OG’s 2025
OG1: 25 april 2025
Ruritanië bij de Unie
Ruritanië is een dwergstaat gelegen op het Balkanschiereiland, geprangd tussen
Roemenië en Servië. Omdat de Ruritaanse economie sterk verbonden is met de
Roemeense en omdat de regering graag bij een duidelijk machtsblok op het
internationale toneel wil horen, zou Ruritanië graag lid worden van de Europese Unie.
Dat plan wordt meteen enthousiast onthaald in het Europees Parlement. Het overgrote
merendeel van de parlementsleden is er vast van overtuigd dat de Unie moet uitbreiden
om te overleden in de huidige geopolitieke setting. Elke uitbreiding, hoe klein ook, is
volgens hen, dus een goede zaak. De Ruritaanse president houdt meteen een
dramatische speech op de nationale televisie: binnenkort zal Ruritanië een trouwe
Lidstaat van de EU zijn. Over het hele land breekt een spontaan volksfeest los.
De diplomatieke reactie van de huidige Lidstaat is ontnuchterend. Zelfs naaste
bondgenoot Roemenië verklaart openbaar dat Ruritanië nog lang geen lid van de EU is.
Verschillende Lidstaten vermelden daarbij expliciet dat ze het Ruritaanse staatsapparaat
niet voldoende ontwikkeld vinden om het land al in de Unie te dulden. Ze maken zich
zorgen dat er een politiek en economisch zwak broertje bij de EU zou komen.
Eens hersteld van het feestgedruis komt de Ruritaanse president bij jou aankloppen voor
advies. Hij stelt de volgende vragen.
a) Welke stappen moet Ruritanië doorlopen om lid te worden van de EU? Zal
het land daarin slagen, gezien de steun van het Europees Parlement en de
bezwaren van verschillende Lidstaten?
De toetredingsprocedure vangt aan met het verzoek om lid van de Unie te worden,
gericht tot de raad van de Europese Unie. Volgens art. 49 VEU besluit de Raad vervolgens
met eenparigheid van stemmen, dit na raadpleging van de Commissie en na goedkeuring
van het Europees Parlement dat zich uitspreekt bij meerderheid van zijn leden. Het
uiteindelijke akkoord wordt gesloten tussen de lidstaten en alle kandidaat-lidstaten en
treedt in werking na bekrachtiging door alle staten volgens hun onderscheiden
grondwettelijke bepaling (art. 49, lid 2 VEU) (randnr. 83).
1
,Europees en Internationaal Recht Liam Coninx
OG’s 2025
Stap 1. Indienen van een kandidatuur:
Een land moet een lidmaatschapsaanvraag indienen bij de Raad van de EU, deze vraagt
dan vervolgens aan de Europese Commissie om na te gaan of het land in staat is aan de
eisen van het lidmaatschap te voldoen. Op basis van de aanbeveling van de Commissie
besluit de Raad vervolgens of het land de status van kandidaat-lidstaat krijgt en of er
formele onderhandelingen over de toetreding tot de Unie kunnen beginnen. Alle EU-
lidstaten moeten het eens zijn over dit besluit.
De Europese Raad stelt drie criteria waaraan kandidaat-lidstaten moeten voldoen, de
zogenaamde “Kopenhagen-criteria” (randnr. 81).
i. Politiek criterium: De kandidaat-lidstaat moet beschikken over stabiele
instellingen die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het
respect voor en de bescherming van minderheden garandeert.
ii. Economisch criterium: De kandidaat-lidstaat moet beschikken over een goed
functionerende markteconomie alsook over het vermogen om de
concurrentiedruk en de markrachten binnen de Unie het hoofd te bieden.
iii. Aqcuis-criterium: De kandidaat-lidstaat moet in staat zijn om de
verplichtingen van het lidmaatschap op zich te nemen wat onder meer inhoudt
dat hij de doelstellingen van een politieke, economische en monetaire unie
onderschrijft.
Stap 2. Onderhandelingen over het lidmaatschap
Tijdens de onderhandelingen over het lidmaatschap bereidt de kandidaat-lidstaat zich
voor om de EU-wetgeving en -normen uit te voeren. Het geheel aan wetten en normen
wordt ook wel het acquis genoemd. De Commissie monitort of de kandidaat-lidstaat
vooruitgang boekt met de nodige hervormingen en houdt de Raad en het Europees
Parlement hiervan op de hoogte via regelmatige verslagen en mededelingen.
Stap 3. Toetreding (sluiting en ratificatie van het toetredingsverdrag)
Als de onderhandelingen zijn afgerond adviseert de Commissie of de kandidaat al dan
niet klaar is om een lidstaat te worden. Als de Commissie denkt dat dit het geval is, wordt
een toetredingsverdrag opgesteld. In dit document staan de voorwaarden om lid te
worden van de EU.
Het toetredingsverdrag moet vervolgens door de Europese Commissie, de Europese Raad
en het Europees Parlement worden goedgekeurd voordat het door alle EU-lidstaten en de
kandidaat-lidstaat wordt ondertekent en geratificeerd.
De kandidaat-lidstaat treedt officieel toe tot de EU op de datum die in het
toetredingsverdrag is vermeld.
Conclusie: Aangezien er instemming is vereist van de verschillende lidstaten van de EU
kan men in casu concluderen dat Ruritanië door gebrek van instemming van de Lidstaten
niet zal kunnen toetreden tot de Europese Unie. De Lidstaten stellen namelijk, expliciet,
dat het staatsapparaat niet voldoende is ontwikkeld en dus politiek en economisch te
zwak is om toe te treden tot de Europese Unie en dus niet voldoet aan de Kopenhagen-
criteria.
2
,Europees en Internationaal Recht Liam Coninx
OG’s 2025
b) Stel dat lidmaatschap voorlopig politiek onmogelijk is. Op welke manier kan
Ruritanië alsnog de banden aanhalen met de EU? Volstaat die alternatief om de
economische en politieke verbondenheid te bereiken waarnaar het land
streeft?
Een intergouvernementele samenwerking
Ruritanië zou een intergouvernementele samenwerking kunnen aangaan waarbij zij
afspraken maakt met regeringen van andere Staten zonder daarbij gebonden te zijn aan
de bevoegdheids- en procedureregels uit de Gemeenschapsverdragen. In tegenstelling
tot besluiten genomen binnen de Gemeenschappen, krijgen besluiten van
intergouvernementele organisaties echter pas rechtskracht binnen de nationale
rechtsorde wanneer zij daarin specifiek worden opgenomen. Zij verlenen doorgaans geen
rechten aan particulieren.
Het Stabilisatie- en Associatieproces (SAP)
Het beleid van de Europese Unie (EU) voor de Westelijke Balkan neemt de vorm aan van
het stabilisatie- en associatieproces (SAP) dat in 2000 van start ging. Het doel van de SAP
is de regio te stabiliseren en daarmee uitzicht te bieden op toekomstig EU-lidmaatschap
voor kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten uit de regio.
Er wordt bijzondere nadruk gelegd op de regionale samenwerking, bijv. bij de
ontwikkeling van infrastructuur en netwerken, en de totstandbrenging van een
vrijhandelszone. Hoewel in het SAP gemeenschappelijke politieke en economische doelen
uiteen worden gezet, wordt de vooruitgang van elk land gemeten aan de hand van zijn
eigen merites.
het instrument voor pretoetredingssteun III (IPA III)
Het Instrument voor Pretoetredingssteun (IPA) is het financiële instrument van de
Europese Commissie om kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten te
ondersteunen in hun toetredingsproces en de daarvoor noodzakelijke hervormingen. Zij
kunnen die steun gebruiken om politieke, institutionele, juridische, administratieve,
sociale en economische hervormingen door te voeren die nodig zijn om te voldoen aan de
EU-criteria voor toetreding.
De steun van IPA is onderverdeeld in vijf categorieën:
i. De rechtsstaat, fundamentele rechten en democratie;
ii. Goed bestuur, aanpassen aan EU-wetgeving, goede regionale relaties en
strategische communicatie;
iii. Een groene agenda en duurzame connectiviteit;
iv. Concurrentievermogen en inclusieve groei; en
v. Territioriale en grensoverschijdende samenwerking.
3
, Europees en Internationaal Recht Liam Coninx
OG’s 2025
Een Slovaaks schandaal (deel 1)
Slovakije is sinds 2004 een Lidstaat van de Europese Unie. Recent zijn zekere politieke
strekkingen in het land steeds eurosceptischer geworden. Die evolutie leidt ertoe dat de
Slovaakse regering almaar meer een eigen koers probeert te varen.
Een recent schandaal in de Slovaakse pers drijft de kwestie op de spits. Ana, een
journaliste, had een kritisch artikel geschreven over haar lokale politiedienst. De
commissaris daarvan was uit op wraak en publiceerde Ana’s thuisadres op de website
van het politiekantoor. Ana, die zich bedreigd en verontwaardigd voelde, spande daarop
een zaak aan voor de Slovaakse rechter, maar verloor die in eerste aanleg. Volgens de
Slovaakse wet is een vergeldingsactie als die van de commissaris “in ieder geval
toegestaan wanneer de openbare veiligheid in het spel is”. Haar tegenargument luidde
dat artikel 16 (1) VWEU nochtans duidelijk is: “Eenieder heeft recht op bescherming van
zijn persoonsgegevens”. De rechter in eerste aanleg aanvaardde dat die twee bepalingen
elkaar tegenspreken, maar neigt ertoe te beslissen dat Ana zich niet kan beroepen op
artikel 16(1) VWEU. Slovakije kent immers een dualistisch systeem, waarin zo’n
verdragsbepaling pas uitwerking krijgt als er een concrete wet is die haar omzet in
nationaal recht.
De kwestie kom via een prejudiciële vraag voor het Hof van Justitie. De Slovaakse
regering argumenteert dat het überhaupt niet aan het Hof is om de vraag te
beatnwoorden, aangezien die keuze voor een dualistisch systeem louter een kwestie van
Slovaaks staatsrecht is. Het resulterende arrest is echter vernietigdend. Het Hof past het
revolutionaire Van Gend & Loos-arrest toe en beslist dat Ana zich wel degelijk op artikel
16(1) VWEU kan beroepen. Haar rechten lijken dus geschonden. Een andere interpretatie,
aldus het Hof, zou tekortdoen aan het feit dat de EU een nieuwe rechtsorde vormt. Het is
aan de nationale rechter om te bepalen war de schadevergoeding daarvoor zal zijn.
Lees het Van Gend & Loos-arrest in deel III van het blokboek en gebruik het om volgende
vragen te beantwoorden.
a. Waarom argumenteert Slovakijke dat de rechtsvraag in deze casus een
kwestie is van Slovaaks staatsrecht en niet van Europees recht.
Die redenering vloeit voort uit het feit dat Slovakije een dualistisch systeem hanteert.
In een dergelijk systeem kunnen internationale of supranationale verdragsbepalingen pas
intern rechtsgevolg hebben wanneer zij expliciet zijn omgezet in nationale wetgeving.
Volgens deze visie betekent het bestaan van artikel 16(1) VWEU op zichzelf niets voor een
individuele burger als Ana, zolang de Slovaakse wetgever geen specifieke nationale
regeling heeft aangenomen die deze bepaling omzet.
4