• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages
Summary

Samenvatting Gerechtelijk recht Deel 1 | Artesis Plantijn | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages

Studiemateriaal voor Gerechtelijk recht 1e jaar aan Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen, met uitgebreide uitwerking van Deel 1 over Algemene Beginselen. Het document behandelt de wezen en functie van gerechtelijk recht, basisbeginselen (toegang tot rechter, onafhankelijkheid, eerlijk proces, tegenspraak), en basisbegrippen zoals rechtsvordering, toelaatbaarheidsvereisten, belang, hoedanigheid, en dwangsommen. Deze goed gestructureerde samenvatting met praktische voorbeelden is ideaal voor examenvoorbereiding en helpt je de fundamentele concepten van de juridische procedure snel onder de knie te krijgen.

Content preview

Gerechtelijk recht

DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN

Titel 1: wezen en functie. ( p.3-36 )

Hoofdstuk 1: Begripsomschrijving.
 Alg rechtsbeginsel  verbod van eigenrichting. Verbod om recht in eigen handen te nemen.
= geweldmonopolie.
 Geweldmonopolie: alleenrecht van de staat om fysiek geweld en dwang te gebruiken.
 Art. 6 EVRM.
 Gerechtelijk recht = geheel v regels die betrekking hebben op het verloop van een proces
voor een rechter.
 Bronnen: verdragen zoals EVRM, Grondwet en Gerechtelijk Wetboek.

Hoofdstuk 2: Basisbeginselen.
 Grondrechten:
o TOEGANG TOT RECHTER: iedereen moet de mogelijkheid hebben zijn probleem voor te
leggen voor een rechter.
o ONAFHANKELIJK EN ONPARTIJDIG GERECHT: rechter dient onpartijdig te zijn, zonder
vooroordelen.
o EERLIJK EN OPENBAAR PROCES: recht op met rede omklede uitspraak.
o TEGENSPRAAK: recht op verdediging.
o PROCESGELIJKHEID: elke partij moet hetzelfde w behandeld, zonder voorkeursbehandeling.
 Recht op eerlijk proces.
 Partijautonomie: partijen kiezen vrij hun onderlinge rechtsbetrekkingen ) Proces ligt bijna
volledig in de handen van de partijen.

Hoofdstuk 3: Toepassingsgebied
 In tijd ( ratione temporis ) : art. 3 Ger.W. “De wetten op de rechterlijke organisatie, de
bevoegdheid en de rechtspleging zijn van toepassing op de hangende rechtsgedingen, zonder
dat die worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze
aanhangig zijn, en behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.”




Titel 2: Basisbegrippen gerechtelijk recht. ( p. 39 – 102 )
1

,Hoofdstuk 1: rechtsvordering
 Kenmerken:
o Facultatief: je kiest zelf of je een vordering wil instellen.
o Openbare orde : als een vordering openbare orde raakt  nietig.
o Doelgebonden : je moet een vordering instellen met doel.
 Exceptie van ontoelaatbaarheid, alg toelaatbaarheidsvereisten:
o RECHTSPERSOONLIJKHEID en HANDELINGSBEKWAAMHEID ( art. 703, §2 Ger.W. )
o HOEDANIGHEID ( formele en materiële procespartij )
o BELANG:
 Reeds verkregen en dadelijk
 Persoonlijk en rechtstreeks
 Rechtmatig
 Rechtsvordering = verwijst naar het vermogen om een eis voor te leggen aan de rechter.
( tussenkomst van de wet ) Niet hetzelfde als rechtsvordering!  het recht om iets te
vorderen van een persoon.
 Rechtsmisbruik: recht uitoefenen buiten de normale grenzen. In deze gevallen is er spraak van
rechtsmisbruik. In deze gevallen is er spraak van rechtsmisbruik:
o Men handelt om te schaden.
o Men handelt zonder redelijk en afdoend belang.
o Van alle uitoefeningswijzen kiest men de meest schadelijke.
o Wannner de uitoefening schade aan derden veroorzaakt.
 Toelaatbaarheidsvereisten:
o Rechtspersoonlijkheid: als je geen rechtspersoonlijkheid hebt, kan je niet optreden. Je
moet juridisch bestaan.
o Bekwaamheid: je moet zelfstandig over een vrije wil beschikken.
o Belang: je moet er een materieel of moreel voordeel uit kunnen halen.
o Hoedanigheid : alleen de houder van de materiele rechten mag optreden. Niet iemand
anders voor jou.
 Eis = uitoefening van rechtsvordering.
Waarom maken we een onderscheid: al die extra eisen worden ngesteld met hoofdeis op zelfde
moment of later, in de loop van de procedure. Al die eisen hebben 1 beperking. In de loop van de
procedure mag je doen wat je wil maar art. 807 Ger.W zegt dat die wijzigingen van eisen verband
moeten houden met de geding inleidende akte.
Alles wat je wijzigt etc mag, maar 2 beperkingen:
o Moet verband houden met feiten uit geding inleidende akte.
o Je moet het doen op tegenspraak: je moet dat doen in conclusie, waarop andere partij
zich kan verweren.
 Hoofdeis: art. 12 Ger.W.  De eis die wordt inegsteld die naar de rechter stapt. Daarmee begint
alles. ( bv Mieke en Bob zijn buren en Bob is de boom van Mieke beu en wil dat ze die boom
omhakt )
o Bijkomende eis ( bv extra schadevergoeding vragen )
o Subsidiaire eis ( bv je wil dat boom omgehakt wordt ( hoofddoel ), krijg ik geen gelijk
en in ondergeschikte orde wil ik dat de boom regelmatig gesnoeid worden )
o Provisioneel : eis waarbij je vraagt dat iemand defenitief veroordeeld wordt maar je
weet niet voor hoeveel. ( bv je rijdt iemand aan dus je gaat veroordeeld worden
maar je weet nog niet wat de straf is. Rechter gaat al bepaald bedrag bepalen
( provisioneel ) maar er wordt dan nog een specialist aangeduid die nog extra bedrag
gaat bepalen )


2

, o Provisoir ( art. 19, lid 3 en art. 584 Ger.W. ): ik weet nog niet of ik gelijk ga hebben of
niet maar ik vraag al een voorlopige regeling. Voorlopige maatregelen. Die
voorlopige maatregelen worden gevraagd aan kortgedingrechter. ( we weten nog
niet wie gelijk zal hebben )
 Tusseneis: art. 13, 15 en 807 Ger.W. ( bv je wil dat de boom van Mieke wordt omgehakt en
later beslis je dat je liever een schadevergoeding hebt, dat is een tusseneis ) Een eis die je
stelt in de loop van de procedure.
o Specifieke tusseneis : tusseneis tot tussenkomst. ( bv een tussenkomst van een
verzekering als je een foutieve handeling moet betalen ) art. 13 en 15 Ger.W
 Bestanddelen eis:
o Voorwerp: wat je vraagt. ( bv je wil dat de boom omgehakt wordt )
o Oorzaak: alle feiten. ( je ebnt een buur, die boom is te hoog, bladeren in de tuin,… )
o Evolutie cassatierechtspraak: partijautonomie beperkt. > Het HvC was vroeger
heel streng. Voorwerp en eis beslist partij zelf en rechter mocht daar niks aan
veranderen.  Citadel arrest. ( In Dinant, onder de citadel daar is een cafe. Ooit is
er een rotsblok op dat cafe gevallen. Groot gat, problemen. De cafebaas begint een
procedure voor de rechter dat stad Dinant aansprakelijk is voor die schade
( buitencontarctuele aansprakelijkheid ). Dus cafebaas vordert schadevergoeding van
stad Dinant ( voorwerp ). Rotsblok etc zijn de feiten. Rechter bekijkt dit en stelt fout
vast. Want Cafe is van Dinant zelf, niet van de cafebaas, is een concessie. Dus die
rechter zegt dat cafebaas geen vordering kan instellen. Want het is contractuele ipv
buitencontractuele aanspr. Cafebaas had verkeerde label erop geplakt en rechter
had het juiste erop gezet en veroordeelde stad Dinant. Dinant is naar Cassatie
gestapt en heeft geoordeeld dat rechter verkeerd was en aan de oorzaak van de eis
raakt. En dat mag niet.
MAAR nu is dat veranderd en nu is het voorwerp gelijk aan de feiten en wat
je vraagt/het doel dat je nastreeft met je vordering . ( sinds 2019 )
 Verweer:
o Verweer ten gronde: waar het eigenlijk over gaat. ( bv jij moet mij 10 000 )
o Verweer bij exceptie: processueel middel vreemd aan de grond van de zaak.
o Verweer bij tegeneis: tegeneis is autonoom ( art. 14 Ger.W.) ( bv jij moet mij 10 000
maar tegenpartij zegt; “nee nee, jij moet mij nog 5000” Dus kan het dat partij 1 nog
maar 5000 moet betalen )
 Autonoom: je eis moet geen rekening houden met de geding inleidende
akte. ( bv Bob dagvaardt Mieke voor die boom. Maar Bob is elke week zat en
veroorzaakt veel last en dan kan Mieke dat opbrengen ookal had dat niks te
maken met de eis van Bob. ) – je kan als tegenpartij iets eisen ookal was dat
niet verbonden met de dagvaarding die de dagvaardende partij is gestart.
( dit kan omdat jij als tegenpartij de dagvaarding niet hebt ingesteld )


Hoofdstuk 2: Geschil
 Geschil: conflictsituatie waarbij materiële rechten in het gedrang komen.
( buitengerechtelijke of gerechtelijk oplossing)




3

, Hoofdstuk 3: Geding
 Geding: het moment dat je met uw geschil naar de rechter gaat. Moet doelgebonden zijn ( je
mag niet zomaar naaar de rechtbank gaan om iemand te ambeteren, moet gelegitimeerd zijn
). Doelgebonden vormelijke verrichtingen dat resultaeert n een rechterlijke uitspraak
waarmee materiële rechten worden gerealiseerd.
 Kenmerken:
o Tegenspraak en procesgelijkheid.
o Geen verplichte vertegenwoordiging. ( je hoeft geen advocaat te nemen, je mag ook
zelf jezelf verdedigen ) – maar als je je misdraagt kan dat wel gevraagd worden.
o Schriftelijk. ( in principe, want alles wat op papier staat telt )
 Gedingregels: spelregels van een procedure. ( welke rechter, moet dat ondertekend worden,
termijn,… )
o Vormvoorschriften of termijnregels. Art. 43 Ger.w.
 Vormvoorschriften: bv een conclusie moet aan vormvoorschriften
beantwoorden. ( bv naam, partij, middelen, ondertekend door uzelf of
advocaat,…)
 Er zijn een aantal vormvoorschriften die geen sanctie kennen. Maar de
meeste worden wel gesanctioneerd.
 Termijnen: art. 48 Ger.W.
o Proceshandelingen: RH’s die worden gesteld in het kader van een procedure of
omwille van een procedure.
o Wachttermijn: = termijn waarin je moet wachten. Je mag bepaalde handelingen niet
stellen. Kunnen ook gesanctioneerd worden. ( bv dagvaardingstermijn, in
normale procedures 8 dagen tussen dagvaarding en eerste keer dat je voor
de rechter moet verschijnen. In kortgeding, principe 2 dagen maar kan
verkort worden naar enkele uren of binnen het uur )
o Vervaltermijn: termijn waarbinnen je proceshandelingen moet stellen. Niet gesteld
binnen termijn?  sanctie ( bv verval ( je mag de handeling niet meer stellen ) of
nietigheid )
o Ordetermijn ( bespoedigende termijn ): tijdsafspraken in de procedure waar geen
sanctie aan verbonden is. ( bv als ik een deskundige aanstel, dan geef ik een termijn
om zijn conclusie in te dienen maar doet hij dat niet op tijd, geen sanctie )
o Vaststelling:
 Enkel door de wet ( art. 48 Ger.W.)
 Door de rechter als de wet het toestaat ( art. 49 Ger.W. )
 Vervaltermijnen kunnen niet verkort of verlengd worden? ( art. 50, lid 1
Ger.W ) – je moet de termijn volgen die de wet oplegt. ( bv wet stelt 1
maand termijn, dan mag je dat niet verkorten naar 3 weken, TENZIJ
overmacht. Stel je lag in coma, dan kan termijn wel verlengd worden bv )
 Soms verlengt wet zelf termijn.  art. 50, lid 2 Ger.W.
 Termijnberekening: p. 80.
o Principe: van de dag na die van de akte of de gebeurtenis die hem doet
ingaan. ( art. 52 Ger.W. ) – Dies a quo.
o De dag tot waar uw termijn loopt wordt wel meegerekend. Dies ad quem.
o Betekening ( door deurwaarder ) of kennisgeving ( door griffie )
o Voorbeeld:
 Betekening/ dies a quo : 13e  dus termijn start de 14e – dan 8 dagen.
 Dus dies ad quem 21e dus kan je ten vroegste de 22e voor de rechter komen.

4

Document information

Study
Uploaded on
October 8, 2026
Number of pages
37
Written in
2024/2025
Type
Summary
$9.42

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
5
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions