• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 54 pages
Summary

Samenvatting Bedrijfsfinanciering | KU Leuven | 2024/25

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 54 pages

Deze samenvatting combineert alle leerstof uit de slides/PowerPoints met gedetailleerde lesnotities, voorbeelden en verduidelijkingen van de professor. Allesomvattend: Geen losse slides of extra boeken meer nodig; alle kernbegrippen en verbanden staan logisch uitgewerkt. Bewezen resultaat: Als student Handelsingenieur zit ik netjes op modeltraject door uitsluitend te studeren op basis van deze samenvattingen. Ideaal om efficiënt te studeren en met vertrouwen naar het examen te gaan!

Content preview

Bedrijfsfinanciering
Hoofdstuk 1: netto actuele waarde evaluatie methode
1.1. Wat is netto actuele waarde (NAW)
NAW (in het Engels: Net present value NPV) wordt algemeen aangeraden voor de
selectie van investeringsprojecten = capital budgeting
- Waarom?
o NAW methode plaatst de waardecreatie centraal in de investeringanalyse
 m.a.w. je gaat na of en hoeveel een bepaald project zal bijdragen aan
de waarde voor een onderneming
- Twee vragen aangaande het project zijn hierbij belangrijk:
o Welke input in cash nu geleverd moet worden om het project aan te
vangen = initiële investering
o Wat is de AW van de toekomstige cash opbrengsten

NAW = AW van toekomstige cashflows – investering
 Beslissingregel:
o NAW > 0 dan moet de onderneming het project uitvoeren 
waardecreatie
o NAW < 0 dan meot de onderneming het project niet uitvoeren 
waardevernietiging
 Intuïtie: input van cash wordt gedekt door de output van cash

1.2. Hoe cash informatie uit de boekhouding puren?
Om NAW te berekenen zijn cashflows nodig, maar waar kunnen deze gevonden
worden? Boekhouding?
 Probleem: primair doel van de boekhouding is opbrengsten en kosten
weergeven volgens de wettelijke regels en zo de totstandkoming van winst
aantonen
 Doel is dus niet om cash bewegingen weer te geven
 Winst uit boekhouding is geen goed criterium om investeringsprojecten te
analyseren  steunt op boekhoudkundige conventies en kan zich voordoen
zonder dat er overeenkomstige geldstromen effectief gerealiseerd zijn.

Op basis van boekhoudgegevens (resultatenrekening) kunnen we via enkele correcties
de cash bewegingen bepalen. Deze zullen vertegenwoordigt worden door de vrije
cashflow.
 De vrije cashflow (free cashflow FCF) = cash die de onderneming vrij ter
beschikking heeft wanneer alle inflows en outflows met betrekking tot het
beschouwde project gerealiseerd zijn

FCF = winst + afschrijvingen – (her)investeringen – ∆ werkkapitaal
Waarbij ∆ werkkapitaal = ∆ handelsvorderingen + ∆ voorraden - ∆ handelsschulden

In woorden: de correcties bestaan uit
1. Afschrijvingen: worden terug bij de winst opgeteld (want is in boekhouding een
kost, maar geen cashflow)
2. Deel van de cash dat gaat naar herinvesteringen
3. Deel van de cash dat gaat naar wijzigingen in werkkapitaal

1.3. Cash informatie uit boekhoudgegevens: extra oefening
1.4. Minicase
Zie slides

,Hoofdstuk 2: andere methoden van investeringsevaluatie
2.1. Gemiddelde boekhoudkundige opbrengstvoet
De gemiddelde boekhoudkundige opbrengstvoet, ARR (accounting rate of return),
berekent de verhouding tussen de gemiddelde jaarlijkse winst na belastingen en de
gemiddelde investering in het project.
gemiddelde nettowinst
 ARR =
gemiddelde investering

I0
Bij lineaire afschrijvingen wordt de gemiddelde investering als volgt bepaald: I =
2
 Redenering: het vermogen dat gedurende de levensduur in het project vastzit
daalt geleidelijk tot 0  gemiddeld is dus het halve investeringsbudget
vastgelegd

Beslissingsregel:
- Als ARR > minimum vereist rendement  project aanvaarden
- Als ARR < minimum vereist rendement  project verwerpen

Voordelen Nadelen
- Eenvoudig te berekenen - Gebruikt boekhoudkundige winst
- Interpretatie is eenvoudig en ipv cashflows
vertrouwd - Minimum vereist rendement wordt
arbitrair bepaald
- Tijdswaarde van geld wordt buiten
beschouwing gelaten (geen
actualisatie)

2.2. Terugbetalingstermijn methode (payback method)
Payback method maakt gebruik van de vrije cashflows en geeft het aantal jaren weer
dat nodig is om de initiële investeringsuitgave te recupereren
 Beslissingsregel
o Terugbetalingstermijn korter dan het aanvaardbaar max  project
aanvaarden
o Terugbetalingstermijn langer dan het aanvaardbaar max  project
verwerpen
 Deze aanvaardbare terugbetalingstermijn wordt doorgaans vastgelegd door de
bedrijfsleiding
initi ë≤investering
 Payback method =
FCF

Voordelen Nadelen
- FCF wordt gebruikt ipv - Arbitrair beslissingscriterium
boekhoudkundige winst - Tijdswaarde van geld wordt buiten
- Eenvoudig te berekenen beschouwing gelaten (geen
- Eenvoudige interpretatie actualisatie)
- Methode geen rekening met
cashflows die na
terugbetalingstermijn worden
gerealiseerd

2.3. Profitability index (PI)

,De profitability index (winstgevenheidsindex) geeft de verhouding weer van de
actuele waarde van de toekomstige vrije cashflows (FCF) met het initiële
investeringsbedrag:
n
FCFt
∑
 PI = t =0 ( 1+r )t
I0
o FCFt = vrije cashflow in jaar t
o r = kapitaalkost
o I0 is initiële investering
Intuïtie: deze methode bepaalt hoeveel maal de actuele waarde van de FCF na de
initiële investering, de initiële investering overtreft
Beslissingregel:
- Als PI > 1  aanvaard project  NAW > 0
- Als PI < 1  verwerp project  NAW < 0

Voordelen Nadelen
- FCFs worden gebruikt - Grootte van het project wordt
- Er wordt rekening gehouden met verwaarloosd  probleem bij
tijdswaarde van geld (toekomstige meerdere, elkaar uitsluitende
cashflows worden verdisconteerd projecten
in de teller)
- NAW > 0 bij aanvaarde projecten

2.4. Interne rendementsmethode (IRR)
De interne rendementsgraad (internal rate of return, IRR) voor een project is deze
actualisatievoet die de actuele waarde van de vrije cashflows gelijk stelt aan de
initiële investering:
n

∑ ( FCFt )t −I 0=0
t =0 1+ IRR
Met:
- FCFt = vrije cashflow op ogenblik t
- I0 = initiële investeringsuitgave
- IRR = interne rendementsgraad
- n = levensduur van het project
anders geformuleerd: IRR is de actualisatievoet waarbij de NAW = 0

Beslissingregel: de IRR wordt vergeleken met het minimaal geëiste rendement (r), ook
wel de cutoff-rate of hurdle-rate genoemd
- indien de IRR > r  aanvaard project
- indien de IRR < r  verwerp project
IRR wordt berekend via trial and error (functie in Excel of Python, …)

Voordelen Nadelen
- FCFS worden gebruikt - IRR negeert grootte van de
- Er wordt rekening gehouden met investering
tijdswaarde van geld en timing van - IRR is ongevoelig voor het wisselen
cashflows van de tekens van cashflows
- IRR laat toe om projecten te - De berekening van IRR geeft niet
rangschikken volgens interne altijd een unieke oplossing
rendementsgraad - IRR bevoordeelt de korte termijn
- IRR gaat ervan uit dat vrijgekomen
fondsen kunnen herbelegd worden
aan de IRR zelf

, 2.5. NAW is superieur t.o.v. IRR
Deze sectie gaat dieper in op de nadelen van de IRR
 Zie slides




Hoofdstuk 2 extra: real options
2.1. Beslissingsbomen
Beslissingsbomen (decision trees) = grafische voorstelling van elk alternatief dat
beschikbaar is in een periode en de gevolgen van een actie die gekozen wordt.
 Helpt om de beste actie te kiezen
 Voorbeeld:




2.2. Gevoeligheidsanalyse
Wat als de economische omgeving zou veranderen in de toekomst en hierdoor de
payoffs zouden veranderen? Hoe zeker kunnen we dan nog zijn van de genomen
beslissing?
 Gevoeligheidsanalyse (sensitivity analysis) – ook what-if analyse genoemd –
geeft een antwoord op deze vraag

2.3. Scenario analyse
Dit is een verfijning van gevoeligheidsanalyse. Meestal verandert een factor niet
alleen, maar samen met andere factoren. Een scenario is dan 1 mogelijke combinatie
van zulke gelijktijdige veranderingen.

2.4. Monte-Carlo simulatie
Ter info

2.5. Real options: inleiding
Eerder werd NPV aangeraden als beslissingscriterium voor investeringen. We hebben
ook gezien hoe DCF werd gebruikt om projecten te waarden, ook DCF gaat ervan uit
dat de manager na de beslissing passief het project uitvoert. MAAR: in praktijk zijn de
managers niet passief  ze volgen projecten op en doen indien nodig aanpassingen.
 Dus in tegenstelling tot NPV/DCF wordt een beslissing niet altijd voor eens en
voor altijd definitief genomen!
 Er is m.a.w. FLEXIBILITEIT
o Productie uitbreiden bij succes

Document information

Study
Uploaded on
October 6, 2026
Number of pages
54
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.81

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
36
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions