• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 53 pages
Summary

Volledige Samenvatting Staatsrecht | UHasselt | 40 pagina's inclusief randnummers

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 53 pages

Samenvatting van het vak Staatsrecht, 40 pagina's lang, inclusief randnummers bij elke titel in de samenvatting, behandelt het gehele boek.

Content preview

Hoofdstuk 1. De evolutie van het Staatsrecht van de Middeleeuwen tot 1831


De eenheidsstaat versus de federale staat (nr. 10-20)

De eenheidsstaat is een staatsvorm waarin de hoogste macht gecentraliseerd is bij de
centrale overheid. De nationale autoriteit bepaalt het beleid, de wetgeving en de
handhaving, met minimale zelfstandigheid voor lagere bestuursniveaus. Alle
bevoegdheden vloeien dus voornamelijk van bovenaf. Echter komt de eenheidsstaat
vandaag de dag niet meer voor, dit door de deconcentratie en de decentralisatie.

Deconcentratie: de macht blijft centraal, maar de uitvoering wordt
verspreid
- [Definitie]: Deconcentratie betekent dat de centrale overheid bevoegdheden
overdraagt binnen haar eigen hiërarchische structuur, zonder echte autonomie toe
te kennen aan lagere bestuursniveaus. Het is vooral bedoeld voor praktische
efficiëntie, bijvoorbeeld om beleid lokaal uit te voeren. Er zijn dus verschillende
diensten onder één rechtspersoon.

- [Twee kenmerken]:
1. De gedeconcentreerde diensten hebben geen onderscheiden
rechtspersoonlijkheid;
2. De hogere overheid behoudt het hiërarchisch toezicht en heeft daarvoor het
recht om bevelen te geven, beslissingen te wijzigen en zich in de plaats te
stellen.

- [Twee soorten deconcentratie]:
1. Interne deconcentratie: Bevoegdheden worden verplaatst binnen dezelfde
organisatie, zonder geografische verschuiving. De macht blijft bijgevolg binnen
dezelfde structuur, er is geen overdracht naar lagere bestuursniveaus. (vb. de
delegatie van handtekening door een minister aan het hoofd van zijn
departement)
2. Externe deconcentratie: Bevoegdheden worden verdeeld over regionale of
lokale kantoren van de centrale overheid. De centrale overheid behoudt wel de
controle, maar de uitvoering gebeurt op lokaal niveau. (vb. de
belastingdiensten)


Decentralisatie: macht wordt daadwerkelijk overgedragen met autonomie

- [Definitie]: Decentralisatie gaat verder dan deconcentratie. Hier krijgt een lager
bestuursniveau (zoals provincies, gemeenten of gespecialiseerde instellingen) wél
zelfstandige beslissingsmacht over bepaalde domeinen. Dit betekent meer
beleidsvrijheid en zelfstandigheid. Autonome overheden of diensten beschikken
bijgevolg over bepaalde bevoegdheden.

- [Twee kenmerken]:
1. De overheden hebben een eigen onderscheiden rechtspersoonlijkheid;
2. De hogere overheid oefent slechts een administratief toezicht uit zonder zich
in hun plaats te kunnen stellen.

- [Twee soorten decentralisatie]:
1. Territoriale of politieke decentralisatie: Bevoegdheden die algemeen
omschreven zijn en voor een bepaald gedeelte van het grondgebied toekomen
aan zelfstandige publiekrechtelijke lichamen die gesteund zijn op een politieke
vertegenwoordiging. (vb. provincies en gemeenten)
2. Functionele of dienstgewijze centralisatie: De overdracht van
bevoegdheden aan specifieke organisaties of instellingen met een beperkte,

,gespecialiseerde taak. Deze instellingen hebben autonomie binnen hun
functionele werkgebied, maar blijven beperkt tot die sector. (vb. NMBS, De Lijn,
OVAM)

,De federale staat (of bondsstaat) is een land waarin de macht wordt verdeeld tussen
de federatie (de centrale overheid) en de deelstaten (de regionale overheid). Beide
hebben eigen bevoegdheden, wetten en instellingen en zijn niet ondergeschikt aan
elkaar.
- [Twee soorten]:
1. Het centripetaal of agreatief federalisme: ontstaat door een vrijwillige
aaneensluiting van voorheen onafhankelijke staten, die er nu voor opteren hun
doelstellingen op bepaalde vlakken in een groter geheel te realiseren. (vb. de
VS is ontstaan door zelfstandige staten die samenwerkten om
gemeenschappelijke doelen te bereiken)
2. Het centrifugaal of segregatief federalisme: ontstaan door een evolutie
van een eenheidsstaat naar een federale staat, door meer autonomie aan
deelstaten te geven.
(vb. België)


- [De drie “wetten”/kenmerken van een federale staat]:
1. De autonomie van de deelstaten: De deelstaten zijn zelfstandige
rechtspersonen met eigen organen, eigen bevoegdheden en eigen financiële
middelen.
o Een afzonderlijke rechtsordening: Zowel de federale staat als de
deelstaten hebben elk een afzonderlijke rechtsordening, die zowel de
grondwetgevende macht als de drie klassieke staatsmachten omvat. (vb.
elke deelstaat beschikt over een eigen Grondwet met inachtneming van de
federale Grondwet)
o Drie soorten bevoegdheden:
 Exclusieve federale bevoegdheden die zijn opgenomen in de
Grondwet.
 Residuaire bevoegdheden van de deelstaten.
 Concurrerende bevoegdheden waarbij de federale overheid
regels van de deelstaten kan herroepen omdat zo boven de
deelstaten staat. Let op, België is een uitzondering aangezien de
federale staat geen beslissingen van de deelstaten kan overtreffen!
o Een hooggerechtshof of Grondwettelijk Hof: De meeste federale
staten hebben een Hof dat waakt over de naleving van de
bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de deelstaten. Zij toets
eveneens alle wetten aan de Grondwet.
 Een diffuus stelsel: In landen als de VS of Canada kunnen gewone
rechts wetten toetsen op grondwettigheid, het Hof is dan slechts
aan de top van de pyramide.
 Een gecentraliseerd stelsel: In Europa is de controle van de
grondwettelijkheid voorbehouden aan het Grondwettelijk Hof.
o De financiering: Deelstaten krijgen voldoende financiële middelen en
beschikken dus over voldoende bestedingsautonomie. Hun
verwervingsautonomie is echter beperkt
(vb. belastingheffing is vaak beperkt).

2. De participatie van de deelstaten: De participatie van de deelstaten wordt
veruitwendigt door het tweekamerstelsel dat er voor zorgt dat de federale
Grondwet en de federale wetten niet zomaar de statuten van de deelstaten
kunnen wijzigen.
o Het tweekamerstelsel:
 De Kamer van Volksvertegenwoordigers vertegenwoordigt de
ganse Staat
 De Senaat vertegenwoordigt de deelstaten

, 3. De coöperatie: Het duaal federalisme waarbij de federatie en de deelstaten
met eigen bevoegdheidssferen naast en totaal los van elkaar staan is verlaten,
zo is het coöperatief federalisme ontstaan, met een toenemende
samenwerking, zowel tussen de deelstaten onderling (horizontaal) als tussen
de deelstaten en de federale overheid (verticaal).

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789046539002 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 6, 2026
Number of pages
53
Written in
2024/2025
Type
Summary
$14.93

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
19
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions