Informatieve en communicatieve
vaardigheden 1
1. Kritisch denken
Hans Rosling: mensen hebben al vooropgezette gedachten over de wereld
& weten de werkelijkheid niet goed, professor internationale gezondheid in
zweden
oprichter van Gapminder Foundation = stichting die software
ontwikkelt om statische gegevens over gezondheid en inkomen
toegankelijk en visueel attractief zichtbaar te maken
misconcepties en misleiding
historie van het atoommodel
o John Thomson: atomen zijn niet ondeelbaar, er kunnen
negatieve deeltjes uitgehaald worden blijkt later fout te zijn,
Rutherford
o Rutherford experiment: bestond uit het afvuren van positief
geladen alfadeeltjes op een dunne goudfolie, de meeste
deeltjes gingen rechtdoor, maar een klein aantal werd sterk
afgebogen of teruggekaatst toonde aan dat de positieve
lading van een atoom niet gelijkmatig verdeeld was, maar
geconcentreerd in een kleine, dichte kern, leidde tot de
ontwikkeling van het nucleaire atoommodel
verklaring en wetenschap
wetenschap = het proces aan waarmee kennis wordt vergaard
(wetenschappelijke methode) & het geheel aan kennis die voorkomt uit de
wetenschappelijke activiteit
eigenschappen van de wetenschappen
stelt vragen en geeft verklaringen die betrekking hebben op de
natuurlijke wereld filosofisch en supernatuurlijke kwesties
werkt met testbare ideeën
werkt met falsifieerbare ideeën
Karl Popper: elke hypothese (= mogelijke verklaring voor een
observatie) moet falsifieerbaar zijn, wilt zeggen dat een hypothese in
principe te weerleggen moet zijn
baseert zich op experimenten en bewijzen
, hoe meer verschillende experimenten er gedaan kunnen worden,
waarvan de resultaten op een lijn zijn met de voorspellingen, hoe
sterker het bewijs voor een sterke wetenschappelijke theorie
wetenschap in de oude culturen (Egytpte, Mesopotamië, oude
Griekenland…)
ze probeerden al verklaringen te zoeken voor natuurverschijnselen
kalender adhv hemillichamen (zon, maan, sterren, planeten)
Hipparchus: zons en maansverduisteringen hadden grote indruk op het
volk en op een gegeven moment (2de eeuw vCh) wist hij de afstand naar
de maan te bepalen via verschillende hoeken & zo kon hij de
maansverduistering op de Hellespont bepalen, wel nog met grote
foutmarge
natuurfilosofie bij de oude Grieken
in de tijd van de oude Grieken bestond echte wetenschap nog niet
observaties & filosofie waren nauw verbonden en bijna geen
experimenten gedaan
Thales van Milete (7e –6e eeuw v.C.) zocht natuurlijke verklaringen
voor verschijnselen, stelde o.a. dat de aarde op water dreef en dat
aardbevingen door golven ontstonden, als eerste een
zonsverduistering voorspeld (28 mei 585 v.C.)
Democritus (460–370 v.C.) introduceerde de atoomhypothese: de
idee dat alles bestaat uit ondeelbare deeltjes (atomoi), de atomisten
probeerden de wereld te verklaren zonder goden of bovennatuurlijke
doelen
vroege geneeskunde
kon nooit puur theoretisch zijn, want patiënten moesten behandeld
worden, soms ook gebruik van magie & mentale krachten maar in Egypte
(1500 v.C.) bestaan beschrijvingen van het behandelen van wonden,
breuken en luxaties.
Hippocrates (5e–4e eeuw v.C.): vader van de moderne geneeskunde,
ziekte als natuurlijk niet als straf van de goden, legde de nadruk op
zorgvuldige observatie, hygiëne, dieet, rust & massage, huidige
artseneed is op zijn eed gebaseerd
Galenus (2e eeuw n.C.), griekse arts die verder bouwde op
Hippocrates, richtte zich op anatomie, maar moest werken met
dieren omdat menselijke dissecties verboden waren ontdekte o.a.
, het verschil tussen bloed in aders en slagaders, en dat urine in de
nieren wordt gevormd
ideeën van Hippocrates & Galenus bleven tot in de 16e eeuw basis v/d
geneeksunde
begin van moderne wetenschap
1543: ‘over de bewegingen van de hemelsferen’ veranderingen vanaf de
Reneissance = de wetenschappelijke revolutie, kwam een hernieuwde
interessen in G&R
definities
bewijs = feiten/waarnemingen die hypothese of theorie bevestigen
of ontkrachten
een bewijs voor een theorie betekent NIET dat de theorie ook een
model is dat de werkelijkheid correct beschrijft
feit = zintuigelijke waarneming of een instrumentele meting
moet gaan over een objectieve waarneming (onafhankelijk van de
opvattingen of het perspectief van de waarnemer)
hypothese = mogelijke verklaring voor een observatie
geen eindpunt, begin van nieuwe experimenten
er moet in principe een experiment uitgevoerd kunnen worden of
een observatie gedaan kan worden
theorie = goed onderbouwde verklaring over een aspect van de
natuur, gebaseerd op feiten die herhaaldelijk zijn bevestigd door
observaties of experimenten
model dat observaties verklaart en voorspellingen doet
wet: beschrijving van een natuurlijk fenomeen
o misvatting een theorie met voldoende bewijs is een weet IS
GEEN WET
o wet beschrijft observatie, maar biedt geen verklaring zoals een
theorie
theorieën en bewegingen
soms observaties die niet kunnen worden verklaard door de huidige
theorieën
aanpassingen van theorieën betere modellen
o model van het universum
o model van het atoom: uit model Bohr volgde andere
ontdekkingen
Heisenberg en Schrödinger (energieniveaus) steeds meer
gedetailleerder en meerdere observaties werden verklaard
vaardigheden 1
1. Kritisch denken
Hans Rosling: mensen hebben al vooropgezette gedachten over de wereld
& weten de werkelijkheid niet goed, professor internationale gezondheid in
zweden
oprichter van Gapminder Foundation = stichting die software
ontwikkelt om statische gegevens over gezondheid en inkomen
toegankelijk en visueel attractief zichtbaar te maken
misconcepties en misleiding
historie van het atoommodel
o John Thomson: atomen zijn niet ondeelbaar, er kunnen
negatieve deeltjes uitgehaald worden blijkt later fout te zijn,
Rutherford
o Rutherford experiment: bestond uit het afvuren van positief
geladen alfadeeltjes op een dunne goudfolie, de meeste
deeltjes gingen rechtdoor, maar een klein aantal werd sterk
afgebogen of teruggekaatst toonde aan dat de positieve
lading van een atoom niet gelijkmatig verdeeld was, maar
geconcentreerd in een kleine, dichte kern, leidde tot de
ontwikkeling van het nucleaire atoommodel
verklaring en wetenschap
wetenschap = het proces aan waarmee kennis wordt vergaard
(wetenschappelijke methode) & het geheel aan kennis die voorkomt uit de
wetenschappelijke activiteit
eigenschappen van de wetenschappen
stelt vragen en geeft verklaringen die betrekking hebben op de
natuurlijke wereld filosofisch en supernatuurlijke kwesties
werkt met testbare ideeën
werkt met falsifieerbare ideeën
Karl Popper: elke hypothese (= mogelijke verklaring voor een
observatie) moet falsifieerbaar zijn, wilt zeggen dat een hypothese in
principe te weerleggen moet zijn
baseert zich op experimenten en bewijzen
, hoe meer verschillende experimenten er gedaan kunnen worden,
waarvan de resultaten op een lijn zijn met de voorspellingen, hoe
sterker het bewijs voor een sterke wetenschappelijke theorie
wetenschap in de oude culturen (Egytpte, Mesopotamië, oude
Griekenland…)
ze probeerden al verklaringen te zoeken voor natuurverschijnselen
kalender adhv hemillichamen (zon, maan, sterren, planeten)
Hipparchus: zons en maansverduisteringen hadden grote indruk op het
volk en op een gegeven moment (2de eeuw vCh) wist hij de afstand naar
de maan te bepalen via verschillende hoeken & zo kon hij de
maansverduistering op de Hellespont bepalen, wel nog met grote
foutmarge
natuurfilosofie bij de oude Grieken
in de tijd van de oude Grieken bestond echte wetenschap nog niet
observaties & filosofie waren nauw verbonden en bijna geen
experimenten gedaan
Thales van Milete (7e –6e eeuw v.C.) zocht natuurlijke verklaringen
voor verschijnselen, stelde o.a. dat de aarde op water dreef en dat
aardbevingen door golven ontstonden, als eerste een
zonsverduistering voorspeld (28 mei 585 v.C.)
Democritus (460–370 v.C.) introduceerde de atoomhypothese: de
idee dat alles bestaat uit ondeelbare deeltjes (atomoi), de atomisten
probeerden de wereld te verklaren zonder goden of bovennatuurlijke
doelen
vroege geneeskunde
kon nooit puur theoretisch zijn, want patiënten moesten behandeld
worden, soms ook gebruik van magie & mentale krachten maar in Egypte
(1500 v.C.) bestaan beschrijvingen van het behandelen van wonden,
breuken en luxaties.
Hippocrates (5e–4e eeuw v.C.): vader van de moderne geneeskunde,
ziekte als natuurlijk niet als straf van de goden, legde de nadruk op
zorgvuldige observatie, hygiëne, dieet, rust & massage, huidige
artseneed is op zijn eed gebaseerd
Galenus (2e eeuw n.C.), griekse arts die verder bouwde op
Hippocrates, richtte zich op anatomie, maar moest werken met
dieren omdat menselijke dissecties verboden waren ontdekte o.a.
, het verschil tussen bloed in aders en slagaders, en dat urine in de
nieren wordt gevormd
ideeën van Hippocrates & Galenus bleven tot in de 16e eeuw basis v/d
geneeksunde
begin van moderne wetenschap
1543: ‘over de bewegingen van de hemelsferen’ veranderingen vanaf de
Reneissance = de wetenschappelijke revolutie, kwam een hernieuwde
interessen in G&R
definities
bewijs = feiten/waarnemingen die hypothese of theorie bevestigen
of ontkrachten
een bewijs voor een theorie betekent NIET dat de theorie ook een
model is dat de werkelijkheid correct beschrijft
feit = zintuigelijke waarneming of een instrumentele meting
moet gaan over een objectieve waarneming (onafhankelijk van de
opvattingen of het perspectief van de waarnemer)
hypothese = mogelijke verklaring voor een observatie
geen eindpunt, begin van nieuwe experimenten
er moet in principe een experiment uitgevoerd kunnen worden of
een observatie gedaan kan worden
theorie = goed onderbouwde verklaring over een aspect van de
natuur, gebaseerd op feiten die herhaaldelijk zijn bevestigd door
observaties of experimenten
model dat observaties verklaart en voorspellingen doet
wet: beschrijving van een natuurlijk fenomeen
o misvatting een theorie met voldoende bewijs is een weet IS
GEEN WET
o wet beschrijft observatie, maar biedt geen verklaring zoals een
theorie
theorieën en bewegingen
soms observaties die niet kunnen worden verklaard door de huidige
theorieën
aanpassingen van theorieën betere modellen
o model van het universum
o model van het atoom: uit model Bohr volgde andere
ontdekkingen
Heisenberg en Schrödinger (energieniveaus) steeds meer
gedetailleerder en meerdere observaties werden verklaard