Midterm oefenen: 35 flashcards, 25 vragen en werkcolleges
Tilburg University
1
,Flashcards
Flashcards
Flashcard 1
Twee Romeinse burgers hebben een geschil over een onrecht dat hen is aangedaan, waarbij
een van hen de goden vreest te hebben vertoornd. Welk onderscheid in het archaïsche recht
bepaalt of dit een religieuze of menselijke kwestie is, en wie was de opperrechter?
Antwoord
Dit geschil valt onder het ius (menselijk recht) dat onderlinge verhoudingen regelde, in plaats
van het fas (goddelijk recht) dat de omgang met goden betrof. In de Koningstijd fungeerde de
koning zowel als opperrechter als priester.
Uitleg:
Het fas reguleerde religieuze overtredingen die tot publieke straffen (zoals de dood) konden
leiden, terwijl ius civiele onrechten (zoals iniuria) betrof die vaak werden opgelost via
compensatie.
Flashcard 2
Welke juridische innovatie, die het ius praetorium tot stand bracht, stelde de praetor in staat
om nieuwe rechtsregels te creëren, en hoe verhield dit zich tot het oude ius civile?
Antwoord
De praetor kreeg de bevoegdheid om actio utilis (aanpassing van bestaande wetten) en actio
in factum (nieuwe acties op basis van feiten) te creëren. Het ius praetorium ontwikkelde zich
daarmee naast het oude, verouderde recht van de Wet der Twaalf Tafelen (ius civile).
Uitleg:
Dit was cruciaal omdat het archaïsche recht van de Wet der Twaalf Tafelen niet toereikend
was voor de nieuwe conflicten en relaties in het groeiende Romeinse Rijk, en het creëerde een
flexibeler rechtssysteem.
Flashcard 3
Keizer Hadrianus liet het jaarlijks aanpasbare praetorisch edict vastleggen in het edictum
perpetuum. Welke verschuiving in rechtsvorming was hiervan het directe gevolg?
Antwoord
De rechtsvorming verschoof van de praetoren naar de rechtsgeleerden (iuris consulti), die
juridische adviezen verzamelden en systematische werken schreven. De rol van de praetoren
in het creëren van nieuw recht was hiermee beëindigd.
Uitleg:
Hoewel de praetoren het recht flexibeler hadden gemaakt, markeerde het edictum perpetuum
de hoogte van de rechtswetenschap en de keizerlijke inmenging in het recht.
2
, Flashcard 4
In de Vroege Keizertijd verleende de keizer bepaalde juristen het ius respondendi. Wat was de
juridische betekenis van dit privilege voor hun adviezen in het rechtssysteem?
Antwoord
Door het ius respondendi kregen de adviezen van deze specifieke juristen de instemming van
de keizer, waardoor hun uitspraken een verhoogd gezag kregen in de rechtspraktijk.
Uitleg:
Dit privilege onderstreepte de centrale rol van de keizer in het rechtssysteem en droeg bij aan
de bloei van de hoogontwikkelde rechtswetenschap in die tijd.
Flashcard 5
Wat was het primaire doel van de Wet der Twaalf Tafelen (ca. 450 v.Chr.) en welk archaïsch
mechanisme van geschilbeslechting werd hiermee beperkt?
Antwoord
Het doel was het creëren van rechtszekerheid door het ongeschreven archaïsche recht te
codificeren en zo geschillen op te lossen op basis van vaste regels. Het beperkte de
mogelijkheid tot wraakneming (iniuria).
Uitleg:
De Wet der Twaalf Tafelen legde de basis voor het Romeinse burgerlijk recht en gaf richtlijnen
voor civiele procedures, wat de juridische orde bevorderde ten koste van private vergelding.
Flashcard 6
Keizer Diocletianus (vanaf 284 n.Chr.) veranderde de titel van ‘princeps’ naar ‘dominus’. Hoe
weerspiegelde deze verandering in titulatuur de verschuiving in politieke macht en bestuur?
Antwoord
De term princeps (eerste onder de burgers) suggereerde nog een zekere verbondenheid met
de oude republikeinse instellingen. Dominus (meester) daarentegen betekende een breuk en
impliceerde absolute heerschappij, wat leidde tot een meer keizerlijke monarchie.
Uitleg:
Deze titulatuurswijziging markeerde de overgang naar het Dominaat, waarin de keizer de
centrale figuur in het rechtssysteem werd en het onderscheid tussen private en publieke
delicten verviel.
3