Liquiditeitsrisico: Bank heeft lange termijn activa (kredieten) en korte termijn passiva
(deposito’s)
• Business & operationele risico's (cyber, compliance, reputatie)
• Marktrisico's (equity risk, …)
Risk management = hart van de bank (bank neemt veel risico uit de maatschappij)
1 · Rol van het financieel systeem & intermediairs
Pagina
, Bankwezen — Examensamenvatting
1.1 Waarom bestaan er banken?
Spaarders en leners kunnen elkaar direct of indirect vinden (debt vs equity). De centrale vraag van dit
deel: als direct financieren goedkoper is, waarom gebeurt dat dan niet altijd?
Direct / Transaction based Indirect / Relationship based
Spaarder financiert lener rechtstreeks (OTC, Een tussenpersoon (financial intermediary) 'vormt
peer-to-peer, crowdfunding, …) of via financiële geld om': banken en schaduwbanken (vb: private
markten / shadow banken (beurs, …). credit → minder regels).
Actualiteit: Private credit = pensioenfondsen, investeerders, … nemen meer risico en verwachte hogere
rendementen
• Is nog niet goed ontwikkeld in Europa (wel lucratief in laatste paar jaar → zorgt dat mensen te
enthousiast worden / te veel risico nemen)
• Paar spelers hebben zich goed mispakt (software markt) → wordt overgenomen door AI?
(ongerustheid = grootste angst bankier)
• Bij Private credit is het veel moeilijker om meteen je geld eruit te halen (willen geld terug door de
ongerustheid van AI) → domino-effect als een speler omvalt?
% van Belgische huishoudens die bepaalde asset heeft? Deposito's (spaar + zicht, ≈ 100 %) ›
pensioensparen (≈ 50 %) › beleggingsfondsen (≈ 21 %) › aandelen › obligaties. Conclusie: weinig
gespreid, veel in laagrentende producten + laagste inkomens hebben vaak geen beleggingen.
1.2 Schaduwbanken (shadow banking)
Shadow banking = kredietbemiddeling buiten het reguliere bankensysteem. Het brengt ook geld van
sparers naar leners, maar via constructies die ontsnappen aan de strenge bankregels.
De 'bankschroef' (ballon-metafoor): sinds 2008 knijpt regulering de traditionele banken af, terwijl de
vraag naar leningen blijft. Het geld stroomt daardoor naar shadow banking.
• Traditioneel: huishouden → bank → krediet. Eén tussenpartij.
• Lange keten van intermediatie (shadow): het proces wordt opgeknipt in stappen/partijen →
minder transparant, complexere contracten.
◦ VB: Effectisering: allemaal huiskredieten samengenomen (met niet terugbetalingen van gemiddeld 1%-2%) → je
hebt hier ook nog lagen in (senior, mezzanine en junior trange); senior level is heel weinig risico (heel kredietwaardig
papier) want die krijgen hun geld eerst (AAA rating) + Mezzanine is iets meer risico (krijgen geld pas na senior) (A of
BBB rating → verwachten meer rendement dan ook) + Laatste 1% zijn junior met veel meer risico en meer
rendement
◦ Zo een zak met huiskredieten is homogeen opgebouwd (geen villa krediet met een kleine studio → is moeilijk om
rating te bepalen) → Ze begonnen zakken te maken met studieleningen, autoleningen, … → Dan begonnen ze
zakken in zakken te steken met verschillende tranges (mezzanine zakken bijvoorbeeld) → die zakken werden
gemaakt om snel door te verkopen (niet meer mijn probleem)
◦ Banken begonnen hypothecaire kredieten aan iedereen te geven (huizenprijzen gaan toch stijgen), ook mensen die
nog niet werkte konden wachten met afbetalen + als ze het later niet konden betalen kan je het toch verkopen voor
winst → zakken werden zo gevuld en doorverkocht → Als NPL (niet terugbetalensrate) stijgt, daalt de rating in
werkelijkheid (op papier nog steeds AAA) → als vertrouwen weg is, stort het in zoals in 2008
Pagina