Internationaal recht – Jan Wouters
Hoofdstuk 1. Basiskenmerken van internationaal recht
Definitie
Volkenrecht/internationaal recht = geheel van rechtsnormen dat de
internationale betrekkingen regelt tussen Staten
19e eeuw: enkel Staten kunnen subject zijn van IR
Konden internationale rechtspersoonlijkheid bezitten
Droegen volkenrechtelijke rechten en verplichtingen
20e eeuw: betrekkingen tussen Staten en Internationale
Organisaties, tussen Staten, tussen IO’s onderling, tussen Staten en
natuurlijke- of rechtspersonen
Kunnen nu ook internationale rechtspersoonlijkheid bezitten
Dragen nu ook volkenrechtelijke rechten en verplichtingen
Volkenrecht/internationaal recht = het geheel van regels die de
internationale betrekkingen beheersen
Waarom blijven de Staten centrale actoren?
De Staten hebben nog steeds de ruimste bevoegdheden: ze kunnen
kiezen of ze toetreden of niet, kunnen uittreden als ze het willen, …
Lid VN
Beroep op veiligheidsraad of AV (Art. 35 VN-Handvest)
Partij voor Internationaal Gerechtshof (Art. 34, 1e lid statuut IGH)
Internationale organisaties
Onderscheid tussen:
Internationaal publiekrecht: het volkenrecht, het IR
Internationaal privaatrecht: nationaal recht dat regels bevat om vast
te stellen welk (nationaal) recht van toepassing is op een
privaatrechtelijke rechtsbetrekking die aanknopingspunten heeft
met meer dan één nationale rechtsorde bv. aanrijding van Belgische
en Duitse auto’s op Zwitsers grondgebied
Functies van het internationaal recht
Bevoegdheid volkenrechtelijke subjecten afbakenen (co-existentie)
Afbakening van bevoegdheden
In de ruimte (ratione territorii): territorialiteitsbeginsel = een
Staat kan zijn bevoegdheden slechts uitoefenen binnen zijn
territorium
In de tijd (ratione temporis): het internationaal recht regelt
problemen inzake het ontstaan van nieuwe Staten en de opvolging
van Staten bv. uiteenvallen van de Sovjet-unie, splitsing van
Tsjecho-Slowakije, Duitse eenmaking, …
Wat de persoon betreft (ratione personae):
Actief/passief personaliteitsbeginsel = uitoefenen van
extraterritoriale jurisdictie m.b.t. eigen onderdanen
1
, Immuniteiten = bepaalde personen/entiteiten kunen niet aan
zijn jurisdictie onderworpen zijn hoewel ze zich toch op zijn
grondgebied bevinden bv. buitenlandse
staatshoofden/regeringsleiders, diplomatieke/consulaire
ambtenaren, internationale organisaties, …
Wat het onderwerp betreft (ratione materiae): Staten verlenen
slechts bepaalde bevoegdheden aan internationale organisaties en
die zijn gebonden door het beginsel van toegewezen bevoegdheden
Reguleren van de interacties tussen de volkenrechtelijke rechtssubjecten
(co-existentie)
Geschillenbeslechting en -preventie (biljartballen die elkaar niet
raken)
Gebruik van geweld:
Ius ad bellum: legaliteit van de oorlog
o Mag een land een ander land aanvallen
o Nee, het gebruik/dreiging van geweld is uitdrukkelijk
verboden
o Wel zelfverdedigingsrecht als het wel aangevallen wordt
Ius in bello: welke regels zijn toepasselijk tijdens de oorlog
o Conventies van Genève 1949
o Staten moeten onderscheid maken tussen militaire en
burgerlijke aanval je mag nooit de burger aanvallen
o Leggen oorlogsgedragsregels op
Gebruik van grondgebieden:
o Elke Staat is soeverein
o Je mag je grondgebied niet gebruiken op een manier die
schade toebrengt aan een ander grondgebied
Diplomatieke en consulaire betrekkingen
Er bestaan verschillende lagen diplomaten
Europese diplomatieke dienst met eigen ambassades in de EU
Diplomatiek: politiek van aard
Consulair: administratief/burgerlijk van aard
Staatsaansprakelijkheid
Vergelijken met domein voor burgerlijke aansprakelijkheid
voor onrechtmatige daad
Verschillende landen bestaan vreedzaam naast elkaar
Regelen van samenwerking tussen internationale rechtssubjecten
(coöperatie)
Vooral het recht van de IO’s en instellingen dat sinds WO II tot
sterkte ontwikkeling is gekomen
2
, Slaat ook meer op materieelrechtelijke deelgebieden van het
internationaal recht bv. mensenrechten, arbeidsrecht,
gezondheidsrecht, ruimterecht, strafrecht, …
Plaats gemaakt voor geïnstitutionaliseerde normatieve processen,
waarbij aan bepaalde organen normatieve bevoegdheden zijn
toevertrouwd
EU-recht kan beschouwd worden als recht van integratie = recht
met een eigen rechtsorde die specifieke kenmerken vertoont bv.
voorrang en autonomie van EU-recht & rechtstreekse werking van
ene groot aantal EU-rechtelijke bepalingen
bv. BREXIT Art. 50 VEU geeft lidstaat de mogelijkheid zich terug
te trekken uit EU
Art. 50 VEU kan pas worden ingeroepen als de lidstaat zich
houdt aan de fundamentele waarden van de EU
Voorzien voor wanneer er problemen zouden zijn met
nieuwere lidstaten (zijn die landen wel volledig klaar voor de
fundamentele waarden van de EU uit Art. 2 VEU?)
Art. 7, §2 VEU: het “nucleaire instrument”
o Wapen: vindt mogelijkheid om actie te ondernemen
wanneer een lidstaat de waarden in Art. 2 VEU schendt
o §1: voorkomen van, dialoog met lidstaat waar een
dreiging van de schending van de waarden hangt
o §2: de schending is al definitief vastgesteld
Juridische omkadering en onderbouwing van global governance
Global governance = geheel van formele en informele processen tussen
Staten, organisaties, ondernemingen en mensen, die een antwoord
trachten te bieden op mondiale uitdagingen d.m.v. de formulering en
afdwinging van regels en standaarden, het geven van stimulansen en
sturing, het genereren van informatie en kennis of het beslechten van
geschillen bv. internationale regulering van globale gebieden dei
principieel buiten de jurisdictie van Staten vallen, voorzien in mondiale
collectieve goederen (duurzaam leefmilieu, internationale veiligheid, …)
Basiskenmerken
Geen centrale wetgever
Algemene Vergadering VN ≠ wereldwetgever WANT resoluties zijn
niet-bindend
Wel enorm belangrijk voor de ontwikkeling van het IR
Staten zijn zowel wetgever als wetsonderhorige consensualisme:
de rechtsregels binden de Staten slechts voor zover ze deze hebben
aanvaard
Grondbeginsel: soevereine gelijkheid van Staten (Art. 2 HVN)
Zijn vrij om al dan niet internationale normen te aanvaarden &
je kan je ook terugtrekken uit het verdrag MAAR
uitzondering:
o Regels van ius cogens (dwingend recht): bepaalde
fundamentele normen bv. verbod op foltering, verbod op
3
, massamoord, … mag een Staat niet achterwege laten
door verdragen te sluiten die deze normen tegengaan
o Internationaal gewoonterecht: regels die de meerderheid
van de Staten als bindend ervaren, zijn normen die ‘no
matter what’ gelden voor een Staat
• Persistent objector = de blijvende dwarsligger:
Staat verzet zich tegen nieuwe regels van
internationaal gewoonterecht door te blijven
herhalen dat hij het hier niet mee eens is MAAR
gaat enkel bij het ontstaan van het gewoonterecht
VN heeft unieke legitimiteit en ‘covening power’: organisatie heeft
een universeel karakter en heeft fundamentele bijdrage geleverd tot
een verdere uitbouw van het volkenrecht en de internationale
rechtsorde, MAAR 3 kanttekeningen:
VN heeft altijd te maken gehad met politieke spanningsvelden
bv. binnen Veiligheidsraad, Algemene Vergadering en ECOSOC
VN heeft vele organen, hulporganen, programma’s en fondsen
die elkaar soms intern beconcurreren nood aan
systeemwijde coherentie
VN vormt bijzonder belangrijk universele multilaterale
instelling, maar heeft geen monopolie op de internationale
rechtsvorming
VN heeft meer algemene impulsen gegeven voor mondiaal bestuur
(‘global governance’) van groot belang waren:
Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen: opgesteld in 2000
voor periode 2000-2015
Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen: aangenomen in 2015
en moet tegen 2030 bereikt worden
o Actieplan voor mens, planeet en welvaart
o Voornemen om armoede en honger uit te roeien en
duurzaamheid van de aarde veilig te stellen
o Duurzame ontwikkeling in drie dimensies (economische,
sociale, milieu) op een evenwichtige en geïntegreerde
manier realiseren
Geen centrale rechter
Internationaal Gerechtshof in Den Haag (IGH): kan enkel optreden in
een geschil wanneer Staten zijn jurisdictie vooraf hebben erkend
Maar een 60-tal landen erkennen deze rechtsmacht
Hier is dus geen verplichte rechtsmacht
Wel opkomst verplichte rechtsmacht:
Het nationaal recht
Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg (HvJ)
WTO: Orgaan voor geschillenbeslechting in Genève
o Voorganger: GAT
4
Hoofdstuk 1. Basiskenmerken van internationaal recht
Definitie
Volkenrecht/internationaal recht = geheel van rechtsnormen dat de
internationale betrekkingen regelt tussen Staten
19e eeuw: enkel Staten kunnen subject zijn van IR
Konden internationale rechtspersoonlijkheid bezitten
Droegen volkenrechtelijke rechten en verplichtingen
20e eeuw: betrekkingen tussen Staten en Internationale
Organisaties, tussen Staten, tussen IO’s onderling, tussen Staten en
natuurlijke- of rechtspersonen
Kunnen nu ook internationale rechtspersoonlijkheid bezitten
Dragen nu ook volkenrechtelijke rechten en verplichtingen
Volkenrecht/internationaal recht = het geheel van regels die de
internationale betrekkingen beheersen
Waarom blijven de Staten centrale actoren?
De Staten hebben nog steeds de ruimste bevoegdheden: ze kunnen
kiezen of ze toetreden of niet, kunnen uittreden als ze het willen, …
Lid VN
Beroep op veiligheidsraad of AV (Art. 35 VN-Handvest)
Partij voor Internationaal Gerechtshof (Art. 34, 1e lid statuut IGH)
Internationale organisaties
Onderscheid tussen:
Internationaal publiekrecht: het volkenrecht, het IR
Internationaal privaatrecht: nationaal recht dat regels bevat om vast
te stellen welk (nationaal) recht van toepassing is op een
privaatrechtelijke rechtsbetrekking die aanknopingspunten heeft
met meer dan één nationale rechtsorde bv. aanrijding van Belgische
en Duitse auto’s op Zwitsers grondgebied
Functies van het internationaal recht
Bevoegdheid volkenrechtelijke subjecten afbakenen (co-existentie)
Afbakening van bevoegdheden
In de ruimte (ratione territorii): territorialiteitsbeginsel = een
Staat kan zijn bevoegdheden slechts uitoefenen binnen zijn
territorium
In de tijd (ratione temporis): het internationaal recht regelt
problemen inzake het ontstaan van nieuwe Staten en de opvolging
van Staten bv. uiteenvallen van de Sovjet-unie, splitsing van
Tsjecho-Slowakije, Duitse eenmaking, …
Wat de persoon betreft (ratione personae):
Actief/passief personaliteitsbeginsel = uitoefenen van
extraterritoriale jurisdictie m.b.t. eigen onderdanen
1
, Immuniteiten = bepaalde personen/entiteiten kunen niet aan
zijn jurisdictie onderworpen zijn hoewel ze zich toch op zijn
grondgebied bevinden bv. buitenlandse
staatshoofden/regeringsleiders, diplomatieke/consulaire
ambtenaren, internationale organisaties, …
Wat het onderwerp betreft (ratione materiae): Staten verlenen
slechts bepaalde bevoegdheden aan internationale organisaties en
die zijn gebonden door het beginsel van toegewezen bevoegdheden
Reguleren van de interacties tussen de volkenrechtelijke rechtssubjecten
(co-existentie)
Geschillenbeslechting en -preventie (biljartballen die elkaar niet
raken)
Gebruik van geweld:
Ius ad bellum: legaliteit van de oorlog
o Mag een land een ander land aanvallen
o Nee, het gebruik/dreiging van geweld is uitdrukkelijk
verboden
o Wel zelfverdedigingsrecht als het wel aangevallen wordt
Ius in bello: welke regels zijn toepasselijk tijdens de oorlog
o Conventies van Genève 1949
o Staten moeten onderscheid maken tussen militaire en
burgerlijke aanval je mag nooit de burger aanvallen
o Leggen oorlogsgedragsregels op
Gebruik van grondgebieden:
o Elke Staat is soeverein
o Je mag je grondgebied niet gebruiken op een manier die
schade toebrengt aan een ander grondgebied
Diplomatieke en consulaire betrekkingen
Er bestaan verschillende lagen diplomaten
Europese diplomatieke dienst met eigen ambassades in de EU
Diplomatiek: politiek van aard
Consulair: administratief/burgerlijk van aard
Staatsaansprakelijkheid
Vergelijken met domein voor burgerlijke aansprakelijkheid
voor onrechtmatige daad
Verschillende landen bestaan vreedzaam naast elkaar
Regelen van samenwerking tussen internationale rechtssubjecten
(coöperatie)
Vooral het recht van de IO’s en instellingen dat sinds WO II tot
sterkte ontwikkeling is gekomen
2
, Slaat ook meer op materieelrechtelijke deelgebieden van het
internationaal recht bv. mensenrechten, arbeidsrecht,
gezondheidsrecht, ruimterecht, strafrecht, …
Plaats gemaakt voor geïnstitutionaliseerde normatieve processen,
waarbij aan bepaalde organen normatieve bevoegdheden zijn
toevertrouwd
EU-recht kan beschouwd worden als recht van integratie = recht
met een eigen rechtsorde die specifieke kenmerken vertoont bv.
voorrang en autonomie van EU-recht & rechtstreekse werking van
ene groot aantal EU-rechtelijke bepalingen
bv. BREXIT Art. 50 VEU geeft lidstaat de mogelijkheid zich terug
te trekken uit EU
Art. 50 VEU kan pas worden ingeroepen als de lidstaat zich
houdt aan de fundamentele waarden van de EU
Voorzien voor wanneer er problemen zouden zijn met
nieuwere lidstaten (zijn die landen wel volledig klaar voor de
fundamentele waarden van de EU uit Art. 2 VEU?)
Art. 7, §2 VEU: het “nucleaire instrument”
o Wapen: vindt mogelijkheid om actie te ondernemen
wanneer een lidstaat de waarden in Art. 2 VEU schendt
o §1: voorkomen van, dialoog met lidstaat waar een
dreiging van de schending van de waarden hangt
o §2: de schending is al definitief vastgesteld
Juridische omkadering en onderbouwing van global governance
Global governance = geheel van formele en informele processen tussen
Staten, organisaties, ondernemingen en mensen, die een antwoord
trachten te bieden op mondiale uitdagingen d.m.v. de formulering en
afdwinging van regels en standaarden, het geven van stimulansen en
sturing, het genereren van informatie en kennis of het beslechten van
geschillen bv. internationale regulering van globale gebieden dei
principieel buiten de jurisdictie van Staten vallen, voorzien in mondiale
collectieve goederen (duurzaam leefmilieu, internationale veiligheid, …)
Basiskenmerken
Geen centrale wetgever
Algemene Vergadering VN ≠ wereldwetgever WANT resoluties zijn
niet-bindend
Wel enorm belangrijk voor de ontwikkeling van het IR
Staten zijn zowel wetgever als wetsonderhorige consensualisme:
de rechtsregels binden de Staten slechts voor zover ze deze hebben
aanvaard
Grondbeginsel: soevereine gelijkheid van Staten (Art. 2 HVN)
Zijn vrij om al dan niet internationale normen te aanvaarden &
je kan je ook terugtrekken uit het verdrag MAAR
uitzondering:
o Regels van ius cogens (dwingend recht): bepaalde
fundamentele normen bv. verbod op foltering, verbod op
3
, massamoord, … mag een Staat niet achterwege laten
door verdragen te sluiten die deze normen tegengaan
o Internationaal gewoonterecht: regels die de meerderheid
van de Staten als bindend ervaren, zijn normen die ‘no
matter what’ gelden voor een Staat
• Persistent objector = de blijvende dwarsligger:
Staat verzet zich tegen nieuwe regels van
internationaal gewoonterecht door te blijven
herhalen dat hij het hier niet mee eens is MAAR
gaat enkel bij het ontstaan van het gewoonterecht
VN heeft unieke legitimiteit en ‘covening power’: organisatie heeft
een universeel karakter en heeft fundamentele bijdrage geleverd tot
een verdere uitbouw van het volkenrecht en de internationale
rechtsorde, MAAR 3 kanttekeningen:
VN heeft altijd te maken gehad met politieke spanningsvelden
bv. binnen Veiligheidsraad, Algemene Vergadering en ECOSOC
VN heeft vele organen, hulporganen, programma’s en fondsen
die elkaar soms intern beconcurreren nood aan
systeemwijde coherentie
VN vormt bijzonder belangrijk universele multilaterale
instelling, maar heeft geen monopolie op de internationale
rechtsvorming
VN heeft meer algemene impulsen gegeven voor mondiaal bestuur
(‘global governance’) van groot belang waren:
Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen: opgesteld in 2000
voor periode 2000-2015
Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen: aangenomen in 2015
en moet tegen 2030 bereikt worden
o Actieplan voor mens, planeet en welvaart
o Voornemen om armoede en honger uit te roeien en
duurzaamheid van de aarde veilig te stellen
o Duurzame ontwikkeling in drie dimensies (economische,
sociale, milieu) op een evenwichtige en geïntegreerde
manier realiseren
Geen centrale rechter
Internationaal Gerechtshof in Den Haag (IGH): kan enkel optreden in
een geschil wanneer Staten zijn jurisdictie vooraf hebben erkend
Maar een 60-tal landen erkennen deze rechtsmacht
Hier is dus geen verplichte rechtsmacht
Wel opkomst verplichte rechtsmacht:
Het nationaal recht
Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg (HvJ)
WTO: Orgaan voor geschillenbeslechting in Genève
o Voorganger: GAT
4