Sanders et al.
1. Wat wil de zender bereiken? Wie is de doelgroep?
2. Wat verwachten de lezers en wat hebben zij nodig? Hoe reageren ze op
bestaande teksten? (laatste is plusminonderzoek)
3. Wat zijn de kenmerken van bestaande teksten?
4. Nieuw tekstontwerp
5. Evaluatie van nieuwe teksten (toetsend onderzoek)
Elke taaluiting verricht een taalhandeling
1. Locutie = wat de spreker zegt
2. Illocutie = wat de spreker middels de woorden doet
3. Perlocutie = wat de ontvanger middels de woorden doet
-->
1. “Pas op voor gladheid tijdens de avondspits”
2. Waarschuwen voor gladheid
3. Gealarmeerd zijn/ uitkijken voor gladheid
Directe taaluiting: ga je mee naar de film vanavond?
Indirecte taaluiting: er draait vanavond een leuke film
Taalhandeling vs teksthandeling
Basisvraag: wanneer is een tekst geslaagd?
Het ‘simpele’ antwoord: als de tekst zijn doelen bereikt.
Doelen van wie:
- De zender
- De beoogde lezer
Wat voor doelen?
In elk geval communicatieve doelen:
Er is dan iets bereikt in het hoofd van de beoogde lezer: die weet, kan, wil,
vindt…
In het ideale geval ook een consecutief doel: gedrag waarvan je hoopt dat
de lezer het gaat uitvoeren na het lezen van de tekst.
Van plan zijn = een communicatief doel
Het daadwerkelijk doen = een consecutief doel
Dit is een --> Functionele Analyse
Stap 1: analyse van de context; zender, organisatiedoel, onderwerp en
doelgroep.
, Stap 2: analyse van de beoogde doelen.
- Communicatieve doelen (wat bereik je in het hoofd van de lezer)
- Het consecutieve doel (wat is het uiteindelijk gewenste gedrag)
Stap 3: identificeren van de teksthandelingen (gebaseerd op de feitelijke
tekst).
Stap 4: dragen de teksthandelingen (en de feitelijke tekst) eraan bij dat de
communicatieve doelen bereikt worden?
Een tekst is begrijpelijk als de beoogde lezers informatie die zij nodig
hebben kunnen vinden, begrijpen, en toepassen op hun eigen situatie.
Content & communicatie in tijdperk van AI
Content strategy = het is een plan om een bepaald doel te bereiken met
content.
Wie is de doelgroep en wat zijn hun behoefte?
Intrinsieke en extrinsieke motivatie om bijvoorbeeld iets te kopen. Daarna
meer geïnteresseerd raken door bijvoorbeeld onderzoek ernaar te doen.
Maar als iemand bijvoorbeeld al een auto heeft gekocht heeft hij geen
interesse nu een nieuwe te kopen, maar als deze klant het merk zal
onthouden is dat al een pluspunt. Als laatste is het product aanraden,
aangezien dit de cirkel rond maakt.
Belangrijk:
- Tijd (het juiste moment aanwezig zijn)
- Kanaal (de juiste plaats, dus content beschikbaar voor app en
desktop)
- Relevantie (de juiste boodschap) --> relevantie wordt steeds
belangrijker, bepaalde behoeftes moeten bevredigd worden.
Hyper-personalisatie = door automatiseren content, kunnen we zorgen dat
voor ieder persoon er eigen advertentie wordt opgezet. Meer, sneller,
goedkoper.
Als de strategie iet goed gaat --> AI slop. Juist nu er zo veel content
gemaakt wordt, juist op zoek naar goed geschreven teksten.
Impact van AI op de samenleving
- Financiering (wat als de overheid hier mee ophoudt)
- Ecologische impact (water)
- Menselijke ethiek (Grok & kinderpornografie)
Maar ook positieve effecten
- Snellere diagnose van ziektes
- …
Agentic AI maakt een platform veel toegankelijker, en zorgt zo dat we ook
veel makkelijker aan behoeften van verschillende doelgroepen kunnen
voldoen. Zo is er ook meer tijd voor werk wat er iets meer toe doet,
namelijk strategisch, creatief proces vooraf.