Stof integratietoets
HC1 – introductie
Randomized controlled trial
Vergelijken van de effectiviteit van
behandeling
Kernelementen:
- Vergelijkend
- Groepstoewijzing door randomisatie
- Blindering
HC2 - onzekerheid in patiëntgebonden onderzoek en de rol van
statistiek - Deel 1
Statistiek
Om conclusies te trekken uit onderzoek bij patiënten kun je niet
zonder statistiek
Statistiek = de wetenschap van het verzamelen, analyseren,
samenvatten en interpreteren van data
- Data = stukjes informatie
Statistiek wordt ook wel data science genoemd
Doel van statistiek
- Geneeskunde is een (bijna altijd) kwantitatieve wetenschap
- Doel van statistiek is rekening te houden met variatie en
onzekerheid en het kwantificeren ervan
- Variatie en onzekerheid:
Mensen reageren verschillend
Symptomen van ziekte verschillen tussen personen
Meetinstrumenten en diagnostische testen hebben een
meetfout
- Gevolg: als je twee keer een onderzoek doet komt er twee keer
(net) iets anders uit.
- Als dit zo is, hoe kun je dan toch algemene uitspraken doen?
- Veel in de geneeskunde bestaat uit een systematisch effect wat je
wilt weten en een toevallig effect (random fouten, verschillen
tussen proefpersonen)
The Big Picture: Populaties en steekproeven
Populatie – de groep personen waar je iets over wilt weten
(bijvoorbeeld IC patiënten of gezonde proefpersonen)
Steekproef – het deel van de populatie waar je iets van weet door
het doen van metingen (de proefpersonen)
Steekproeven worden onderzocht omdat het onderzoeken van de
hele populatie onpraktisch of onhaalbaar is
Descriptieve statistiek: beschrijf je steekproef
, - Dmv. grafieken, tabellen, gemiddelden, standaard deviaties,
modus, mediaan, frequentie tabel, etc
Toetsende statistiek: doe een uitspraak over de populatie
- Dmv. hypothese toetsen, p-waarden,
betrouwbaarheidsintervallen, etc
- Basis van toetsende statistiek is een hypothese
HC3 – introductie van effectonderzoek en de RCT
Wat is bewijs?
Klinisch / biomedisch redeneren: ik begrijp hoe de aandoening werkt
en de behandeling past daar op een logische manier bij, daarom
weet ik dat het werkt.
Evidence-based medicine: gebruikmaken van het beste beschikbare
bewijs bij het maken van een keuze voor de behandeling van een
patiënt.
- Effectonderzoek heeft hier een belangrijke plaats in
Effectonderzoek
Gaat over de vraag of een interventie een effect heeft
Interventie kan van alles zijn:
o Medicijn
o Therapie
o Chirurgie
o Gebruik technologie
o Niets doen
o Etcetera
Algemene principes van effectonderzoek zijn onafhankelijk van het
type interventie
Basis soorten effectonderzoek
Case studie of case serie
o 1 patient of 1 groep met (meestal) een voor- en nameting
o
o I = interventie
o Hierna meestal nog controle
Gecontroleerde studie
o Voor- en nameting met controlegroep
, o
o C = controle interventie
Het doel van effectonderzoek is de studie zo opzetten dat een
eventueel statistisch significant verschil op follow-up alleen kan
worden toegeschreven aan een verschil tussen I en C
- Best gegarandeerd in een RCT
Kijken naar effectiviteit van
behandeling
Kernelementen en begrippen
in een RCT
De onderzoeksgroepen
o Experimentele/interventie groep: behandeling waar je in
geïnteresseerd bent.
o Controle groep:
Niets doen/geen interventie
Placebo interventie
‘gouden standaard’ of ‘usual care’: de op dit moment
meest toegepaste of beste interventie
o Er kunnen ook meer dan 2 groepen zijn!
Randomisatie
o Indelen in groepen vindt plaats door loten
Doel: vergelijkbare groepen krijgen
Vergelijkbare groepen krijgen werkt in de praktijk het
beste door te loten
o Alle bekende en onbekende belangrijke ‘voorspellende
factoren’ zouden door loten (ongeveer) gelijk verdeeld moeten
worden over beide groepen:
, Bijvoorbeeld: leeftijd, geslacht, gewicht, ernst van de
aandoening, thuissituatie, etc
o Je kunt nog andere eenheden randomiseren dan patiënten:
Ziekenhuizen
Afdelingen
Artsen
Etc.
Stratificeren
o Eerst groepen (strata) maken op basis van belangrijke
kenmerken, daarna binnen elke groep apart randomiseren
Next level: blokrandomisatie
o
o (je weet dat als je nu mee doet dat je behandeling A krijgt,
bijv) bij zonder blok
o Met blok is beter
Blindering
o Blindering wordt toegepast om te controleren voor het
‘placebo-effect’
o Wat is een placebo?
o
o Blindering om voor placebo-effect te controleren
HC1 – introductie
Randomized controlled trial
Vergelijken van de effectiviteit van
behandeling
Kernelementen:
- Vergelijkend
- Groepstoewijzing door randomisatie
- Blindering
HC2 - onzekerheid in patiëntgebonden onderzoek en de rol van
statistiek - Deel 1
Statistiek
Om conclusies te trekken uit onderzoek bij patiënten kun je niet
zonder statistiek
Statistiek = de wetenschap van het verzamelen, analyseren,
samenvatten en interpreteren van data
- Data = stukjes informatie
Statistiek wordt ook wel data science genoemd
Doel van statistiek
- Geneeskunde is een (bijna altijd) kwantitatieve wetenschap
- Doel van statistiek is rekening te houden met variatie en
onzekerheid en het kwantificeren ervan
- Variatie en onzekerheid:
Mensen reageren verschillend
Symptomen van ziekte verschillen tussen personen
Meetinstrumenten en diagnostische testen hebben een
meetfout
- Gevolg: als je twee keer een onderzoek doet komt er twee keer
(net) iets anders uit.
- Als dit zo is, hoe kun je dan toch algemene uitspraken doen?
- Veel in de geneeskunde bestaat uit een systematisch effect wat je
wilt weten en een toevallig effect (random fouten, verschillen
tussen proefpersonen)
The Big Picture: Populaties en steekproeven
Populatie – de groep personen waar je iets over wilt weten
(bijvoorbeeld IC patiënten of gezonde proefpersonen)
Steekproef – het deel van de populatie waar je iets van weet door
het doen van metingen (de proefpersonen)
Steekproeven worden onderzocht omdat het onderzoeken van de
hele populatie onpraktisch of onhaalbaar is
Descriptieve statistiek: beschrijf je steekproef
, - Dmv. grafieken, tabellen, gemiddelden, standaard deviaties,
modus, mediaan, frequentie tabel, etc
Toetsende statistiek: doe een uitspraak over de populatie
- Dmv. hypothese toetsen, p-waarden,
betrouwbaarheidsintervallen, etc
- Basis van toetsende statistiek is een hypothese
HC3 – introductie van effectonderzoek en de RCT
Wat is bewijs?
Klinisch / biomedisch redeneren: ik begrijp hoe de aandoening werkt
en de behandeling past daar op een logische manier bij, daarom
weet ik dat het werkt.
Evidence-based medicine: gebruikmaken van het beste beschikbare
bewijs bij het maken van een keuze voor de behandeling van een
patiënt.
- Effectonderzoek heeft hier een belangrijke plaats in
Effectonderzoek
Gaat over de vraag of een interventie een effect heeft
Interventie kan van alles zijn:
o Medicijn
o Therapie
o Chirurgie
o Gebruik technologie
o Niets doen
o Etcetera
Algemene principes van effectonderzoek zijn onafhankelijk van het
type interventie
Basis soorten effectonderzoek
Case studie of case serie
o 1 patient of 1 groep met (meestal) een voor- en nameting
o
o I = interventie
o Hierna meestal nog controle
Gecontroleerde studie
o Voor- en nameting met controlegroep
, o
o C = controle interventie
Het doel van effectonderzoek is de studie zo opzetten dat een
eventueel statistisch significant verschil op follow-up alleen kan
worden toegeschreven aan een verschil tussen I en C
- Best gegarandeerd in een RCT
Kijken naar effectiviteit van
behandeling
Kernelementen en begrippen
in een RCT
De onderzoeksgroepen
o Experimentele/interventie groep: behandeling waar je in
geïnteresseerd bent.
o Controle groep:
Niets doen/geen interventie
Placebo interventie
‘gouden standaard’ of ‘usual care’: de op dit moment
meest toegepaste of beste interventie
o Er kunnen ook meer dan 2 groepen zijn!
Randomisatie
o Indelen in groepen vindt plaats door loten
Doel: vergelijkbare groepen krijgen
Vergelijkbare groepen krijgen werkt in de praktijk het
beste door te loten
o Alle bekende en onbekende belangrijke ‘voorspellende
factoren’ zouden door loten (ongeveer) gelijk verdeeld moeten
worden over beide groepen:
, Bijvoorbeeld: leeftijd, geslacht, gewicht, ernst van de
aandoening, thuissituatie, etc
o Je kunt nog andere eenheden randomiseren dan patiënten:
Ziekenhuizen
Afdelingen
Artsen
Etc.
Stratificeren
o Eerst groepen (strata) maken op basis van belangrijke
kenmerken, daarna binnen elke groep apart randomiseren
Next level: blokrandomisatie
o
o (je weet dat als je nu mee doet dat je behandeling A krijgt,
bijv) bij zonder blok
o Met blok is beter
Blindering
o Blindering wordt toegepast om te controleren voor het
‘placebo-effect’
o Wat is een placebo?
o
o Blindering om voor placebo-effect te controleren