KWALITATIEVE EN GEMENGDE METHODEN
Kwalitatieve en gemengde methoden
COLLEGE 1 & HANDBOEK
1. Waarom kwalitatief onderzoek?
1.1. WAAROM METHODEN?
• Niet alle psychologen doen zelf onderzoek (maar meer dan je denkt)
• Alle psychologen maken gebruik van psychologische kennis
ð Iedere psycholoog moet kennisclaims kunnen beoordelen
Bv.: “Baby’s en peuters zijn te jong om een trauma op te doen”
ð Moeten we dan nog wel zorgen voor de psychologische begeleiding van jonge
vluchtelingen?
è Weerlegd door psychologen!
Bv: “Constant bereikbaar zijn voor het werk veroorzaakt stress”
ð Blijkt wel degelijk zo te zijn
ð Moeten werkgevers e-mailverkeer verbieden buiten de werkuren?
è Hierover doet een psycholoog onderzoek; deze kennisclaim onderzoeken
1.2. IEDERE PSYCHOLOOG MOET KENNISCLAIMS KUNNEN BEOORDELEN
Wetenschappelijke kennisclaims:
ð Steunen op wetenschappelijk onderzoek
ð Onderscheiden zich van...
è Persoonlijke ervaringen of meningen (“zelf meegemaakt”)
§ Ervaringsdeskundigheid is niet wetenschappelijk, ook al levendig
§ Levenswijsheid is geen wetenschappelijke kennis
è Sociale normen (“gezond verstand”; “iedereen ziet toch dat”)
§ Niet omdat iets gezond verstand, sociaal wenselijk is, betekent dat
opeens ook dat het ‘waarheid’ is o Informatie van ‘experts’
§ Niet iedere ‘expert’ doet aan wetenschappelijk onderzoek
Bv.: GEMS (coronataskforce): niet allemaal wetenschappers
Soetkin Maex
1
, Kwalitatieve en gemengde methoden 2022 – 2023
1.3. WETENSCHAPPELIJKE KENNIS VS GEWONE KENNISCLAIM
Wat maakt conclusies uit wetenschappelijk onderzoek anders dan andere kennisclaims?
• Manier waarop kennis tot stand komt, de methodologie
• De methode voldoet aan wetenschappelijke kwaliteitscriteria:
1. Transparantie: Precies weten hoe je aan die kennis komt
2. Peer review: onderzoek kritisch kunnen nakijken, onderzoek repliceren en
zelfde resultaten of eventueel andere bekomen
3. Mee kunnen beoordelen of de conclusies legitiem zijn
4. Psycholoog moet vertrouwt zijn met wetenschappelijke methoden om (1),
psychologische kennis kritisch te beoordelen (2) verantwoord te gebruiken en
(3) eventueel zelf onderzoek te doen
2. Wat is kwalitatief onderzoek?
Typische kenmerken van kwalitatief onderzoek (dataverzameling en -analyse):
• Rijke data = weinig preselectie
ð Veel body, details; weinig vaste structuur
(ó kwantitatief sterk ingeperkt, bv.: oordeelschaal)
ð Niet zo gestandaardiseerd
ð Niet vooraf vastgelegd wat er gecodeerd en geregistreerd moet worden
ð Open ipv gesloten vragen
• Perspectief van het individu = betekenis van de ervaring (insiderperspectief)
ð Hoe kijkt de persoon naar iets?
ð Individueel perspectief proberen te vatten en betekenisgeving
ð Individu vrijuit laten praten niet op voorhand al te veel structuur maken
• Natuurlijke settings (belang van context, want deze bepaalt perspectief van individu)
ð Kenmerken van dagelijks leven (ecologische validiteit!)
ð Interesse in persoonlijke beleving, betekenis,…
è Bekijken in natuurlijke habitat van persoon
è Meenemen in rijke data (ó kwantitatief proberen we hiervan af te geraken)
• Idiografisch
• Diepere band onderzoeker-participant
• Relatief ongestructureerd
• Géén hypothesetoetsing, maar theorieën en concepten uitdenken
Soetkin Maex
2
, Kwalitatieve en gemengde methoden 2022 – 2023
Onderscheid tussen KWALITATIEF en KWANTITATIEF onderzoek
• Kennistheoretische benadering: andere visie op ‘wat kennis is’
ð Ander doel van onderzoek
• Methode(n) van dataverzameling en -analyse specifiek voor dit soort onderzoek
ð Andere toolbox dan in ‘gewone’ leven
• Onderzoeksproces
ð Andere accenten in empirische cyclus
3. Kennistheoretische benadering in kwalitatief en kwantitatief onderzoek
3.1. KENNISTHEORIE (EPISTEMOLOGIE, WETENSCHAPSFILOSOFIE)
• Kennistheorie
ð Hoe wordt kennis vergaard?
ð Wat is de waarde van wat we weten
ð Filosofische vragen tijdens onderzoek
è Is er een objectieve waarheid?, kan de wetenschap ons dichter brengen bij de
waarheid of niet?, kunnen wij als onderzoeker neutraal zijn of niet?
è Wat betekent dit voor ons onderzoek?
• Gemeenschappelijk kwantitatief en kwalitatief: kennis obv empirisch onderzoek
ð Niet door God gegeven (theologie)
ð Niet abstract beredeneerd (metafysica)
• Houdt een visie in op:
ð De staat van de wereld
ð Doel van de wetenschap
ð Rol onderzoeker
3.2. KWANTITATIEVE KENNISTHEORIE: LOGISCH POSITIVISME (comte)
• Oorsprong, inhoud, fases
ð Periode van de verlichting
ð Theologische fase (kennis obv God en religie) naar: metafysische fase (kennis obv
redeneren) naar: wetenschappelijke fase (empirie)
• Er bestaat objectieve kennis: de externe wereld bepaalt wat waar is
ð Toets aan externe realiteit bepaalt wat waar en onwaar is (=realisme)
• Onderzoek brengt ons steeds dichter bij de “waarheid”
ð Wetenschap is cumulatief en leidt tot ontdekken van objectieve realiteit
ð Onderzoek brengt ons stap voor stap dichter bij de waarheid
Soetkin Maex
3
, Kwalitatieve en gemengde methoden 2022 – 2023
• Neutrale onderzoeker: kennisproductie is onafhankelijk van de onderzoeker;
onderzoeker moet neutraal blijven, moet zich uitgommen, als registratiemachine
• Determinisme: leven gebonden aan fysische wetten, externe krachten
• Positivisme als grond voor behaviorisme
3.3. KWALITATIEVE KENNISTHEORIE: SOCIAAL CONSTRUCTIVISME, RELATIVISME,
POSTMODERNISME
• Er bestaat geen objectieve kennis:
ð Hooguit bestaan er meerdere manieren om de wereld te kennen
ð Enkel intersubjectieve kennis: ‘kennis’ die gedeeld worden door de mensen met
dezelfde visie
• Komt altijd vanuit beleving van iemand
• Kennis gebaseerd op interactie: cultuur, milieu, tijd waarin we leven en in interactie
treden met anderen bepaalt ons perspectief op de wereld
• Onderzoek leidt tot waardevolle interpretatie van de werkelijkheid en kan hooguit
nieuwe perspectieven bieden op de wereld: meerdere interpretaties vullen elkaar
aan (onderzoek = bouwproject)
ð Meer interpretaties mogelijk
ð Meer realiteiten en dimensies
ð Samenleggen en tot constructie komen wat wellicht waarheid is vanuit bepaald
perspectief
• Perspectief van de onderzoeker van invloed op geproduceerde kennis:
ð Niet alleen theoretisch perspectief maar ook sociale en culturele achtergrond van
onderzoeker is van belang
ð Kennis niet compleet neutraal
ð Als onderzoeker zo transparant mogelijk over assumpties en perspectieven, zodat
anderen hier ook kritisch op kunnen reflecteren
• Nadruk op agency: zelf werkelijkheid scheppen door interactie
• Soorten onderzoeksstijlen
ð Agency:
è Focus op interactie, microniveau: visie op wereld bepaald door persoonlijke
interacties
ð Structure:
è Focus op maatschappij, macroniveau: visie bepaald door sociale structuren
Soetkin Maex
4