Hoofdstuk 4: Kostensoorten
4.1 Gelduitgaven en kosten
- Gelduitgave: Bedrijfsonderhoud (1x per 5 jaar): 30k aan schilder
- Kosten: Jaarlijks 6k journaal
- Kostenberekeningen kunnen belangrijk zijn voor beslissingen in een bedrijf
- Kosten verdelen over jaren kan lastiger zijn dan gewoon delen, bijvoorbeeld als een
taxi in de beginjaren meer kilometers rijdt.
4.2 Geldontvangsten en opbrengsten
- Opbrengst realisatie: Product is geleverd én factuur is verstuurd
- Ontvangst en opbrengst dus niet op zelfde moment, bij contant wel
- Bij opbrengst wordt ook altijd de kost geboekt
4.3 Kosten van een product
- Voorbeelden van kosten in een product:
1. Arbeidskosten
2. Grondstofkosten
3. Machinekosten
- Alle kosten samen vormen de kostprijs
- Prijs van een kost kan op verschillende manier berekend worden:
1. Historische uitgaafprijs (prijs op het moment van aanschaffen
productiemiddel)
2. Vervangingswaarde (prijs van productiemiddel op het moment dat kosten
berekend worden van product)
3. Opbrengstwaarde (prijs wat het productiemiddel op zou leveren op het
moment van kostenberekening product)
- Door de minimumwaarderingsregel wordt altijd de laagste van de 3 kosten gebruikt.
4.4 Kostenindeling
- 5 manieren
1. De wijze waarop de hoogte van kosten reageert op de verandering in
productieomvang. (vaste en variabele kosten)
2. Het verband tussen het ontstaan van de kosten en een bepaalde product /
dienst
Directe en indirecte kosten. Gebruik van staal in een auto is een directe kosten, en
bijv verzekeringskosten is een indirecte.
3. Verdeling van kosten naar functies binnen bedrijf
Verkoopkosten, reclamekosten
4. Doelmatigheid van de opgeofferde waarde
- Verspillingen: machine 150k of 200k, als je 200k koopt: 50k verspilling
- Dit is alleen bij ‘eng’ kostenbegrip.
, - Kosten die voor een productie onvermijdelijk zijn: Toegestane kosten.
5. Productiemiddelen waarmee de kosten verband houden
a. Kosten van grond en hulpstoffen
b. Kosten van arbeid
c. Kosten van duurzame productiemiddelen
d. Kosten van grond
e. Kosten van diensten van derden
f. Kostprijsverhogende belastingen
g. Kosten van vermogen
4.5 Kosten van grond en hulpstoffen
- Grondstoffen zitten in eindproduct, hulpstoffen niet
- Afval tijdens productieproces, uitval erna
- Voorraadkosten vallen hier ook onder
1. Opslagkosten
2. Bestelkosten (transport etc)
Voor berekenen ideale bestelgrootte: Formule van Camp (ook mogelijk
voor berekenen ideale seriegrootte
3. Kosten ten gevolge van risico’s
- Economische voorraad: voorraad waar onderneming risico mee loopt
4.6 Kosten van arbeid
- Bonusregelingen verhogen arbeidsproductiviteit
- Flexibele werktijden zorgen voor een daling in kosten van product
- HRM
- Arbowetten
4.8 Kosten van duurzame productiemiddelen
- dpm gaat langer dan een jaar meegaat.
- Kosten zijn
1. complementaire (aanvullende kosten)
2. vermogen (kosten over geïnvesteerde bedrag)