HOOFDSTUK 1: KINESITHERAPIE BINNEN DE GEZONDHEIDSZORG
WAT BETEKENT KINESITHERAPIE?
“Kinesis” = beweging
“Therapeia” = verzorging, behandeling van het lichaam
Kinesitherapie = therapie (behandelen) door te bewegen
Kinesitherapie ≠ medisch beroep ≠ paramedisch beroep
Patiënt met probleem/klacht huisarts kinesitherapeut gezonde mens
DE GEZONDHEIDSZORG
De gezondheidszorg richt zich op het welzijn van de individuele burger
De samenleving zit sociaal en medisch in een stroomversnelling vb. vergrijzing,
technologie
Evolutie van de wereldbevolking: Historische bevolkingspiramide: brede
miljoenen jaren constant, pas laatste basis, 55% jongens, 10-15 jaar: evenveel
15000 jaar explosieve groei jongens als meisjes, nadien meer meisjes,
de helft van de bevolking is jonger dan 15
jaar (= onproductief)
Huidige bevolkingspiramide: minder kinderen worden geboren, meer kinderen
overleven, mensen worden ouder, vooral vrouwen, 15% van de bevolking jonger dan
15 jaar, de helft ouder dan 40 jaar
, Bevolkingspiramide in de toekomst: waarschijnlijk paddenstoel-effect, weinig
kindersterfte
DE TAAK VAN DE KINESITHERAPEUT BINNEN DE GEZONDHEIDSZORG
Het locomotorisch systeem (= het bewegingssysteem) van de mens behandelen
Preventief = voorkomen primaire preventie
Curatief = genezen secundaire en tertiaire preventie
Primaire preventie = ontwijken en voorkomen van letsels
- Milieuhygiëne
o Veiligheid vb. brandweer, verkeersregels
o Hygiëne vb. voedselcontrole, drinkwatercontrole
- Gezondheidsvoorlichting en opvoeding (GVO)
- Vaccinatieprogramma’s
- Genetisch onderzoek
- Kinesitherapie vb. atrofie van been voorkomen door been toch te laten werken
Secundaire preventie = ziekte/aandoening vroegtijdig opsporen en behandelen, zodat
deze niet voortschrijdt
- EHBO
- Antigifcentrum
- Kinesitherapie vb. letsels herstellen, problemen oplossen
Tertiaire preventie = het gaat niet meer weg, maar voorkomen dat het erger wordt
- Kinesitherapie vb. dwarslaesies (verlamming)
- Revalidatiegeneeskunde
Vroeger: enkel biomedische kijk ziek = niet meer uit bed
Nu: biopsychosociale kijk ziek = kijken naar wat nog wel kan
Bio-psychosociaal model!
- Biologisch: orgaanniveau
- Psychologisch: persoonsniveau
- Sociaal: mens en zijn omgeving
,HOOFDSTUK 2: ETYMOLOGIE VAN DE MEDISCHE TERMINOLOGIE
Vrijwel alle woorden zijn opgebouwd uit een stam, prefix (voorvoegsel) en/of suffix
(achtervoegsel)
STUDIE VAN DE STAM
CARDIOVASCULAIR STELSEL
hart
Card-
vb. endocard, myocard, endocarditis, myocarditis, pericarditis,
Cardi-
cardiologie, cardiopathie
vat
Vas-
vb. vasectomie, vasoconstrictie, vasodilatatie
bloedvat
Vascul-
vb. cardiovasculair stelsel
bloedvat
Angi-
vb. angiopathie, angiitis, angiografie
slagader
Arteri-
vb. arteriografie
ader
Ven-
vb. venectomie
Fleb- ader
Phleb- vb. phlebitis, flebectomie, flebogram, flebalgie
BLOED- EN LYMFESTELSEL
Hem- bloed
Hemat- vb. hematocyt, hematologie
Heam-
Heamat-
klier
Aden-
vb. adenitis, adenopathie
Lymf- lymfe
Lymph- vb. lymphadenitis, lymphangitis
milt
Splen-
vb. splenectomie, splenomegalie
RESPIRATOIR STELSEL
luchtpijp
Trache-
vb. tracheitits, tracheoscopie
luchtpijpvertakking
Bronch-
vb. bronchitis, bronchoscopie, bronchoscoop
Pneum- long
Pneumon- vb. pneumologie, pneumologen
long
Pulmon-
vb. pulmonalis, pulmonitis
longvlies
Pleur-
vb. pleuritis
ademen
-pnoe
vb. apnoe, dyspneu, polypneu, orthopneu
SPIJSVERTERINGSSTELSEL
, lip
Labi-
vb. labialis
Oesofag- slokdarm
Oesophag- vb. oesophagitis, oesofagalgie
maag
Gastr-
vb. gastrectomie, gastritis
darm
Enter-
vb. enteritis, gastro-enetritis
12-vingerige darm
Duodon-
vb. duodenitis, duodenectomie
kronkeldarm (laatste deel dunne darm)
Ile-
vb. ileitis, ileëctomie
appendix
Appendic-
vb. apendicitis, appendectomie
lever
Hepat-
vb. hepatomegalie, hepatitis, hepatalgie
UROGENITAAL STELSEL
urine
Ur-
vb. uremie, hyperuremie
schede (vagina)
Vagin-
vb. vaginitis
maand
Men- vb. menorree, amenorree, dysmenorree, menalgie, menorragie,
menopauze
Gynec- vrouw
Gynaec- vb. gynaecologie, gynaecoloog
man
Andr-
vb. andrologie, androgeen
ZENUWSTELSEL
zenuw
Neur-
vb. neurologie, neuritis, neuralgie
Encefal- hersenen
Encephal- vb. encefalogram
hersenen
Cerebr-
vb. cerebrospinaal zenuwstelsel, cerebrovasculair
ruggenmerg
Myel-
vb. poliomyelitits
membraan, omhulsel
Mening-
vb. meningitis
ziel
Psych-
vb. psychologie, psychiatrie
OSTEOMUSCOLAIR STELSEL
been
Oste-
vb. osteitis, osteogenese, osteoom
spier
Muscul-
vb. intramusculair
spier
My-
vb. myalgie, myatrofie
gewricht
Artr-
vb. art(h)ritis, artrografie, artrologie, artropathie, artralgie,
Arthr-
artrose, artroscopie
Ten- pees
Tenont- vb. tendinitis, tenoraffie