Hoofdstuk 1 – Achtergrond ECG
1D tot 3D
1D = AP
• AP = elektrische activiteit op microscopisch niveau
• Rustpotentiaal = -70 mV
• Depolarisatie → elektrische stroom die elektrisch veld veroorzaakt met
potentiaalverschillen!
Verschillende celtypes in hart → verschillende AP
Celtype Vorm AP Depolariserend
ion
Sinusknoop cel Afgerond AP Ca
Atriale cel Smaller AP Na
Ventriculaire cel Grote plateaufase Na
2D = vector
• AP meerdere cellen samen optellen = vector
Vector = activeringsfront op weefselniveau (hart: spanningsverschil 2 punten = vector)
3D = ECG
• Resulterende vector in verschillende projecties
• Gebaseerd op afleidingen
Afleidingen
• Bipolaire afleidingen
o Meten tussen 2 punten
• Unipolaire afleidingen
o Meten tussen 1 punt en virtuele referentie = central terminal of Wilson
Lijn tussen 2 punten = as van afleiding
,Totaal = 12 afleidingen
Vlak Afleiding Uni-/bipolair Locatie hart Plaats elektrode
Frontaal I Bipolair Lateraal RA → LA
II Bipolair Inferior RA → LB
III Bipolair Inferior LA → LB
aVL Unipolair Lateraal /
aVR Unipolair / /
aVF Unipolair Inferior /
Horizontaal V1 Unipolair Septaal 4e IC rechts
V2 Unipolair Septaal 4e IC links
V3 Unipolair Anterior Tussen V2 en V4
V4 Unipolair Anterior 5e IC midclaviculair
V5 Unipolair Lateraal 5e IC voorste axillaire
lijn thv V4
V6 Unipolair Lateraal 5e IC midaxillair
Bipolaire frontale afleidingen
Driehoek van Einthoven = bipolaire afleidingen in frontaal vlak
I = rechter arm → linker arm
II = rechter arm → linker been
III = linker arm → linker been
ALTIJD VAN – NAAR +
Basisassumpties driehoek van Einthoven
1. Aanhechtingen van RA + LA + LB =
gelijkzijdige driehoek
2. Elektrische krachten hart =
resulterende vector in midden driehoek
3. Lichaam = homogene volumeconductor
4. Standaardafleidingen registreren potentiaalveranderingen in het frontale vlak
van het lichaam
Wet van Einthoven = afleiding I + afleiding III = afleiding II
Unipolaire frontale afleidingen
Wilson: VR, VL en VF
• Som van alle stromen = 0 → in
central terminal of Wilson!
• MAAR afleidingen heel klein
Versterkt door Goldberger → augmented = aVR, aVL en aVF
,Precordiale afleidingen
Unipolaire afleidingen in horizontaal vlak
• Potentiaalverschil tussen punt op borstkas en centraal punt van Wilson
Bijkomende afleidingen
• V3R-V6R
o Symmetrisch V3-V6
o Info over RV
• V7/ V8
o Achterste axillaire lijn (V7) en
achterste midscapulaire lijn (V8)
o Op gelijk niveau V4
o Info posterolaterale wand LV
Gebruik ECG
• Cyclo-ergometrie
o ECG tijdens inspanning
o Fiets-/loopproef
• Holter-/Eventrecordings
o Enkele afleidingen opgenomen voor langere termijn
o 24u tot 10 dagen!
• Signal Averaged ECG
o Meten van vele hartslagen → gemiddelde nemen van elk signaal
o Kan subtiele veranderingen opmerken = late potentials ECG
• ECG-triggering bij beeldvorming
o Op specifiek moment hartcyclus beeld maken
▪ CT
▪ Nucleaire geneeskunde
Terminologie
Volledig ECG met verschillende deflecties
• P-top = atriale depolarisatie
• QRS = ventriculaire depolarisatie
• T-top = ventriculaire repolarisatie
Intervallen
• R-R interval = tijd tussen 2 QRS-complexen
• P-R interval (tijd tussen atriale DP en ventriculaire DP), Q-T interval (tijd tussen
ventriculaire DP en RP) , S-T segment
, • QRS duur
• QRS-complex
o Q: 1ste negatieve deflectie
o R: 1ste positieve deflectie
o S: negatieve deflectie na R
o QS: enkel negatieve deflectie, geen R
o R’: tweede positieve deflectie
o S’: negatieve deflectie volgend op R’
o Grote deflecties → HOOFDLETTERS
o Kleine deflecties → kleine letters
o ‘notch’ = haking in deflectie
• J-punt = overgang van QRS → ST-segment
• U-golf = golf volgend op T-top (oorsprong onduidelijk)
Figuur goed kennen!!!!
• QRS-complex = isovolumetrische contractie
• Einde T-top = isovolumetrische relaxatie
Registratie ECG
Ijking = verticaal
• 1 mV per cm (1 mm = 0.1 mV)
• Conventie → altijd zo tenzij anders aangegeven
Registratiesnelheid = horizontaal
• 25mm/sec
• 1 groot vakje = 200 ms
• 1 klein vakje = 40 ms
• HF = 300/n grote vakjes per minuut
• Hogere snelheden voor meer detail!
Problemen registratie
• Golvende of geknikte basislijn
o Spierspanning patiënt
o Bewegingen van patiënt
o Slecht contact
o Tractie op kabels
o Losse koppeling tussen elektrode en kabel
• Ruis op basislijn
o 50Hz interferentie
o Spiertremor