Introductie
Hoe verschilt hedendaagse persoonlijkheidspsychologie van de klassieke
theorieën?
De meeste klassieke theorieën vertrekken vanuit een universele benadering: fundamentele
psychologische processen en kenmerken die gelden voor alle mensen, of hoe mensen in het
algemeen kunnen beschreven worden. Hedendaags onderzoek naar persoonlijkheid legt
meestal de nadruk op individuele en groepsverschillen. Elke onderzoeker vertrekt vanuit zijn
eigen perspectief. Elk van de bestaande perspectieven omvat delen van de waarheid.
Wat is een kennisdomein?
Een kennisdomein is een gespecialiseerd gebied binnen psychologie. Om een volledig beeld
van de persoonlijkheid te krijgen is integratie van de verschillende kennisdomeinen nodig.
Wat zijn de 6 kennisdomeinen in hedendaagse psychologie?
a. dispositioneel domein
b. biologisch domein
c. cognitief en ervaringsdomein
d. sociaal en cultureel domein
e. intrapsychisch domein
f. aanpassingsdomein
Wat houdt het dispositionele domein in?
Het dispositionele domein focust op disposities, i.e. de manieren waarin individuen van
elkaar verschillen. Voorbeelden van onderzoeksvragen zijn:
Wat is de oorsprong van individuele verschillen?
Hoe evolueren persoonlijkheidstrekken doorheen de tijd?
Wat houdt het biologische domein in?
Het biologische domein focust op biologische systemen als bouwstenen voor gedrag,
gedachten en emoties. Men doet bv. tweelingonderzoek in een poging de genetische
oorsprong van persoonlijkheid aan te tonen.
Wat houdt het cognitief en ervaringsdomein in?
Het cognitief en ervaringsdomein focust op cognitie en subjectieve ervaringen (zoals
bewuste gedachten, gevoelens/emoties, overtuigingen, intelligentie en zelfconcept) en legt
verbanden met de persoonlijkheid.
Differentiële psychologie 1
, Wat houdt het sociale en culturele domein in?
Het sociale en culturele domein focust op de invloed van cultuur en sociale contexten.
Voorbeelden van onderzoeksvragen zijn:
Wat zijn culturele verschillen in de houding tegenover agressie tussen Amerika en Europa?
Hoe komt persoonlijkheid tot uiting in een sociale context zoals het gezin?
Wat houdt het intrapsychische domein in?
Het intrapsychische domein focust op mentale mechanismen van de persoonlijkheid die
vaak onbewust plaatsvinden. Verborgen gedachten, emoties en motieven kunnen worden
onthult via tests met ambigue afbeeldingen waarop de persoon vertelt, zoals de TAT
(Thematische Apperceptie Test) en de Rorschach test.
Dit domein wordt behandelt in het opleidingsonderdeel persoonlijkheidspsychologie.
Wat houdt het domein van aanpassing in?
Het beschouwt de invloed van persoonlijkheid op onze coping mechanisms en ons
aanpassingsvermogen. Het brengt persoonlijkheid in verband met gezondheid en
persoonlijkheidsstoornissen.
Dit domein wordt behandelt in de opleidingsonderdelen klinische psychiatrie en
gezondheidspsychologie.
Invloeden op persoonlijkheid
Tijd
Genen
Fysiologie
Evolutie
Intelligentie
Emoties
Sociale interactie
Gender
Cultuur
Differentiële psychologie 2
, Tijd
Binnen welk kennisdomein wordt de invloed van tijd op persoonlijkheid
onderzocht?
In het dispositionele domein. Belangrijke vragen zijn:
Hoe evolueert persoonlijkheid doorheen iemands leven? Wat verandert en wat blijft stabiel?
Hoe stabiel zijn verschillen tussen mensen doorheen de tijd? Blijven verschillen tussen
kinderen stand houden in de volwassenheid?
Wat is persoonlijkheidsontwikkeling?
Persoonlijkheidsontwikkeling is de stabiliteit, verandering en samenhang van eigenschappen
doorheen de tijd.
Worden stabiele eigenschappen ook op stabiele wijze geuit?
De concrete gedragingen van een stabiele eigenschap kunnen weliswaar veranderen,
afhankelijk van leeftijd, context en mogelijkheden. Zo kan een zorgzaam persoon bv. als kind
vaak speelgoed delen of anderen troosten, als jongere vrijwillig klasgenoten helpen met
huiswerk, en als volwassene werken in een helpend beroep of veel tijd besteden aan
mantelzorg.
Wat zijn de 2 vormen van stabiliteit en verandering?
a. rangorde stabiliteit — rangorde wijziging → dit betreft de relatieve positie t.o.v. anderen
in een groep doorheen de tijd
b. gemiddelde niveaustabiliteit — gemiddelde niveauverandering → dit betreft de
volledige groep doorheen de tijd (bv. een gemiddelde niveauverandering is dat
conservatisme toeneemt naarmate men ouder wordt)
Op basis van welke 2 kwaliteiten definieert men een
persoonlijkheidsverandering?
a. intern → Er vind intern een verandering van persoonlijkheid plaats, niet enkel in de
contextafhankelijke uiting ervan
b. aanhoudend → De verandering houdt aan doorheen de tijd en is niet tijdelijk.
Op welke 3 niveaus kan men onderzoek doen naar
persoonlijkheidsontwikkeling?
1. Populatieniveau (bv. risicogedrag neemt af naarmate men ouder wordt)
2. Niveau van groepen binnen de populatie (bv. risico op eetstoornissen is in Westerse culturen
groter)
Tijd 1
, 3. Niveau van individuele verschillen in groepen (bv. kwetsbaarheid voor depressie is bij
sommige individuen hoger)
Wat is het temperamentsmodel?
Volgens dit model is persoonlijkheid aangeboren en verandert het niet over de tijd. Dit wordt ook
het gipsmodel genoemd. Persoonlijkheid is echter onderhevig aan omgevingsfactoren en
leeftijdsfasefactoren, dus krijgt dit model weinig steun. Er bestaat echter wel zoiets als
temperament.
Wat is temperament?
Temperament verwijst naar de individuele verschillen die vroeg tot uiting komen en meestal
erfelijk zijn. Ze hebben veelal te maken met emotioneel gedrag.
Wat zijn de 6 temperament factoren volgens een onderzoek van Rothbart
in de jaren 80?
a. activiteitsniveau
b. sociale lach
c. angstig vermijdingsgedrag
d. stressreactie
e. troostbaarheid
f. oriëntatieduur (= aandacht duur)
Hoe werden deze factoren in het onderzoek gemeten?
Ze werden gemeten op verschillende leeftijden (3 - 6 - 9 - 12 maanden). De resultaten
waren correlaties tussen verschillende tijdsintervallen (bv. de correlatie tussen 3 en 6
maanden, tussen 3 en 9 maanden, tussen 3 en 12 maanden…).
Wat waren de conclusies uit het onderzoek?
De correlaties waren allemaal positief, wat wilt zeggen dat er sprake is van stabiliteit.
Prosociaal gedrag (activiteitsniveau en sociale lach) vertoonden relatief stabiele
correlaties, dus blijken de verschillen stabiel. Hoe korter de periode, hoe groter de
stabiliteit (hoewel niet altijd). Hoe groter de leeftijd, hoe groter de stabiliteit.
Wat is een actometer?
Een actometer of actograaf is een klein, draagbaar apparaatje dat fysieke activiteit meet door
beweging (versnellingen) in het lichaam te registreren
Wat is een stabiliteitscoëfficiënt?
De stabiliteitscoëfficiënt is de eenheid die aangeeft wat de correlatie is tussen metingen van
eenzelfde waarde op twee verschillende momenten. De coëfficiënt geeft aan hoe stabiel
verschillen zijn doorheen de tijd.
Tijd 2