Samenvatting, stappenplannen, arresten, wetsartikelen en tentamenaanpak
Gebaseerd op de aangeleverde leidraad, hoorcolleges, slides en oefententamen.
Wijzigingen in deze versie: de arrestkaarten van Apon/Bisterbosch, Gielkens/Gielkens, Meyer
Europe/PontMeyer en Hoogeveense Flat zijn inhoudelijk aangescherpt/gecorrigeerd.
Kernregel voor het tentamen: noem altijd het artikel, werk de vereisten uit, pas de feiten toe en sluit
af met een duidelijke conclusie.
1. Doel van deze Exam Bible
Deze Exam Bible is bedoeld om tentamenvragen snel te herkennen en direct het juiste stappenplan
toe te passen. Het doel is niet om alle theorie opnieuw te lezen, maar om per leerstuk te weten:
• welk artikel je moet noemen;
• welke vereisten je moet toetsen;
• welke arresten relevant zijn;
• welke conclusie je op tentamenniveau moet trekken.
2. De 12 belangrijkste stappenplannen
1. Overeenkomst — art. 6:217 BW
1. Is er een aanbod?
2. Is het aanbod voldoende bepaald? Zie art. 6:227 BW.
3. Is er aanvaarding?
4. Heeft de aanvaarding de aanbieder bereikt? Zie art. 3:37 lid 3 BW.
5. Conclusie: is een overeenkomst tot stand gekomen?
Tentamenvalkuil: een advertentie is niet altijd een aanbod. Als prijs, zaak of voorwaarden
onvoldoende bepaald zijn, kan het slechts een uitnodiging tot onderhandelen zijn.
2. Geldige rechtshandeling — art. 3:33 BW
1. Is er een verklaring?
2. Is er een wil?
3. Zijn wil en verklaring gericht op rechtsgevolg?
4. Stemmen wil en verklaring overeen?
5. Zo niet: is de wederpartij beschermd door gerechtvaardigd vertrouwen? Zie art. 3:35 BW.
3. Vernietiging wegens wilsgebrek
Bedreiging — art. 3:44 lid 2 BW
1. Er is een rechtshandeling.
2. Er is bedreiging met enig nadeel in persoon of goed.
3. De bedreiging heeft de partij bewogen tot het verrichten van de rechtshandeling.
4. De bedreiging is onrechtmatig.
1
, 5. Een redelijk oordelend mens zou hierdoor kunnen worden beïnvloed.
6. Conclusie: vernietigbaar op grond van art. 3:44 lid 1 BW.
Bedrog — art. 3:44 lid 3 BW
1. Er is een rechtshandeling.
2. De wederpartij heeft opzettelijk een onjuiste mededeling gedaan, iets verzwegen of een
kunstgreep toegepast.
3. De wederpartij is daardoor bewogen tot de rechtshandeling.
4. Conclusie: vernietigbaarheid wegens bedrog.
Misbruik van omstandigheden — art. 3:44 lid 4 BW
1. Er is sprake van bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid,
abnormale geestestoestand of onervarenheid.
2. De wederpartij wist of moest begrijpen dat de ander daardoor werd bewogen tot de
rechtshandeling.
3. De wederpartij had het sluiten van de rechtshandeling moeten weerhouden.
4. Conclusie: vernietigbaarheid wegens misbruik van omstandigheden.
4. Dwaling — art. 6:228 BW
1. Er is een onjuiste voorstelling van zaken.
2. De overeenkomst zou zonder deze onjuiste voorstelling niet, of niet onder dezelfde voorwaarden,
zijn gesloten.
3. De dwaling is veroorzaakt door:
• een onjuiste inlichting van de wederpartij;
• een schending van de mededelingsplicht;
• wederzijdse dwaling.
4. De dwaling ziet niet uitsluitend op een toekomstige omstandigheid.
5. De dwaling behoort niet voor rekening van de dwalende te blijven.
6. Conclusie: overeenkomst is vernietigbaar.
5. Algemene voorwaarden — art. 6:231-233 BW
1. Zijn het algemene voorwaarden? Zie art. 6:231 sub a BW.
2. Zijn de algemene voorwaarden van toepassing verklaard?
3. Is de wederpartij gebonden ondanks onbekendheid met de inhoud? Zie art. 6:232 BW.
4. Kan vernietiging plaatsvinden?
• onredelijk bezwarend beding: art. 6:233 sub a BW;
• schending informatieplicht: art. 6:233 sub b BW.
6. Afgebroken onderhandelingen — Plas/Valburg en CBB/JPO
1. Waren partijen aan het onderhandelen?
2. Zijn de onderhandelingen afgebroken?
3. Had de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen?
2