• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 20 pages
Summary

Samenvatting Biopsychosociaal gedrag | Biologische basis | HoWest | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 20 pages

Studienotities voor het vak Biopsychosociaal gedrag van de mens (deel 1) aan Hogeschool West-Vlaanderen, gericht op orthopedagogische begeleiding. De notities behandelen hoofdstuk 1 over de biologische basis van gedrag, inclusief evolutieleer, DNA, chromosomen, genen, erfelijkheidsleer en erfelijke aandoeningen. Dit document is ideaal voor examenvoorbereiding en helpt je de complexe biologische concepten te begrijpen die gedrag beïnvloeden.

Content preview

Biopsychosociale basis van het gedrag Semester 1
Gedrag = een complex samenspel van verschillende factoren:

- Biologische factoren: biologie van het lichaam (hersenen, hormonen,…)
- Psychologische factoren: psychologische processen (motivatie, leren, stress, geheugen,…)
- Sociale factoren: (invloed van ons gezin, netwerk, sociale rol, maatschappelijke
kwetsbaarheid,…)



Waarom is gedragsverandering moeilijk?

- Biologisch: receptoren zenden signalen naar cerebrale cortex (voorste deel vd hersenen) ->
het beloningssysteem wordt getriggerd en er komt dopamine vrij dit geeft een prettig gevoel.
- Psychologisch: innerlijke strijd tussen ons bewustzijn en onze emoties/motivatie, maar ook
ons geheugen die dingen herinnert
- Sociaal: hadden we sommige dingen ook gedaan als we niet allen waren?

Hoofdstuk 1: Biologische basis van het gedrag

1.1. Evolutieleer

Evolutieleer = een natuurwetenschappelijke verklaring van de evolutie van het leven op aarde

Darwin gezien als grondlegger, diverse personen hebben bijdrage geleverd

- Theorie legt uit hoe planten, dieren en mensen zijn ontstaan uit een voorouder en dankzij
natuurlijke selectie zich aanpassen aan de omgeving
- On the origin of spices by means of natural selection → werk van hem, ideeën over evolutie
weergeeft
- Evolutietheorie was revolutionair; beweert dat iedere soort uit voorouder ontstaan
- 3 basisprincipes:
o Variatie = nakomelingen zijn nooit een exacte kopie van de ouders
▪ Ontstaat door omgeving als door toeval
o Natuurlijke selectie = sommige eigenschappen zijn aangepast aan de omgeving en
anderen niet ‘Survival of the fittest’
▪ Iemand met voordelige eigenschappen, heeft een grote overlevingskans en veel
nakomelingen dan iemand met nadelige eigenschappen
▪ Naast natuurlijke selectie is er ook seksuele selectie om zo de vrouwtjes te
trekken
o Erfelijkheid = eigenschappen worden doorgegeven aan nakomelingen
➔ Wordt vaak bekritiseerd, moeilijk te bewijzen via experimenten

Evolutionaire psychologie = bestudeert hoe onze evolutie plaatsvond om zo het gedrag van mensen
beter te begrijpen

- Evolutie stopt nooit!




1

,1.2. Erfelijkheidsleer
1.2.1. Het erfelijk materiaal van de mens: DNA, chromosomen en genen

Celkern = een soort van balletje in het midden van een lichaamscel, te zien onder een microscoop

Chromosomen - 46 chromosomen in totaal per celkern
- 2 die heel erg op elkaar lijken, paren
- 23 chromosomenparen
- Lichaamsbepalende chromosomen: nummer 1 tot 22
- Geslachtschromosomen: paar 23
o XX → vrouw
o XY → man

DNA = de stof die in de celkern zit en informatie bevat voor erfelijke
eigenschappen
- Grote geheugen/genetische code
- Erfelijk materiaal zit in de genen
- Eiwit doet het zware werk, gen beschrijft hoe een eiwit eruit
moet zien
- Gen = soort code en in die code kunnen foutjes voorkomen
die tot ziekten leiden
Genoom - Volledige set van erfelijk materiaal
- Bevat alle informatie die nodig is voor de opbouw
- Verzameling van alle genen
Geslachtschromosomen - 2 geslachtschromosomen
- Bepalen welk geslacht je hebt
o XX → vrouw
o XY → man
- 22 chromosomen + 1 geslachtschromosoom per ouder

Fouten:
- Defecten aan structuur of aantal van chromosomen
- Genetische ‘schrijffout’ of mutatie (= plotse wijziging in de
samenstellen van het DNA)

Eigenschappen doorgeven:
- Erfelijkheidsleer of genetica = studie van de overdracht van
erfelijke eigenschappen van ouders op nageslacht
Nature en nurture
- Nature: biologische factoren
- Nurture: omgevingsfactoren
Overervingspatronen:
- 22 chromosomen + 1 geslachtschromosoom per ouder
- 46 chromosomen in totaal
- 23 paren per ouder
- Man bepaald geslacht
Dominante en recessieve genen:
- Dominant: overheersend
- Recessief: onderdanig
- Doorslaggevend bij het tot uiting komen van een eigenschap
- Recessief gen komt enkel tot uiting wanneer er geen
dominant gen aanwezig is


2

, Waar komt mijn DNA vandaan?

- DNA wordt doorgegeven van ouder op kind
- Foutjes in het ‘kopiëren’ gebeuren regelmatig → nieuwe varianten ontstaan
- Mutatie in DNA kan voor een soort leiden tot positieve evolutie (betere aanpassing aan
omgeving)
- Mutatie in DNA kan voor een individu nefast zijn: denk maar aan bepaalde ziektes zoals ALS,
spierziekte van Duchenne,…
- Mutatie kunnen overgeërfd worden of spontaan ontstaan door:
o Een fout tijdens de normale celdeling
o Invloeden van buitenaf
1.2.2. Erfelijke aandoeningen

Autosomaal dominante overerving - Het gen met de ‘fout’ is het sterkst
- 1 van de ouders die dit gen doorgeven is voldoende om
het te laten overheersen en de aandoening tot uiting te
laten komen
- De kans is 1 op 2 om de aandoening te hebben

Voorbeeld:
- 1 op 2: kind is gezond en geen drager
- 1 op 2: kind heeft de erfelijke ziekte
Autosomaal recessieve overerving We hebben allemaal ‘fouten’ in onze genen. Meestal geen
probleem, omdat het slecht 1 van de 2 genen betreft
➔ Bij recessieve ziektes: gezonde gen ‘rules’

Wanneer wordt het wel een probleem?
➔ Als beide ouders drager zijn van dezelfde fout
➔ Geven ze allebei dat ‘foutje’ door
➔ Kind wordt geboren met erfelijke ziekte
= recessieve overerving

Voorbeeld:
- 1 op 4: kind is gezond en geen drager
- 2 op 4: kind is gezond maar wel drager
- 1 op 4: kind heeft de erfelijke ziekte
Geslachtsgebonden aandoeningen - Mutatie zit op X- of Y- chromosoom
- Meestal op X- chromosoom
- Kan dominant of recessief zijn (afhankelijk of vader of
moeder de drager is)
Recessief:
- Moeder met mutatie kan gezonde chromosomen
geven of ongezonde chromosomen geven aan
dochters
- 50% kans dat dochters gezond zijn
- Vader met mutatie kan allen maar ongezonde
chromosomen geven aan dochters
- Zonen kunnen de aandoening niet van hun vader erven




3

Document information

Study
Uploaded on
October 1, 2026
Number of pages
20
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
5
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions