• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 61 pages
Summary

Samenvatting Formeel Strafrecht | Open Universiteit | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 61 pages

Deze samenvatting behandelt de tentamenstof van Formeel Strafrecht aan de Open Universiteit, gericht op de uitgangspunten en fundamentele beginselen van het strafproces. Het document bevat alle lesstof uit het bijbehorende studieboek, de informatie van BrightSpace, de aanvullende informatie uit de college's en de jurisprudentie die is voorgeschreven. De jurisprudentie is opgenomen in de samenvatting bij het thema waar het betrekking op heeft. Uitstekend geschikt voor examenvoorbereiding omdat het de complexe materie helder structureert en de belangrijkste juridische begrippen en onderscheidingen duidelijk uiteenzet.

Content preview

SAMENVATTING FORMEEL STRAFRECHT
LEEREENHEID 1 – UITGANGSPUNTEN

Het hoofddoel van het strafproces is het verzekeren van een juiste toepassing van het materiële strafrecht. Dat
doel is enerzijds te bewerkstelligen dat de schuldigen worden gestraft en anderzijds het voorkomen van het
bestraffen van onschuldigen.

In het strafproces geldt het dubio pro reo-beginsel: de verdachte krijgt het voordeel van de twijfel. De rechter mag
een feit blijkens artikel 338 Sv alleen bewezen verklaren als hij zelf de overtuiging heeft dat het feit door de
verdachte is begaan.

Er zijn een aantal doelen die ondersteunend zijn aan het hoofddoel met betrekking tot een strafproces:
1. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van de verdachte
Er moet voorkomen worden dat de strafrechtelijke vervolging een disproportionele inbreuk maakt op de
vrijheid van de betrokken burger.
2. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van andere betrokkenen
Met betrekking tot een huiszoeking moet bijvoorbeeld voorkomen worden dat een inbreuk op het huisrecht
disproportioneel is. Ook het slachtoffer behoort tot deze groep betrokkenen. Het leed kan worden vergroot
door de wijze waarop een zaak wordt afgehandeld (secundaire victimisatie).
3. Procedurele rechtvaardigheid
Een verdachte moet bijvoorbeeld te allen tijde naar voren kunnen brengen wat hij van belang acht. Het
spreekrecht van het slachtoffer behoort ook tot dit doel.
4. Demonstratiefunctie
De openbaarheid van een terechtzitting maakt publieke controle op de berechting mogelijk en vormt een
waarborg tegen willekeurige bestraffing.
5. Voorkomen van eigenrichting
Door de reactie van de overheid op delicten wordt voorkomen dat de burgers het recht in eigen hand nemen.

Waarheidsvinding is een afgeleide van het hoofddoel, echter gaat het in het strafproces uiteindelijk om de vraag
of een beslissing verantwoord is, en niet om de vraag of de waarheid is gevonden.

De verschillende doelen staan in een spanningsverhouding met elkaar en dat vraagt om keuzes. Er gelden wel een
paar algemene uitgangspunten:
1. Aan de strafrechtspleging zijn kosten verbonden en de daarvoor beschikbare (financiële) middelen zijn niet
onbeperkt.
2. Hoe meer er voor de verdachte op het spel staat, hoe groter de waarborgen moeten zijn waarmee de
berechting is omringd.
3. Hoe ernstiger het vermoedelijk gepleegde strafbare feit en hoe groter het belang is dat er opheldering van het
misdrijf komt, hoe ingrijpender de onderzoeksbevoegdheden van de politie en justitie worden.
4. Aan alle verschillende doelen moet recht worden gedaan.

Bronnen van het strafprocesrecht zijn:
- Wetgeving
- Beleidsregels
- Internationaal recht
- Jurisprudentierecht
- Beginselen

Legaliteitsbeginsel staat in art. 1 Sv: ‘Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien.’ Dit kan
breder worden opgevat omdat het geoorloofd wordt geacht dat de wetgever (in formele zin) de nadere uitwerking
van een door hem gegeven voorschrift delegeert aan een lager orgaan.

Er worden twee procesmodellen onderscheiden: het inquisitoire en het accusatoire procesmodel. Het
onderscheid helpt om de algemene kenmerken van een strafstelsel van een bepaald land te beschrijven.

,Inquisitoir procesmodel
➢ Gerechtelijke autoriteiten zijn actief betrokken bij het onderzoek van een zaak. Er is geen sprake van een
partijenproces. De gerechtelijke autoriteiten zijn aanklager en rechter tegelijk.
➢ Verdachte is geen procespartij met rechten en bevoegdheden maar slechts onderwerp van onderzoek.
+ Sterkte: autoriteiten die onderzoek doen moeten ook zoeken naar ontlastend bewijs voor de verdachte.
- Zwakte: onderzoekende rechter bekijkt de zaak alleen door zijn eigen bril.

Accusatoir procesmodel
➢ Geding wordt gezien als conflict tussen twee partijen, met aan de ene kant de aanklager en aan de andere
kant de aangeklaagde.
➢ Strijd wordt gevoerd tegenover een onpartijdige rechter.
+ Sterkte: als twee partijen alles naar voren brengen wat hun standpunten kan onderbouwen, bevordert dit
waarheidsvinding.
- Zwakte: kan alleen als partijen bereid en in staat zijn op voet van gelijkwaardigheid de strijd met elkaar aan te
gaan.

Nederland is gematigd accusatoir. In de opsporingsfase heeft het meer inquisitoire trekken en ter terechtzitting
meer accusatoir.

Hoofdrollen strafproces
- De rechter: in Nederland een onafhankelijke rechter van beroep.
- De officier van justitie: vertegenwoordigt het OM, die weer onder verantwoordelijkheid van de minister van
Justitie valt. Is belast met de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
- De verdachte: hoeft zijn onschuld niet te bewijzen (onschuldpresumptie) en hoeft niet mee te werken aan zijn
eigen veroordeling (nemo tenetur-beginsel).
- De raadsman: een in Nederland ingeschreven advocaat die enkel het belang van zijn cliënt dient. Hij is wel
gebonden aan beroepsregels. Het beroepsgeheim en het verschoningsrecht zijn kernbegrippen.
- Het slachtoffer: heeft sinds het Doornson-arrest (EU) een prominentere rol in het strafproces. Sinds 2011 is er
een aparte titel voor slachtofferrechten in het wetboek opgenomen.

Fasen van het strafproces
1. Opsporing
Opsporing vindt plaats onder leiding van de officier van justitie (art. 132a Sv). Personen die belast zijn met
opsporing onderscheiden zich in twee categorieën: algemene en bijzondere opsporingsambtenaren (art. 141
en 142 Sv).

2. Vervolging
Het OM moet zo snel mogelijk overgaan tot vervolging als uit het opsporingsonderzoek blijkt dat dat nodig is
(art. 167 Sv). Vaak is de eerste stap het uitbrengen van een dagvaarding. Er kan ook geconcludeerd worden
dat uiteindelijk niet tot verdere vervolging wordt overgegaan. De officier moet de verdachte zo snel mogelijk
een kennisgeving van niet verdere vervolging betekenen (art. 243 lid 1 Sv). De verdachte kan de rechtbank
verzoeken de zaak te beëindigen als de vervolging niet wordt voortgezet op grond van art. 29f Sv.

Wanneer is vervolging aangevangen? Van belang is art. 6 EVRM, die de ‘criminal charge’ toelicht. Een ‘charge’
vangt aan:
a. wanneer iemands positie aanzienlijk is beïnvloed door de acties van autoriteiten; of
b. zodra een persoon officieel door autoriteiten wordt medegedeeld dat hij is verdacht van een strafbaar
feit.

Of een ‘charge’ ook ‘criminal’ is kan worden beoordeeld aan de hand van de Engel-criteria:
a. Hoe is het feit in nationale wetgeving gekwalificeerd? Is het een strafbaar feit, dan criminal.
b. Wat is de aard van de overtreden norm? Normadressaat is belangrijk. Geldt de norm voor alle burgers,
dan is dat een indicatie voor een strafrechtelijke aard.
c. Wat is de aard en zwaarte van de op te leggen maatregel? Een sanctie met afschrikwekkende werking is
een indicatie van criminal charge.

, De officier kan de dagvaarding niet meer intrekken als het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen (art.
266 Sv). Een verdachte kan niet twee keer voor hetzelfde strafbare feit worden vervolgd (art. 68 Sv).
Vervolgingsbeslissingen kunnen naast de officier ook door de parketsecretarissen van het OM worden
afgehandeld (art. 126 RO).

Het opportuniteitsbeginsel: van verdere vervolging kan worden afgezien op gronden van algemeen belang
(art. 167 en 242 Rv). Is een vervolging niet opportuun, dan volgt een beleidssepot. Is een vervolging niet
haalbaar, dan wordt dit een technisch sepot genoemd.

Ook moet er in dit stadium worden gekeken naar mogelijkheden voor buitengerechtelijke afdoening. Hiervoor
zijn drie mogelijkheden: een strafbeschikking (art. 257a Sv), een transactie of een voorwaardelijk sepot (art.
167 lid 2 en 242 lid 2 Sv).

3. Berechting in eerste aanleg
In art. 258 Sv is bepaald dat een zaak ter terechtzitting aanhangig wordt gemaakt door een dagvaarding en dat
daardoor het rechtsgeding een aanvang neemt. Binnen het rechtsgeding zijn subfasen te onderscheiden:
a. De zaak is aanhangig maar het onderzoek ter terechtzitting is nog niet gestart.
o De verdachte heeft na het uitbrengen van de dagvaarding recht op inzage in de processtukken
(art. 33 Sv).
o Er zijn geen beperkingen meer tussen de verdachte en zijn raadsman (art. 46 Sv).
o De dagvaarding bevat de ten laste legging (art. 261 Sv) en tussen de betekening en de
terechtzitting zitten minimaal 10 dagen (art. 265).
b. De behandeling van de zaak bij de rechtbank.
▪ Onderzoek ter terechtzitting
o De verdachte, getuigen en deskundigen worden ondervraagt, schriftelijk bewijs wordt
samengevat, de officier doet zijn requisitoir en de raadsman van de verdachte voert de
verdediging. De verdachte heeft zelf het laatste woord (art. 311 Sv).
o De verdachte hoeft niet aanwezig te zijn. Is hij er niet dan wordt gekeken of de dagvaarding op de
juiste wijze betekend is (art. 278 lid 1 Sv). Is dat het geval, dan wordt verstek verleend tegen de
verdachte en wordt de behandeling voortgezet (art. 280 Sv). Er wordt geen verstek verleend als
de raadsman van de verdachte wel aanwezig is (art. 279 Sv).
▪ Beraadslaging
o De rechtbank velt een oordeel aan de hand van materiële en formele vragen uit artikel 348 en
350 Sv.
o De beraadslaging vindt plaats in de raadkamer. Voorschriften voor de beraadslaging zijn
opgenomen in artikel 70 RO.
o Vaak wordt na 14 dagen de einduitspraak gedaan. Tussentijds wordt alles op papier gezet. Het
vonnis moet aan de motiveringsvoorschriften van art. 348 en 350 Sv voldoen.
▪ Einduitspraak
o De uitspraak wordt ter openbare zitting gedaan (art. 362 Sv en art. 5 RO).
o Vaak wordt alleen het dictum uitgesproken.

4. Hoger beroep en cassatie
Dit zijn gewone rechtsmiddelen, in tegenstelling tot buitengewone rechtsmiddelen die meer zien op
onherroepelijke uitspraken (art. 456 Sv). Hoger beroep kan worden ingesteld door het OM en door de
verdachte. De verdachte kan dit niet als hij in eerste aanleg is vrijgesproken (art. 404 Sv). Hoger beroep moet
binnen 14 dagen na het vonnis worden ingesteld, anders volgt een niet-ontvankelijkverklaring (art. 408 Sv).
Het Hof beantwoordt alle vragen uit art. 348 en 350 opnieuw.

Cassatie moet ook binnen 14 dagen worden ingesteld (art. 432 Sv). De cassatierechter kijkt of het Hof zich
aan het formele en materiële recht heeft gehouden (art. 79 RO). Is dat niet het geval, dan volgt vernietiging
wegens verzuim van vormen of schending van het recht. Het gevolg is dat de zaak opnieuw bij het Hof
behandeld moet worden. De Hoge Raad mag de zaak alleen zelf behandelen als dat kan zonder
feitenbehandeling (art. 440 lid 2 Sv).

Connected book
 image
B.F. Keulen, G. Knigge Ons strafrecht 2 - Strafprocesrecht
Publisher: augustus 2016 ISBN: 9789013121797 Edition: 13

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 9, 2026
Number of pages
61
Written in
2026/2027
Type
Summary
$12.85

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
1
Items
1
Last sold
6 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions