INHOUD
Alles in de DSM-5 = psychiatrische stoornis (medisch erkend). Afhankelijk van ernst is psycholoog of
psychiater nodig.
1. Inleiding (DSM-5)
‣ Psychiatrische beelden worden bestudeerd via een classificatiesysteem → de DSM-5 is het
standaardleerboek.
‣ Belangrijk: onderscheid tussen probleem en stoornis. Niet elk probleem is een psychiatrische
stoornis.
‣ Psychiatrie werkt met algemene begrippen en termen die voor elke stoornis terugkeren.
2. Inleiding
3. Neurocognitieve stoornissen
‣ Ligt op de grens tussen neurologie en psychiatrie (lichamelijk vs. psychisch).
‣ Vaak een exclusiecriterium: je moet eerst uitsluiten dat er een neurocognitieve oorzaak is.
‣ Vooral relevant boven de 65 jaar (bv. dementie, Alzheimer).
Stel: iemand komt met verwardheid, geheugenproblemen of hallucinaties.
Dit kan lijken op een psychiatrische stoornis (bv. schizofrenie, depressie).
Maar… zulke klachten kunnen ook veroorzaakt worden door een neurocognitieve stoornis zoals
dementie, hersenletsel, of delirium.
Daarom moet een psychiater eerst nagaan of de klachten niet beter verklaard worden door een
neurocognitief probleem.
Als dat het geval is, dan spreken we niet van een “zuivere” psychiatrische stoornis, maar van een
neurocognitieve stoornis.
4. Middelengerelateerde stoornissen
‣ Gaat over verslaving en middelenmisbruik.
‣ Belangrijk bij diagnostiek: altijd nagaan of de patiënt psychoactieve stoffen gebruikt heeft →
kan symptomen verklaren of versterken.
5. Schizofrenie
‣ Behoort tot de schizofreniespectrumstoornissen (omvat alle verwante problematieken, niet
enkel klassieke schizofrenie).
6. Stemmingsstoornissen
‣ Zeer prevalent in de populatie. (komt vaak voor in de populatie)
‣ Belangrijke voorbeelden: depressie en bipolaire stoornis.
7. Angst- en eetstoornissen
‣ Angststoornissen zijn de meest voorkomende psychiatrische stoornissen.
Prevalentie van belang want eeft richting bij diagnostiek: veelvoorkomende stoornissen (eerst aan
denken.)
,8. Ontwikkelings- en gedragsstoornissen
‣ Vaker gezien bij kinderen en adolescenten (<18 jaar).
‣ Bevat o.a. ADHD, autismespectrumstoornissen, gedragsstoornissen.
9. Slaap- en seksuele stoornissen
‣ Worden ook als pathologie bestudeerd.
‣ Zeer prevalent, maar vaak ondergerapporteerd.
10. Persoonlijkheidsstoornissen
‣ Specifieke, vaak pervasieve en langdurige patronen van denken, voelen en handelen.
‣ Belangrijk onderscheid met stemmings- of angststoornissen (meer tijdelijk of episodisch).
,INLEIDING : GEBRUIK VAN DSM-5
Verschil psychopathologie en psychiatrische stoornis
Psychopathologie = het vak/onderzoek naar afwijkend gedrag en emoties, breder begrip.
Psychiatrische stoornis = een officiële medische diagnose met criteria, zoals in DSM-5.
Psychopathologie
1. Definitie
Wetenschap/studie van geestelijk of psychisch lijden. (moet geen officiële stoornis/diagnose
zijn)
‣ psyche = geest
‣ pathos = lijden
‣ logos = studie/leer
Conditiosynicanon
‣ Vereiste om van een psychische conditie te spreken:
Er moet lijden of functieverlies aanwezig zijn. Symptomen alleen zijn niet genoeg.
Sommige klachten zijn zeer prevalent, maar hoeven niet altijd als psychiatrisch te
worden gezien.
2. Twee benaderingen in klinische psychiatrie om psychische problemen te begrijpen
Syndroombenadering
‣ Focus: geclusterde symptomen (herkenbaar geheel)
‣ Toepassing: bestuderen van het beeld en behandeling
Symptoombenadering
‣ Focus: individuele symptomen
‣ Toepassing: kijken welke klachten leiden tot mogelijke psychiatrische conditie
(master)
3. Typen diagnoses in klinische psychiatrie
Gebaseerd op wat je hebt onderzocht via de benaderingen.
Syndroomdiagnose (descriptief)
‣ Wat is het? Beschrijft het syndroom / de symptomen, zonder uitleg van oorzaak of
ontstaan.
‣ Toepassing: vaak op populatieniveau, voor onderzoek en classificatie.
‣ Kenmerk: neutraal, alleen observatie van symptomen.
Structuurdiagnose
‣ Wat is het? Beschrijft het syndroom én de wijze waarop het is ontstaan.
‣ Inclusief factoren:
- Predisponerend (voorbeschikkend): factoren die iemand kwetsbaar maken (bv.
genetica, vroege trauma’s)
- Precipiterend (uitlokkend): factoren die de stoornis doen ontstaan of uitlokken
(bv. stress, verlies)
- Perpetuerend (onderhoudend): factoren die de stoornis in stand houden (bv.
vermijding, maladaptieve coping)
, ‘Abnormaal’ verschijnsel in de psychologie = gedrag of ervaringen die afwijken van wat in een bepaalde
samenleving of cultuur als normaal wordt beschouwd.
Wat ‘normaal’ of ‘afwijkend’ is, wordt dus in belangrijke mate bepaald door sociale normen en culturele
opvattingen.
Maar ook wanneer het ongemak, lijden of bezorgdheid veroorzaakt bij betrokkene en/of omgeving ➔ Last of
lijddruk voor zichzelf/anderen/omgeving.
Psychiatrische stoornis
1. Definitie
Is een officiële diagnose (volgens DSM-5 of ICD)
= afwijking van norm + conditiosynicanon (lijden/functieverlies)
2. Verklaringsmodellen
Manier om te begrijpen waarom iemand een stoornis heeft.
Meest gebruikte: Bio-psycho-sociaal-cultureel model
‣ Medisch model (‘disease’) - Biologisch
biologische oorzaken en het verloop van de ziekte.
- Etiologie: ontstaan van de stoornis
Predisponerende factoren: kwetsbaarheid (bv. genetica, vroeg trauma)
Precipiterende factoren: uitlokkende gebeurtenissen (bv. stress, verlies)
Perpetuerende factoren: factoren die de stoornis in stand houden (bv.
vermijding, maladaptieve coping)
- Pathogenese: hoe de stoornis zich ontwikkelt
- Prognose: natuurlijk beloop
- Behandeling: preventie en therapie
‣ Psychologisch model (‘illness’) - Psychologisch
de ziektebeleving van de patiënt
‣ Sociologisch model (‘ziekterol’) - Sociaal/cultureel
sociale invloeden en rollen
Ook gebruikt bij psychische als somatische condities.
Chronische stress
= een cruciale factor in het verklaringsmodel omdat het
bijdraagt aan het ontstaan, verergeren en in stand
houden van psychische stoornissen.
In het bio-psycho-sociaal-cultureel model helpt stress te
verklaren waarom iemand een stoornis ontwikkelt of
waarom deze blijft bestaan.
Zonder deze factor zou je een groot deel van het ontstaan en verloop van de stoornis niet begrijpen.