Sensorische transductie - les 11, 12 en 13
Inhoudsopgave
REUKZIN ...................................................................................................................................... 1
SMAAKZIN .................................................................................................................................... 4
ZIEN ............................................................................................................................................. 6
GEHOOR .....................................................................................................................................10
EVENWICHT ................................................................................................................................13
PROPRIOCEPTIE ..........................................................................................................................15
TASTZIN.......................................................................................................................................17
PIJN ............................................................................................................................................20
Reukzin
= chemosensatie
Anatomie
1
, - Het olfactorisch epitheel is de plaats waar geurstoffen worden
gedetecteerd.
- In de olfactory bulb (reukkolf in de hersenen) bevinden zich mijtercellen
(mitrale cellen), die een belangrijke rol spelen in de verwerking van geur.
- Aan de andere kant van het zeefbeen (in de richting van de neusholte)
bevinden zich reukreceptorcellen. Deze brengen elk een bepaalde soort
GPCR’s tot expressie.
- Deze reukreceptorcellen hebben aan hun uiteinden cilia (trilharen), die
fungeren als “antennes” voor het detecteren van geurstoffen.
- Geurstoffen moeten vluchtig zijn, zodat ze de receptorcellen kunnen
bereiken.
Signaaltransductie
- In cilia van de reukreceptor cellen
o In celmembraan van deze cellen zitten odorant receptoren (GPCR)
o Ga = Golf → bindt aan AC → aanmaak cAMP → ligand voor cyclic
nucleotide gated ion channels (CNG kanalen) → Na en Ca in cel
→ depolarisatie + Ca gaat ook Ca geactiveerde Cl kanalen (CAC)
activeren → Cl- naar buiten → nog sterkere depolarisatie
o Als deze depolarisatie groot genoeg is → aanleiding tot AP in
cellichaam
- Verschillende OR’s hebben verschillende liganden
2
, o 339 OR’s in de mens
o Combinatie van OR’s bepalen de geur die je ruikt
o Er is nog geen eenduid over hoeveel geuren wij kunnen
onderscheiden (wel sowieso meer dan 339 geuren)
- Signaal ontstaat dus door eerst activatie van CNG kanaal en daarna CAC
kanaal
- Aan cilia heb je enkel receptor potentiaal (depolarisatie) → gaat naar
cellichaam en kan daar AP worden → die wordt voortgeleid via de olfactory
zenuwen naar de olfactory bulb → synapsvorming met de mijtercellen
Adaptatie
- Is het na een tijdje een geur niet meer ruiken
- Gevoeligheid van de reukreceptorcel gaat verminderen na verloop van tijd
o Normaal: OR →Ga → AC → cAMP → CNG kanaal open: Na en Ca
naar binnen → Ca activeert CAC kanaal
o Adaptatie: Ca dat in cel stroomt gaat binden aan calmoduline →
Ca2+/Calmoduline → 2 doelwitten
▪ Gaat CNG kanalen inhiberen
• Door aan CNG kanalen te binden waardoor cAMP niet
meer kan binden: minder Na en Ca → depolarisatie
neemt af
▪ Gaat PDE (fosfodiësterase) activeren
• Breekt cAMP af tot AMP → kan niet aan CNG binden
→ CNG blijft gesloten →
▪ Zo is er ook minder activatie van CAC → wegnemen
depolarisatie
3
Inhoudsopgave
REUKZIN ...................................................................................................................................... 1
SMAAKZIN .................................................................................................................................... 4
ZIEN ............................................................................................................................................. 6
GEHOOR .....................................................................................................................................10
EVENWICHT ................................................................................................................................13
PROPRIOCEPTIE ..........................................................................................................................15
TASTZIN.......................................................................................................................................17
PIJN ............................................................................................................................................20
Reukzin
= chemosensatie
Anatomie
1
, - Het olfactorisch epitheel is de plaats waar geurstoffen worden
gedetecteerd.
- In de olfactory bulb (reukkolf in de hersenen) bevinden zich mijtercellen
(mitrale cellen), die een belangrijke rol spelen in de verwerking van geur.
- Aan de andere kant van het zeefbeen (in de richting van de neusholte)
bevinden zich reukreceptorcellen. Deze brengen elk een bepaalde soort
GPCR’s tot expressie.
- Deze reukreceptorcellen hebben aan hun uiteinden cilia (trilharen), die
fungeren als “antennes” voor het detecteren van geurstoffen.
- Geurstoffen moeten vluchtig zijn, zodat ze de receptorcellen kunnen
bereiken.
Signaaltransductie
- In cilia van de reukreceptor cellen
o In celmembraan van deze cellen zitten odorant receptoren (GPCR)
o Ga = Golf → bindt aan AC → aanmaak cAMP → ligand voor cyclic
nucleotide gated ion channels (CNG kanalen) → Na en Ca in cel
→ depolarisatie + Ca gaat ook Ca geactiveerde Cl kanalen (CAC)
activeren → Cl- naar buiten → nog sterkere depolarisatie
o Als deze depolarisatie groot genoeg is → aanleiding tot AP in
cellichaam
- Verschillende OR’s hebben verschillende liganden
2
, o 339 OR’s in de mens
o Combinatie van OR’s bepalen de geur die je ruikt
o Er is nog geen eenduid over hoeveel geuren wij kunnen
onderscheiden (wel sowieso meer dan 339 geuren)
- Signaal ontstaat dus door eerst activatie van CNG kanaal en daarna CAC
kanaal
- Aan cilia heb je enkel receptor potentiaal (depolarisatie) → gaat naar
cellichaam en kan daar AP worden → die wordt voortgeleid via de olfactory
zenuwen naar de olfactory bulb → synapsvorming met de mijtercellen
Adaptatie
- Is het na een tijdje een geur niet meer ruiken
- Gevoeligheid van de reukreceptorcel gaat verminderen na verloop van tijd
o Normaal: OR →Ga → AC → cAMP → CNG kanaal open: Na en Ca
naar binnen → Ca activeert CAC kanaal
o Adaptatie: Ca dat in cel stroomt gaat binden aan calmoduline →
Ca2+/Calmoduline → 2 doelwitten
▪ Gaat CNG kanalen inhiberen
• Door aan CNG kanalen te binden waardoor cAMP niet
meer kan binden: minder Na en Ca → depolarisatie
neemt af
▪ Gaat PDE (fosfodiësterase) activeren
• Breekt cAMP af tot AMP → kan niet aan CNG binden
→ CNG blijft gesloten →
▪ Zo is er ook minder activatie van CAC → wegnemen
depolarisatie
3