OG3: Algemene beginselen van behoorlijk bestuur – openbaarheid van bestuur
1. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB)
1. Wat zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur? ok
De ABBB zijn voorschriften die de overheid moet naleven in haar relatie met de
rechtsonderhorige. (94)
- De ABBB zijn een bron van bestuursrecht die andere bronnen aanvullen. (95)
- De ABBB hebben betrekking op de wijze waarop administratieve
rechtshandelingen moeten worden voorbereid, genomen en ter kennis gebracht
van de burger. (95)
Waar kan je deze vinden? ok
De beginselen hebben in België voornamelijk gestalte gekregen via de rechtspraak van
de Raad van State, er bestaat namelijk geen wettelijke opsomming van de ABBB, noch
een algemene codificatie. Sommige beginselen werden echter wel tot uitdrukking
gebracht in specifieke wettelijke bepalingen. (99 + 100)
Wanneer kan je deze toepassen? ok
De ABBB kunnen maar worden toegepast in de mate dat de overheid over een zekere
beoordelingsvrijheid (discretionaire bevoegdheid) beschikt. (101)
Wanneer de overheid dus verplicht is om een bepaalde beslissing te nemen, kan
zij geen andere beslissing nemen op basis van de ABBB.
Welke soorten zijn er? ok
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen (102):
- Processuele beginselen: deze beïnvloeden niet per se het uiteindelijke
resultaat.
o Hoorplicht, zorgvuldigheidsplicht, beginsel van de fair play, beginsel van onpartijdigheid,
formele motiveringsplicht.
- Inhoudelijke beginselen deze beïnvloeden wel degelijk de genomen beslissing
van de overheid.
o Materiële motiveringsplicht, redelijkheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheids- en
vertrouwensbeginsel.
, OG 3 Bestuursrecht Liam Coninx
Hoorplicht Het recht om gehoord te worden of de standpunten uiteen te
zetten geldt van zodra het bestuur overweegt om ten aanzien
van een persoon een ernstige maatregel te nemen die is
gebaseerd op zijn persoonlijk gedrag, dat hem als een zware
tekortkoming wordt aangerekend. (104)
Zorgvuldigheidsbe Wanneer het bestuur een beslissing neemt moet hij die
ginsel beslissing… (109)
- Moet hij die beslissing op een zorgvuldige manier
voorbereiden;
- Moet hij de beslissing steunen op een correcte
feitenvinding; en
- Moet hij de feiten zorgvuldig beoordelen op hun
relevantie en gewicht vooraleer een besluit te nemen.
Beginsel van de De overheid moet correct zijn in haar relatie en betrekkingen
fair play met de rechtsonderhorigen. De overheid mag de burger niet
bemoeilijken in de verkrijging van zijn rechten door onoorbare
middelen. (112)
Rechtszekerheids- Het rechtszekerheidsbeginsel houdt in dat het recht
en voorzienbaar en toegankelijk dient te zijn, zodat
vertrouwensbegins rechtsonderhorigen in staat zijn de rechtsgevolgen van hun
el handelen op voorhand in te schatten. (115)
Het vertrouwensbeginsel betekent dat het bestuur de
rechtmatige verwachtingen die de burger uit het
bestuursoptreden put, niet maar beschamen. (117)
Redelijkheidsbegin Het beginsel is geschonden wanneer de overheid bij afweging
sel van de belangen niet in redelijkheid tot het genomen besluit
had kunnen komen. Om dit te controleren zal de rechter tot
een marginale toetsing overgaan van het bestuursoptreden.
(119)
- Het evenredigheidsbeginsel: Een beslissing moet,
naast dat ze moet berusten op feitelijk juiste en op zich
rechtens relevantie motieven, ook een redelijke
verhouding inhouden tussen de motieven en de inhoud
v/d beslissing.
- Zuiningheidsbeginsel: De overheid wordt geacht op
zuinige en efficiënte wijze met haar financiële middelen
om te gaan. Wanneer de overheid tussen verschillende
mogelijkheden kan kiezen, kiezen voor de mogelijkheid
welke haar financiën niet nodeloos verzwaart.
- Redelijke termijn: De overheid is verplicht om binnen
een redelijke termijn een beslissing te nemen.
Motiveringsbegins In de eerste plaats moet elke administratieve rechtshandeling
el steunen op motieven in feite en in rechte. In de tweede plaats
vereist een rechtsregel soms dat de motieven in het besluit of
de beslissing zelf worden opgenomen. (124)
Twee soorten motiveringen:
- Formele motivering: de overheid moet in de
beslissing zelf de feitelijke en juridische grondslag
aanduiden waarop zij steunt om en individuele
bestuurshandeling te nemen. (125)
- Materiële motivering: heeft betrekking op de inhoud
van de motivering, de overheid moet in redelijkheid tot
de genomen beslissing kunnen komen op basis van de
aangehaalde motieven. (131)
Gelijkheidsbeginsel Het bestuur moet alle burgers op voet van gelijkheid