800 v. Chr. - 150 v. Chr.
Schilderkunst/grieken
Archaïsche periode
Strakke geometrische patronen
Wiskundige uitsraling matched met filosofische
wetenschappelijke periode.
Gestilleerde mensfiguren.
Lege ruimte opgevuld door serie geometrische
vormpjes.
Klassieke Periode
Zwartfigurige vaas, zwarte
en rode afbeeldingen op
de vaas.
Evenwichtige compositie,
niet 100% symmetrisch. →
dynamischer beeld.
Kleislib wegkrassen om
detail aan te brengen.
Grieken Algemeen
Griekse beschaving door verspreiding Griekse cultuur tijdens
bloeiende periode van Nabije Midden Oosten.
Eenheid door taal, religie en gebruiken.
→
Stadstaat Athene is de eerste die de democratie invoerd. vrije
mannen stemmen.
Grondleggers wiskunde, filosofie → Socrates, Plato, Aristoteles;
→
sterrenkunde en theater Olympische spelen.
Aristoteles →
‘kunst kan bijdragen aan het omgaan met je
emoties zodat je een beter mens wordt.’ Introduceerde termen:
Komedie en Tragedie. Zijn ideeën zijn dus nogsteeds bekend.
, Grieken
800 v. Chr. - 150 v. Chr.
Beeldhouwkunst
Archaïse Periode
-Statische houding
Starende vooruitkijkende ogen, archaïse glimlach.
- Bedoeld om van voor te bekijken
linkervoet iets naar voren
volmaaktheid staat bij Grieken centraal
Klassieke Periode
– Contraposthouding, speelbeen en gestrekt
standbeen → lossere/dynamische houding
Meer aandscht voor anatomie,→
lichaamsbouw met botten en spieren.
Ideale verhoudingen, schoonheids ideaal
beter weergeven.
dichter bij de realiteit.
Hellenistische Periode
Overdreven verfijnde beelden
→
Theatraal overdreven dramatisch
Ingewikkelde dynamische houdingen
Ideale verhoudingen heel
→
gedetailleerd uitgewerkt
levensechte beelden.