Hoorcollege 1: 10 februari 2025
Dia 13 – Afdwingbaarheid
Een juridische verbintenis kan zowel voor de rechtbank als buiten gerechtelijk worden
afgedwongen. Er zijn voorts ook niet-afdwingbare verbintenissen.
Dia 14 – Onderscheid tussen juridische en louter morele verbintenissen
Een sociale afspraak is niet juridisch afdwingbaar (vb. vrienden die afspreken en iemand
komt niet opdagen).
Een gentlemen’s agreement is niet juridisch afdwingbaar (vb. iemand zijn studie betalen
mits hij daarna terug komt werken op kantoor – dit is schriftelijk maar niet bindend of
afdwingbaar).
Een natuurlijke verbintenis is niet juridisch afdwingbaar (art. 5.2 BW) (vb. grootouders
mogen vrijwillig je studies financieren maar eens ze hier vrijwillig mee zijn begonnen
kunnen ze het echter wel niet terugvorderen aangezien het een juridische verbintenis is
geworden).
Ouders en kinderen hebben de verplichting om studies te betalen (wel is waar voor de
eerste studie en mits redelijkheid tussen beide partijen – dit is juridisch afdwingbaar)
Dia 15 – Rechtsband tussen rechtssubjecten
Persoonlijk recht: een verhouding tussen twee personen (bv. huurder heeft een
persoonlijk recht over de verhuurder – omgekeerd ook)
Zakelijk recht: een verhouding tussen een persoon en een zaak (bv. ik ben eigenaar van
mijn auto)
Dia 16 – Rechtsband tussen rechtssubjecten
Relativiteit tussen personen: de rechtsband is enkel van toepassing tussen de partijen
onderling
Dia 17 – Soorten verbintenissen
Eerste onderscheid: op basis van voorwerp prestatie
- Doen (vb. bouwovereenkomst)
- Niet-doen (vb. niet-concurrentiebeding)
- Geven (vb. laptop kopen)
- Garanderen (vb. borgcontract tussen bank – lener – borgsteller (deze laatste
garanderen de nakoming van de eerste verbintenis))
Dia 18 – Soorten verbintenissen
Tweede onderscheid: op basis van de draagwijdte van de verbintenis
- Inspanningsverbintenis: ge verbindt u tot een inspanning uit te voeren
- Resultaatsverbintenis: ge verbindt u tot een resultaat
Dia 19 – Bronnen van verbintenissen
,Liam Coninx Verbintenissen Lesnotities
Eenzijdige rechtshandelingen kunnen ook bindend zijn (vb. 15.000 bieden aan degene die
je dochter terugvindt – je weet nog niet wie haar gaat vinden maar gaat toch als een
rechtshandeling aan)
Rechtsfeit: geen bedoeling om rechtsgevolgen te creëren, het is de wet die
rechtsgevolgen verbindt aan iets dat je doet
- Buitencontractuele aansprakelijkheid:
- Oneigenlijke contracten: het is geen contract maar we gaan er toch gevolgen aan
binden die lijken op een contract. Er zijn drie soorten oneigenlijke contracten die
we later nog zullen bekijken
, Liam Coninx Verbintenissen Lesnotities
HC 2: 17 februari 2025
Voorbeeld casus: herenhuis gekocht om koten in te verhuizen. Eén kamer wordt aan de dochter verhuurd,
dewelke graag wilt dat er alleen meisjes in het kot komen. Ouders hangen dus een bordje uit ‘koten te huur aan
meiden’. Mogen de ouders dit doen? Neen, dit is discriminatie op basis van geslacht.
Voorbeeld casus: Vlaams Belang wilt een activiteit organiseren en wilt daarvoor payconiq gebruiken maar de
bank weigert dat omdat zij liever niet worden geassocieerd met het Vlaams Belang. Mag de bank dit doen?
Neen, dit is een minimumbasisbankdienst die niet geweigerd kon worden.
Voorbeeld casus: Een jaarabonnement op een tijdschrift op partituren cadeau gekregen. Na een jaar krijgen ze
een factuur in de bus voor een nieuw jaar omdat ze niet op tijd heeft opgezegd. Moet ze betalen?
Dia 4: contractsvrijheid algemeen
Ieder is vrij om contracten aan te gaan (art. 5.14 BW).
Er zijn vier facetten.
Consensualisme: de wilsovereenstemming volstaat op een consensueel contract af te
sluiten. Dit betekent dus ook dat er geen geschrift nodig is voor een contract.
- Uitzonderingen op consensualisme zijn vormelijke en zakelijke contracten
Sinds het einde van de 19 de eeuw kwam er kritiek op de absolute contractsvrijheid
aangezien er sterkere en zwakkere partijen zijn in de samenleving en deze zwakkere
partijen beschermd moeten worden.
Dia 5: beperking 1 – vrijheid om contracten te sluiten
Uitgangspunt: iedereen is vrij om te beslissen of hij contracteert of niet. Dit betekent ook
dat men vrij is om onderhandelingen te starten, het is irrelevant of dit al dan niet tot een
contract zal leiden.
Nuance: er zijn bepaalde situaties waarin je verplicht bent om te contracteren
- Bij contractdwang: wanneer er een ongelijkheid is tussen de twee
contractspartijen (een sterkere en zwakkere partij) waarbij de zwakkere partij geen
contract gaat krijgen of geen keuzenvrijheid gaat krijgen. De overheid grijpt dus in
door de sterkere partij te verplichten om te contracteren.
o Feitelijke dwang (vb. op vlak van leveringen van water/gas/elektriciteit,
minimumbasisbankdiensten) (iedere burger heeft recht op een minimale
nutsvoorziening)
o Juridische dwang (vb. de autoverzekering die je verplicht moet afsluiten
zodra je een auto op je naam zet – BA Autoverzekering. Elke verzekeraar is
verplicht een contract af te sluiten)
- Bij rechtsmisbruik: je mag geen misbruik maken van een recht dat je hebt, ook
niet bij contracten; je mag geen misbruik maken van de contractsvrijheid (vb. vijf
kinderartsen werken in een ziekenhuis, vier van hen sluiten een overeenkomst en
de vijfde kinderarts wordt buitengesloten. De vijfde kinderarts is naar de rechter
gestapt wegens misbruik van contractsvrijheid omdat ze al jaar en dag alle vijf
samenwerken, de vijfde kon dus niet zomaar worden uitgesloten. De rechter
oordeelde dat er sprake was van contract misbruik).
Dia 6: beperking 2 – vrijheid om contractspartij te kiezen – Discriminatieverbod
Art. 10 en 11 GW volstonden niet voor burgers onderling, dit was enkel voor burger-
overheid
Antidiscriminatiewetten: als iemand een contract wilt sluiten en die begeeft zich daarvoor
in het publieke domein, dan mag die niet meer discrimineren op basis van de verboden
discriminatiegronden uit de wet (vb. op basis van geslacht mag niet worden
gediscrimineerd) (vb. op een privéfeestje mag wel worden geweigerd maar op een
openbaar feestje niet).
Je kunt iemand niet verplichten om een contract te sluiten maar kunt wel een
schadevergoeding eisen.