Week Type Onderwerp Literatuur
1 Introductie
2 Openbaar bestuur OB: H1 &
Inrichting OB 2
BK: H1,2,
3 en 9, 10
3 Binnenkant OB: H4
beleidsproces BK:
Beleidsproblemen H1,2,3,9
en midterm- en 10
oefening
4 Voorkant OB: H3 en
beleidsproces 10
MIDTERM
5 Organisatie en OB: H5,6
management 3n 7
Organisaties,omge
ving en debat
6 Relatie politiek en OB: H8 en
bestuur 9
7 BSK als
wetenschap en
responsie
Verplichte literatuur
- Van den Berg, C.F., Van der Steen, M.A., & Tummers, L.G. (2021).
Openbaar Bestuur: beleid, organisatie en politiek (10e herz. ed.).
Wolters Kluwer.
- Breeman, G.E., & Van Eijk, C.J.A. (2023). De bestuurlijke kaart van
Nederland (8e herz. ed.).Coutinho.
- Hoofdstuk 11 uit: Bovens, M.A.P., ’t Hart, P., & Van Twist, M.J.W.
(2012). Openbaar bestuur,beleid, organisatie en politiek (8e herz.
ed.). Wolters Kluwer. (Zie Canvas).
,H1: KENMERKEN NEDERLANDS OPENBAAR BESTUUR............................. 3
H2: DE NEDERLANDSE STAAT............................................................... 4
H3: DE POLITIEK-BESTUURLIJKE INSTITUTIES........................................ 7
H5: NATIONAAL BESTUUR: HET RIJK.................................................... 12
H6: MIDDENBESTUUR: PROVINCIE EN WATERSCHAP............................ 16
H7: LOKAAL BESTUUR: DE GEMEENTE................................................. 18
H8: SAMENWERKEND BESTUUR.......................................................... 20
H9: BESTUUR EN MAATSCHAPPELIJKE OMGEVING................................ 22
H10: EUROPEES BESTUUR.................................................................. 26
H11: DE INTERNATIONALE CONTEXT VAN BESTUUR............................. 33
,Bestuurlijke kaart
H1: kenmerken Nederlands openbaar bestuur
1. Nederland is een constitutioneel monarchie:
o Koning = staatshoofd
o Handelingen van de koning is gebonden aan een grondwet (of
geschreven constitutie)
2. Nederland is een rechtsstaat:
o Overheidshandelen is ontworpen aan het recht
o Legaliteitsbeginsel; de overheid mag alleen handelen op grond
van wettelijke bevoegdheden
o Burgers beschikken over grondrechten
3. Nederland kent een gedeeltelijke scheiding der machten
o Wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht zijn
onafhankelijk van elkaar, maar ze controleren elkaar wel
(soms)
4. Nederland heeft een scheiding van kerk en staat
5. Nederland heeft parlementaire stelsel
o Bevolking kiest rechtsreeks het hoogste besluitvormende
orgaan (tweede kamer)
o Ministeriele verantwoordelijkheid: ministers zijn
verantwoordelijk ook voor het optreden van het staatshoofd en
het doen en laten van de rijksambtenaren
o Vertrouwensregel: ministers worden geacht af te treden zodra
zij het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging verloren
hebben
o Dualistisch: de volksvertegenwoordiging is onafhankelijk van
de regering en ministers kunnen geen deel uitmaken van de
staten-generaal
6. Nederlandse bevolking kiest geen bestuurders
o Leden van de gemeenteraden en de provinciale staten
benoemen de wethouders en de gedupteerden.
o De kroon benoemt formeel de ministers, burgemeesters en
commissarissen van de koning.
7. Nederlandse kiesstelsel gebasseerd op stelsel evenredige
vertegenwoordiging
o Het aantal zetels voor een partij in overeenstemming is met de
aanhang van die partij onder de bevolking
o Geen minimale slagingpercentage
8. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat
, o Rijksoverheid legt zaken op aan lagere overheden maar draagt
het ook over.
9. Het constitutioneel hof in Nederland niet aanwezig
o Zodat er geen onafhankelijk rechtelijk instantie is die wetten
toetst aan de grondwet
10. Nederland kent evenmin de juryrechtspraak
o Rechtspraak blijft bij de onafhankelijk en deskundige rechters
11. Functioneel + territoriaal bestuur in Nederland
o Functioneel: beperkt, wettelijk vastgelegd takenpakket
o Territoriaal: binnen bepaalde grondgebied
12. Nederland maakt deel uit van de Europese Unie
o Europese wetgeving heeft voorrang
H2: de Nederlandse staat
De 4 kenmerken van staat:
- Specifieke territorium/ grondgebied
- Bevolking
- Erkend door andere staten
- Wettelijk ordening (grondwet en/of constitutie)
De staat der Nederlanden is een rechtspersoon. Het begrip is de juridische
term voor de Nederlandse overheid. Houdt in dat de staat, net als een
individu bevoegd is rechtshandelingen te verrichten.
Nederland maakt deel uit van het Koningrijk der Nederlanden. Hieruit blijkt
dat een staat niet uit een aaneengesloten territorium hoeft te bestaan. De
Nederlandse koning is staatshoofd van het gehele koninkrijk der
Nederlanden
o Aruba, curaçao en Sint-Maarten wordt de koning
vertegenwoordigd door de gouverneur; ieder land een
De regering van het koninkrijk bestaat uit de koning en de raad van
ministers (rijksministerraad). De raad van ministers bestaat uit de door de
koning benoemde Nederlandse ministers.
- Regering = koning +ministers
De raad behandelt aangelegenheden die de 4 landen raken. In het
Nederlandse kabinet is een bewindspersoon (minister of staatssecretaris)
in het bijzonder belast met koninkrijksrelaties. Deze bewindspersoon is
,verbonden aan het ministerie van binnenlandse zaken en
koninkrijksrelaties.
Nederland is sinds de grondwet 1815 een constitutionele monarchie
- Een staat waarin het koningschap verankerd is in een constitutie.
Koning staat niet boven de wet, maar is daaraan ondergeschikt.
Een constitutie is het geheel van elementaire geschreven en
ongeschreven regels met betrekking tot de organisatie van een staat.
- Kunnen gedeeltelijk zijn vastgelegd in een wet (GW)
- Staat heeft niet altijd een GW, maar kan ook een constitutie hebben
Parlementaire stelsel
Nederland is een democratie waarin de bevolking van 18 jaar en ouder
haar hoogste besluitvormende orgaan kiest: de tweede kamer.
Het parlementaire stelsel kent 2 principes:
1- Koning is onschendbaar + ministers zijn verantwoordelijk (de
ministeriele verantwoordelijkheid)
2- Kabinet moet vertrouwen van een meerderheid in de tweede kamer
hebben (vertrouwensregels)
De koninklijke familie is de familie van Oranje-Nassau. Het koninklijke huis
omvat de leden van de koninklijke familie voor wie de ministeriele
verantwoordelijkheid bestaat, de verantwoordelijkheid is geconcentreerd
bij de minister-president
Rechtsstaat
De Nederlandse staat is onderworpen aan de regels van het recht. Een
rechtsstaat heeft de volgende kenmerken:
- Overheidshandelen (bevoegdheid) dient vastgelegd te zijn in wetten
- Sprake van een machtenscheiding
o Nederlandse staat voldoet niet volledig hieraan
- Vrije en geheime verkiezingen
- Bestaan van grondrechten
- Bestaan van vrije en onafhankelijke media
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Decentralisatie heeft te maken op de overdracht van taken en
bevoegdheden aan lagere rechtsgemeenschappen of bestuurslagen
- Gemeenten mogen bijvoorbeeld onderling afwijkende regels
opstellen.
Eenheidsstaat wijst daarentegen op samenhang en coördinatie die
centraal, van bovenaf wordt opgelegd.