KRACHTIGE LEEROMGEVING 1B: DE LESVOORBEREIDING
I Situering in het kader van een krachtige leeromgeving
Strategisch ontwerpen: Je leert welke specifieke denkstappen nodig zijn om een
krachtige les op te bouwen.
Het startpunt: Hoe je begint, hangt af van je basis. Dit kan variëren van concrete
lesdoelen en onderwerpen tot het
werken met een bestaande
handleiding.
Didactische componenten: De
theorie uit 'Krachtige leeromgeving
1A' vormt de basis. In dit deel leer je
hoe je deze componenten (zoals
leerinhoud, werkvormen en media)
concreet invult op het formulier.
Voorkennis: Er wordt van je
verwacht dat je de didactische
basisbegrippen beheerst; zo niet,
wordt aangeraden de eerdere leerstof te herhalen.
II Een lesvoorbereiding: wat, waarom (en hoe)?
II.I Wat verstaan we (niet) onder ‘een lesvoorbereiding’
Een lesvoorbereiding is de schriftelijke neerslag van het volledige denkproces dat
voorafgaat aan een les. Het is een uitgebreid document waarin alle didactische stappen
worden uitgewerkt.
Formaat: Je bent verplicht gebruik te maken van het officiële
lesvoorbereidingssjabloon. Dit is te vinden in de cursusbijlage of op Canvas
Ondersteuning: Er is een formulier beschikbaar met hulpteksten en links naar
specifieke hulpfiches om je te begeleiden bij het invullen.
Doel: Het dwingt je om over elke stap na te denken en structuur aan te brengen
in je lesontwerp.
De lesrealisatie (Het 'spiekbriefje')
Hoewel de formele voorbereiding essentieel is voor de planning, is het document in de
praktijk te omvangrijk om tijdens het lesgeven zelf te raadplegen.
Het probleem: Door de gedetailleerdheid verlies je het overzicht als je voor de
klas staat.
De oplossing (het steekkaartje): Voor het daadwerkelijke lesgeven wordt
aangeraden een beknopt steekkaartje te maken. Dit dient als praktisch
hulpmiddel.
Persoonlijke invulling: Wat op dit kaartje staat, bepaal je zelf op basis van jouw
behoeften. Voorbeelden van inhoud zijn: de grote lijnen van het lesverloop,
cruciale vragen die je wilt stellen, een lijstje van benodigde materialen, specifieke
leerlingen om in de gaten te houden en de opbouw van het bordschema.
,Kernconclusie: De uitgebreide voorbereiding dient om je denkwerk te structureren,
terwijl het steekkaartje dient om je tijdens de uitvoering houvast te bieden.
II.II Waarom een uitgeschreven lesvoorbereiding
Hoewel het tegenstrijdig klinkt, zorgt een grondige planning er juist voor dat je beter kunt
inspelen op onverwachte situaties. Door vooraf precies te weten wat je doel is en hoe je
dit wilt bereiken, sta je met meer zelfvertrouwen voor de klas en voorkom de dat kostbare
onderwijstijd verloren gaat aan improvisatie.
De 3 functies van een uitgeschreven voorbereiding
Voor startende leerkrachten dient het uitgebreide formulier drie specifieke doelen:
1. Aanleren van het denkproces: Door alle stappen systematisch uit te schrijven,
leer je de didactische logica "in de vingers" te krijgen. Na verloop van tijd gaat dit
proces steeds vlotter.
2. Communicatie en feedback: Het document geeft mentoren en begeleiders
inzicht in jouw plannen. Hierdoor kunnen zij je gericht ondersteunen en feedback
geven vóór, tijdens en na de les.
3. Zelfvertrouwen en focus: Het dwingt je om het lesdoel en het verloop
diepgaand te verwerken, wat zorgt voor een sterker gevoel van zekerheid tijdens
de uitvoering.
II.III Hoe kom je tot een uitgeschreven lesvoorbereiding
Fase 1: De Verkenning (Hoofdstuk 1)
Voordat je begint met het officiële sjabloon, breng je de les in kaart op een leeg blad. Het
doel hiervan is om de grote lijnen uit te zetten en informatie te verzamelen zonder te
verdrinken in details. Zo behoud je het overzicht over wat er precies van je verwacht
wordt.
Fase 2: De Uitwerking (Hoofdstuk 2)
Pas als de visie op de les helder is, start de eigenlijke uitwerking. Hierbij gebruik je het
officiële lesvoorbereidingssjabloon als leidraad om alle denkstappen concreet en
gestructureerd te noteren.
Fase 3: Afwerking en Feedback (Hoofdstuk 3)
De laatste fase draait om kwaliteitscontrole en communicatie:
Controleren: De voorbereiding kritisch nalezen.
Delen: Het document tijdig en correct bezorgen aan je mentor en
leertrajectbegeleider.
Bijsturen: De voorbereiding aanpassen op basis van de ontvangen feedback.
1. Verkenningsfase
Hoewel leerlijnen en methodes van uitgeverijen vaak de basis vormen, wordt het
weekrooster ook door andere factoren ingevuld:
, Methodes: De rode draad voor de meeste vakdisciplines.
Gelegenheidsonderwijs: Lessen naar aanleiding van de actualiteit, ankerpunten
in het schooljaar (feestdagen, seizoenen) of uitstappen.
Projecten: Klasoverstijgende thema's, vaak met ruimte voor leerlingeninitiatief.
Eigen ontwerp: Lessen die volledig zelf worden opgebouwd op basis van
kerndoelen of bestaand los materiaal, zonder een vaste methode te volgen.
Als je een bestaande handleiding gebruikt, is het de kunst om niet blindelings de stapjes
te volgen, maar de les te doorgronden in twee fasen:
1. Het bredere plaatje: begrijp de algemene opbouw van de methode, plaats de
les in de juiste leerlijn (wat ging eraan vooraf, wat volgt?) en inventariseer alle
beschikbare materialen.
2. De lesverkenning: stel het kerndoel en de leerinhoud scherp, check of de
verwerkingsopdrachten effectief bijdragen aan het doel en controleer of de
opbouw overeenkomt met de geldende vakdidactiek.
Kernconclusie: Een methode is een hulpmiddel, geen keurslijf. Een goede voorbereiding
begint bij het begrijpen van de context en het doel van de les binnen het grotere geheel.
1.1 Het bredere plaatje
1.1.1 De methode leren kennen
Een methode gebruiken begint bij het begrijpen van de visie van de makers. Het is meer
dan alleen een handleiding volgen; je moet de logica erachter vatten.
Bronnen voor informatie: Raadpleeg de algemene inleiding (visie en aanpak),
bekijk het overzicht van materialen, verken het digitale platform en bevraag je
mentor over de gemaakte keuzes.
Voordelen: Een methode biedt houvast in de verticale leerlijn (door de leerjaren
heen) en bespaart tijd bij het ontwerpen van lessen en werkbladen.
Het blindelings overnemen van een methode of materiaal van internet (zoals
KlasCement) is niet voldoende voor een kwaliteitsvolle les.
Doordachte aanpak: Bekijk de voorgestelde aanpak altijd kritisch vanuit de visie
van de opleiding.
Krachtige leeromgeving: Gebruik de methode als een ondersteunend middel,
niet als een rigide dictaat. Het doel is altijd om een krachtige leeromgeving te
creëren, ongeacht de bron van het materiaal.
Kernconclusie: Een methode biedt een stevig fundament en tijdbesparing, maar jouw
kritische blik als ontwerper bepaalt of het materiaal ook echt effectief wordt ingezet voor
de leerlingen.
, 1.1.2 De les in de handleiding doorlezen
Voordat je start met het uitschrijven van je eigen fiche, moet je de brontekst volledig
beheersen. Dit vraagt om een actieve en onderzoekende houding.
Volledige doorname: Lees de handleiding van de les van begin tot eind door om
de rode draad en de opbouw te begrijpen.
Materiaalbeheer: Inventariseer tijdig welke materialen (fysiek of digitaal) nodig
zijn en verzamel deze voor de les start.
Inhoudelijk meesterschap: Zorg dat je de leerstof zelf 100% beheerst. Kom je
onduidelijkheden tegen? Neem dan het initiatief om extra bronnen te raadplegen
tot je de materie volledig doorgrondt.
1.1.3 Nagaan wat de plaats van deze les is in de leerlijn
Een les staat nooit op zichzelf. Om de rode draad te bewaken, moet je onderzoeken hoe
jouw les verbonden is met andere leeractiviteiten, zoals een themabundel, een project of
de methode-leerlijn.
Onderzoek de methode: Pluis de inhoudsopgave uit en blader voor- en
achteruit. Zoek in de handleiding naar kopjes als "wat voorafging" of
"samenhang".
Raadpleeg je mentor: Als het materiaal onvoldoende duidelijkheid biedt over de
context, is je mentor de belangrijkste informatiebron.
Om de les goed te kaderen, zoek je antwoorden op de volgende punten:
Aanleiding: Waarom staat deze les nu op het programma?
Voorkennis: Welke doelen en inhouden zijn al behandeld en hoe lang is dat
geleden?
Frequentie: Is dit een onderwerp dat regelmatig terugkeert of een eenmalig
project?
Vervolg: Wat is de volgende stap? Bouwt de volgende les direct voort op wat jij
vandaag aanbiedt?
1.1.4 Beschikbare materialen
Voordat je start, breng je in kaart welke hulpmiddelen beschikbaar zijn op je stageschool,
in de bibliotheek (Campus Zuid) of via digitale platformen (zoals Bingel, Scoodle of
Kabas).
Soorten materiaal: Denk aan werkboeken (onthoudboeken, leertakenschriften),
scheurblokken, kopieerbladen, wandplaten en manipuleerbaar materiaal.
Digitale extra's: Online platformen bieden vaak digitale versies, extra
oefeningen en koppelingen met leerplandoelen.
I Situering in het kader van een krachtige leeromgeving
Strategisch ontwerpen: Je leert welke specifieke denkstappen nodig zijn om een
krachtige les op te bouwen.
Het startpunt: Hoe je begint, hangt af van je basis. Dit kan variëren van concrete
lesdoelen en onderwerpen tot het
werken met een bestaande
handleiding.
Didactische componenten: De
theorie uit 'Krachtige leeromgeving
1A' vormt de basis. In dit deel leer je
hoe je deze componenten (zoals
leerinhoud, werkvormen en media)
concreet invult op het formulier.
Voorkennis: Er wordt van je
verwacht dat je de didactische
basisbegrippen beheerst; zo niet,
wordt aangeraden de eerdere leerstof te herhalen.
II Een lesvoorbereiding: wat, waarom (en hoe)?
II.I Wat verstaan we (niet) onder ‘een lesvoorbereiding’
Een lesvoorbereiding is de schriftelijke neerslag van het volledige denkproces dat
voorafgaat aan een les. Het is een uitgebreid document waarin alle didactische stappen
worden uitgewerkt.
Formaat: Je bent verplicht gebruik te maken van het officiële
lesvoorbereidingssjabloon. Dit is te vinden in de cursusbijlage of op Canvas
Ondersteuning: Er is een formulier beschikbaar met hulpteksten en links naar
specifieke hulpfiches om je te begeleiden bij het invullen.
Doel: Het dwingt je om over elke stap na te denken en structuur aan te brengen
in je lesontwerp.
De lesrealisatie (Het 'spiekbriefje')
Hoewel de formele voorbereiding essentieel is voor de planning, is het document in de
praktijk te omvangrijk om tijdens het lesgeven zelf te raadplegen.
Het probleem: Door de gedetailleerdheid verlies je het overzicht als je voor de
klas staat.
De oplossing (het steekkaartje): Voor het daadwerkelijke lesgeven wordt
aangeraden een beknopt steekkaartje te maken. Dit dient als praktisch
hulpmiddel.
Persoonlijke invulling: Wat op dit kaartje staat, bepaal je zelf op basis van jouw
behoeften. Voorbeelden van inhoud zijn: de grote lijnen van het lesverloop,
cruciale vragen die je wilt stellen, een lijstje van benodigde materialen, specifieke
leerlingen om in de gaten te houden en de opbouw van het bordschema.
,Kernconclusie: De uitgebreide voorbereiding dient om je denkwerk te structureren,
terwijl het steekkaartje dient om je tijdens de uitvoering houvast te bieden.
II.II Waarom een uitgeschreven lesvoorbereiding
Hoewel het tegenstrijdig klinkt, zorgt een grondige planning er juist voor dat je beter kunt
inspelen op onverwachte situaties. Door vooraf precies te weten wat je doel is en hoe je
dit wilt bereiken, sta je met meer zelfvertrouwen voor de klas en voorkom de dat kostbare
onderwijstijd verloren gaat aan improvisatie.
De 3 functies van een uitgeschreven voorbereiding
Voor startende leerkrachten dient het uitgebreide formulier drie specifieke doelen:
1. Aanleren van het denkproces: Door alle stappen systematisch uit te schrijven,
leer je de didactische logica "in de vingers" te krijgen. Na verloop van tijd gaat dit
proces steeds vlotter.
2. Communicatie en feedback: Het document geeft mentoren en begeleiders
inzicht in jouw plannen. Hierdoor kunnen zij je gericht ondersteunen en feedback
geven vóór, tijdens en na de les.
3. Zelfvertrouwen en focus: Het dwingt je om het lesdoel en het verloop
diepgaand te verwerken, wat zorgt voor een sterker gevoel van zekerheid tijdens
de uitvoering.
II.III Hoe kom je tot een uitgeschreven lesvoorbereiding
Fase 1: De Verkenning (Hoofdstuk 1)
Voordat je begint met het officiële sjabloon, breng je de les in kaart op een leeg blad. Het
doel hiervan is om de grote lijnen uit te zetten en informatie te verzamelen zonder te
verdrinken in details. Zo behoud je het overzicht over wat er precies van je verwacht
wordt.
Fase 2: De Uitwerking (Hoofdstuk 2)
Pas als de visie op de les helder is, start de eigenlijke uitwerking. Hierbij gebruik je het
officiële lesvoorbereidingssjabloon als leidraad om alle denkstappen concreet en
gestructureerd te noteren.
Fase 3: Afwerking en Feedback (Hoofdstuk 3)
De laatste fase draait om kwaliteitscontrole en communicatie:
Controleren: De voorbereiding kritisch nalezen.
Delen: Het document tijdig en correct bezorgen aan je mentor en
leertrajectbegeleider.
Bijsturen: De voorbereiding aanpassen op basis van de ontvangen feedback.
1. Verkenningsfase
Hoewel leerlijnen en methodes van uitgeverijen vaak de basis vormen, wordt het
weekrooster ook door andere factoren ingevuld:
, Methodes: De rode draad voor de meeste vakdisciplines.
Gelegenheidsonderwijs: Lessen naar aanleiding van de actualiteit, ankerpunten
in het schooljaar (feestdagen, seizoenen) of uitstappen.
Projecten: Klasoverstijgende thema's, vaak met ruimte voor leerlingeninitiatief.
Eigen ontwerp: Lessen die volledig zelf worden opgebouwd op basis van
kerndoelen of bestaand los materiaal, zonder een vaste methode te volgen.
Als je een bestaande handleiding gebruikt, is het de kunst om niet blindelings de stapjes
te volgen, maar de les te doorgronden in twee fasen:
1. Het bredere plaatje: begrijp de algemene opbouw van de methode, plaats de
les in de juiste leerlijn (wat ging eraan vooraf, wat volgt?) en inventariseer alle
beschikbare materialen.
2. De lesverkenning: stel het kerndoel en de leerinhoud scherp, check of de
verwerkingsopdrachten effectief bijdragen aan het doel en controleer of de
opbouw overeenkomt met de geldende vakdidactiek.
Kernconclusie: Een methode is een hulpmiddel, geen keurslijf. Een goede voorbereiding
begint bij het begrijpen van de context en het doel van de les binnen het grotere geheel.
1.1 Het bredere plaatje
1.1.1 De methode leren kennen
Een methode gebruiken begint bij het begrijpen van de visie van de makers. Het is meer
dan alleen een handleiding volgen; je moet de logica erachter vatten.
Bronnen voor informatie: Raadpleeg de algemene inleiding (visie en aanpak),
bekijk het overzicht van materialen, verken het digitale platform en bevraag je
mentor over de gemaakte keuzes.
Voordelen: Een methode biedt houvast in de verticale leerlijn (door de leerjaren
heen) en bespaart tijd bij het ontwerpen van lessen en werkbladen.
Het blindelings overnemen van een methode of materiaal van internet (zoals
KlasCement) is niet voldoende voor een kwaliteitsvolle les.
Doordachte aanpak: Bekijk de voorgestelde aanpak altijd kritisch vanuit de visie
van de opleiding.
Krachtige leeromgeving: Gebruik de methode als een ondersteunend middel,
niet als een rigide dictaat. Het doel is altijd om een krachtige leeromgeving te
creëren, ongeacht de bron van het materiaal.
Kernconclusie: Een methode biedt een stevig fundament en tijdbesparing, maar jouw
kritische blik als ontwerper bepaalt of het materiaal ook echt effectief wordt ingezet voor
de leerlingen.
, 1.1.2 De les in de handleiding doorlezen
Voordat je start met het uitschrijven van je eigen fiche, moet je de brontekst volledig
beheersen. Dit vraagt om een actieve en onderzoekende houding.
Volledige doorname: Lees de handleiding van de les van begin tot eind door om
de rode draad en de opbouw te begrijpen.
Materiaalbeheer: Inventariseer tijdig welke materialen (fysiek of digitaal) nodig
zijn en verzamel deze voor de les start.
Inhoudelijk meesterschap: Zorg dat je de leerstof zelf 100% beheerst. Kom je
onduidelijkheden tegen? Neem dan het initiatief om extra bronnen te raadplegen
tot je de materie volledig doorgrondt.
1.1.3 Nagaan wat de plaats van deze les is in de leerlijn
Een les staat nooit op zichzelf. Om de rode draad te bewaken, moet je onderzoeken hoe
jouw les verbonden is met andere leeractiviteiten, zoals een themabundel, een project of
de methode-leerlijn.
Onderzoek de methode: Pluis de inhoudsopgave uit en blader voor- en
achteruit. Zoek in de handleiding naar kopjes als "wat voorafging" of
"samenhang".
Raadpleeg je mentor: Als het materiaal onvoldoende duidelijkheid biedt over de
context, is je mentor de belangrijkste informatiebron.
Om de les goed te kaderen, zoek je antwoorden op de volgende punten:
Aanleiding: Waarom staat deze les nu op het programma?
Voorkennis: Welke doelen en inhouden zijn al behandeld en hoe lang is dat
geleden?
Frequentie: Is dit een onderwerp dat regelmatig terugkeert of een eenmalig
project?
Vervolg: Wat is de volgende stap? Bouwt de volgende les direct voort op wat jij
vandaag aanbiedt?
1.1.4 Beschikbare materialen
Voordat je start, breng je in kaart welke hulpmiddelen beschikbaar zijn op je stageschool,
in de bibliotheek (Campus Zuid) of via digitale platformen (zoals Bingel, Scoodle of
Kabas).
Soorten materiaal: Denk aan werkboeken (onthoudboeken, leertakenschriften),
scheurblokken, kopieerbladen, wandplaten en manipuleerbaar materiaal.
Digitale extra's: Online platformen bieden vaak digitale versies, extra
oefeningen en koppelingen met leerplandoelen.