COMMUNICATIEWETENSCHAP
2025-2026
1
,COMMUNICATIEWETENSCHAP
HOOFDSTUK 1
BOUWSTENEN
→ communicatiewetenschap bestaat uit bouwstenen (lego)
teken en betekenisvol communiceren
hoe ontstaat betekenis?
→ vb. cijfers hebben betekenis : geboortejaren, geschiedenis, …
BASISCONCEPTEN
= fundamentele concepten om communicatieprocessen te begrijpen
semiotiek = wetenschap van van tekens en betekenis
→ onderzoekt hoe tekens betekenis krijgen overdragen
→ subdomeinen van semiotiek
- fonologie
⇒ klanken en hun betekenis
- syntaxis
⇒ structuur of grammatica van tekens of zinnen
- semantiek
⇒ betekenis van woorden, zinnen en tekens
- pragmatiek
⇒ hoe de context de betekenis beïnvloed
intensie - extensie
intensie = criteria die bepalen of iets onder een begrip valt
extensie = alle concrete voorbeelden die aan het criteria voldoen
vb. democratie
intensie = bestuursvorm waarbij volk regeert via verkiezingen
extensie = België, Nederland, Duitsland,..
teken
- betekenaar ( signifiant / Sa )
= de vorm die we kunnen waarnemen : geluid, schrift, afbeelding, gebaar,
tekening, …
- betekende ( signifié / Se )
= hetgene waar de vorm naar verwijst : concept/idee achter het teken
→ relatie tussen beide ⇒ arbitrair = afspraak in taal → er is dus afgesproken dat
deze een relatie hebben
oude examen vraag
wat is de signifiant en de signifié van dit teken :
Sa = de noten op de afbeelding
2
,Se = de klanken die je hoort
significatie ( Roland Barthes )
primair betekenisniveau = denotatie ⇒ de echte definitie
secundair betekenisniveau = connotaties en associaties met woord
→ evaluatieve lading ⇒ gevoelens, sfeer, …
→ referentiële lading ⇒ verwijzing naar bredere context
bv. een roos → evaluatieve : romantiek
→ referentiële : valentijnsdag
TEKENSYSTEMEN
= relatie tss tekens
Charles Peirce
representamen = het teken zelf (drager van een betekenis
object = waarnaar het teken verwijst in werkelijkheid
interpretant = betekenis in ons eigen hoofd
vb.
- “student”
- afbeelding van student
- feestende studenten
F. de Saussure
● betekenaar en betekende
● onderlinge relaties tss tekens
⇒ teken betekent niet iets op zichzelf, maar door wat het niet is
bv. als je weet wat warm is, weet je ook wat koud is
● twee soorten relaties
→ paradigma ( verticale relatie )= keuzemogelijkheid uit verschillende
woorden met dezelfde betekenis
→ syntagma ( horizontale relatie ) = woorden combineren tot een zin
TEKENINDELINGEN
Charles Pierce
icoon = teken lijkt op wat het voorstelt → sterke relatie tussen imitatie en
werkelijkheid ( kan visueel, auditief, … )
index = natuurlijk verband tss dingen → rook = vuur, wit poeder = sneeuw, …
symbool = link is niet heel duidelijk → moet aangeleerd worden
J.M Peters
3
, elementen van het communicatieproces
communicator = zender
- bedoeld of onbedoeld communiceren?
- geslaagde communicatie?
- individu of groep?
- feedback = hoe je reageert op reactie van ontvanger
feedforward = op voorhand anticiperen op mogelijke reacties
- selectie = kiezen waar je nadruk op legt of wat je juist negeert
- copresence = aanwezigheid van de zender
boodschap
- bewustzijnsinhoud + externaliseren
⇒ de innerlijke inhoud ( gevoelens, waarnemingen, intenties, … ) die naar buiten
worden gebracht dmv teken, symbool of gedrag
bv. emoji’s = nieuwe vorm van com. → helpt om accurater te communiceren
- altijd ontvanger voor boodschap?
er is niet altijd een directe ontvanger voor een boodschap → maar er is altijd een
potentiële ontvanger
bv. dagboek dat iemand in de toekomst leest, iemand die je per ongeluk hoort als
je tegen jezelf praat, …
verschillende aspecten
1. referentiële of inhoudelijke aspect
→ inhoud van de boodschap ( info die je wil overbrengen )
- representationele verwijzingsfunctie
= tekens representeren iet dat buiten taal zelf licht ( verwijst naar
concept of een werkelijkheid ) ( vb. “boom” verwijst naar idee van
een boom)
- referentiële verwijzingsfunctie
= verwijst naar iets in werkelijkheid (vb. “er staat een boom in de
tuin” → verwijst naar boom die je echt kan zien )
2. expressieve of vormelijke aspect
→ hoe je het overbrengt / persoonlijke uitdrukking van zender
3. relationele en appellerende aspect
→ hoe zie je de ontvanger en wat verwacht je van hun
toegepast op een reclame spot
1. inhoudelijk : zakelijk → prijs …
2. vormelijk : lay-out, beeldvorming, verpakking
3. relationeel – appellerend : dat je het koopt → relatie opbouwen met klant,
oproepen tot bepaalde handeling ( kopen )
4