1
Biostatistiek
Inhoudsopgave
Chapter 1....................................................................................................................................................... 2
Chapter 2: beschrijvende statistiek................................................................................................................. 3
Chapter 3: kansberekening............................................................................................................................. 7
Chapter 4: discrete kansverdeling................................................................................................................... 9
Chapter 5: continue kansverdeling............................................................................................................... 12
Chapter 6: estimation................................................................................................................................... 17
Chapter 7: hypothese test: obv 1 steekproef................................................................................................. 25
Chapter 8 hypothese test: two-sample......................................................................................................... 29
Chapter 9: nonparametric methods.............................................................................................................. 35
Chapter 10: Hypothesis testing: categorical data...........................................................................................43
Chapter 12: Multisample inference of ANOVA.............................................................................................. 51
,2
Chapter 1
3 soorten statistiek
o Mathematische statistiek
o Toegepaste statistiek
o Biostatistiek: tak van de toegepaste statistiek
Populatie: is de gehele groep waarover je een uitspraak wilt
doen
Steekproef: is een specifieke subgroep van de populatie die
daadwerkelijk wordt onderzocht. Deze groep moet
representatief zijn voor de populatie
Kwalitatieve variabelen: eigenschap wordt omschreven in een
woord
o vb. kleur
Kwantitatieve variabelen: eigenschap wordt aangegeven met
een getal
o Continu: tussen elk tweetal meetpunten bestaan oneindig
veel waarden
vb. Massa van een persoon
o Discreet: Om van de een naar de ander variabele te gaan
moet er een sprong gemaakt worden
vb. aantal kinderen dat een persoon heeft
Onafhankelijke variabelen: wordt gebruikt om voorspellingen
op te baseren
o Kan gemanipuleerd worden door de onderzoeker
Afhankelijke variabelen: die wordt beïnvloedt door de
onafhankelijke variabele
Continue data:
,3
o Oneindig veel nummers
o Vb. bloeddruk
o Gemiddelde en standaard deviatie kan gebruikt worden
Discrete data:
o Beperkt aantal waardes
o Vb. geslacht
Probability = kansberekening
o Een kleine probability duidt erop dat een uitkomst meer
naar “echt” leunt ipv van naar “toevallig”.
o P < 1 “echt”
Chapter 2: beschrijvende statistiek
, 4
Beschrijvende statistiek: beschrijven van je data
o Nummers
o Grafieken
Staafjes diagram
Scatter plot
MAAT VOOR LOCATIE
Het gemiddelde:
o Alles optellen en delen door het aantal
De mediaan:
o Oneven aantal getallen: van klein naar groot rangschikken
en het middelste getal nemen
o Even aantal getallen: van klein naar groot rangschikken en
2 middelste getallen nemen 2 getallen optellen en
delen door 2
De modus
o De meest voorkomende waarde
o
Biostatistiek
Inhoudsopgave
Chapter 1....................................................................................................................................................... 2
Chapter 2: beschrijvende statistiek................................................................................................................. 3
Chapter 3: kansberekening............................................................................................................................. 7
Chapter 4: discrete kansverdeling................................................................................................................... 9
Chapter 5: continue kansverdeling............................................................................................................... 12
Chapter 6: estimation................................................................................................................................... 17
Chapter 7: hypothese test: obv 1 steekproef................................................................................................. 25
Chapter 8 hypothese test: two-sample......................................................................................................... 29
Chapter 9: nonparametric methods.............................................................................................................. 35
Chapter 10: Hypothesis testing: categorical data...........................................................................................43
Chapter 12: Multisample inference of ANOVA.............................................................................................. 51
,2
Chapter 1
3 soorten statistiek
o Mathematische statistiek
o Toegepaste statistiek
o Biostatistiek: tak van de toegepaste statistiek
Populatie: is de gehele groep waarover je een uitspraak wilt
doen
Steekproef: is een specifieke subgroep van de populatie die
daadwerkelijk wordt onderzocht. Deze groep moet
representatief zijn voor de populatie
Kwalitatieve variabelen: eigenschap wordt omschreven in een
woord
o vb. kleur
Kwantitatieve variabelen: eigenschap wordt aangegeven met
een getal
o Continu: tussen elk tweetal meetpunten bestaan oneindig
veel waarden
vb. Massa van een persoon
o Discreet: Om van de een naar de ander variabele te gaan
moet er een sprong gemaakt worden
vb. aantal kinderen dat een persoon heeft
Onafhankelijke variabelen: wordt gebruikt om voorspellingen
op te baseren
o Kan gemanipuleerd worden door de onderzoeker
Afhankelijke variabelen: die wordt beïnvloedt door de
onafhankelijke variabele
Continue data:
,3
o Oneindig veel nummers
o Vb. bloeddruk
o Gemiddelde en standaard deviatie kan gebruikt worden
Discrete data:
o Beperkt aantal waardes
o Vb. geslacht
Probability = kansberekening
o Een kleine probability duidt erop dat een uitkomst meer
naar “echt” leunt ipv van naar “toevallig”.
o P < 1 “echt”
Chapter 2: beschrijvende statistiek
, 4
Beschrijvende statistiek: beschrijven van je data
o Nummers
o Grafieken
Staafjes diagram
Scatter plot
MAAT VOOR LOCATIE
Het gemiddelde:
o Alles optellen en delen door het aantal
De mediaan:
o Oneven aantal getallen: van klein naar groot rangschikken
en het middelste getal nemen
o Even aantal getallen: van klein naar groot rangschikken en
2 middelste getallen nemen 2 getallen optellen en
delen door 2
De modus
o De meest voorkomende waarde
o