De samenhang tussen autonome motivatie, autonomie-ondersteunend docentgedrag en
vroegtijdige studie-uitval in het hoger onderwijs
Naam:
Studentnummer:
Emailadres:
Cursus: PB0712 Literatuurstudie
Examinator:
Inleverdatum: 24-07-2026
AI-statement: Niet van toepassing
, De samenhang tussen autonome motivatie, autonomie-ondersteunend docentgedrag en
vroegtijdige studie-uitval in het hoger onderwijs
De start van een studie in het hoger onderwijs is een cruciale fase waarin studenten te maken
krijgen met verhoogde academische verwachtingen en een grotere eigen verantwoordelijkheid voor
hun leerproces. In deze overgangsperiode besluiten sommige studenten hun studie voortijdig te
beëindigen door het hoger onderwijs volledig te verlaten. Uit cijfers van de OECD (2022) blijkt dat
gemiddeld 12% van de voltijdstudenten die aan een bacheloropleiding beginnen, het hoger onderwijs
heeft verlaten voor de start van het tweede studiejaar. Dit verlies van onderwijskansen kan negatieve
gevolgen voor zowel de student zelf als voor de maatschappij (Heublein, 2014).
Voor studenten kan het niet afronden van een opleiding betekenen dat zij extra tijd nodig
hebben om een diploma te behalen, dat hun positie op de arbeidsmarkt minder sterk kan zijn op de
lange termijn en financiële lasten (Philip Oreopoulos, 2007; Card, 1999). Wanneer studenten hun
opleiding niet afronden, kan dit ertoe leiden dat onderwijsinstellingen minder bekostiging ontvangen
voor deze studenten, terwijl er wel onderwijs is verzorgd. Op maatschappelijk niveau betekent een
lager aantal afgestudeerden dat er minder mensen met een afgeronde opleiding beschikbaar zijn, wat
invloed kan hebben op de arbeidsmarkt en de economie (OECD, 2022). Onderzoek laat daarnaast zien
dat het afronden van een opleiding samenhangt met economische groei en de beschikbaarheid van
goed opgeleide werknemers in een land (Hanushek & Woessmann, 2015). Om die reden is het
belangrijk om te begrijpen welke factoren invloed hebben op het wel of niet afmaken van een
opleiding.
2