MOETEN ISOLEERCELLEN IN
GESLOTEN JEUGDINSTELLINGEN
WORDEN AFGESCHAFT?
Sjaan Delovan
648047
, In dit essay ga ik het hebben over de isoleercellen in gesloten jeugdinstellingen. Bij dit
onderwerp wordt er gesproken over de macht en onmacht tussen jongeren en
hulpverleners. Ik zal de recente protocollen toelichten en door middel van literatuur de
verschillende niveaus van macht mechanismen terug laten komen. Ik zal de begrippen die ik
heb gebruikt om mijn vraagstuk uit te leggen, toelichten. Tenslotte zal ik mijn eigen kijk
hierop toelichten.
Gesloten jeugdzorg is een vorm van zorg waarin jongeren bijna geen vrijheid meer hebben
en hulpverleners streng mogen ingrijpen. In de gesloten jeugdzorg mogen begeleiders
bijvoorbeeld een kind vasthouden en fixeren (op de grond drukken), opsluiten in een
isoleercel of op hun kamer en voorkomen dat deze kinderen contact kunnen hebben met de
buitenwereld (familie en vrienden). Begeleiders mogen ook hun kamer doorzoeken,
kinderen fouilleren, hun urine controleren en verplichte medicatie geven (Wat is gesloten
jeugdzorg? | Het Vergeten Kind, z.d.). Er zijn in Nederland zo’n 16 locaties waar kinderen in
gesloten jeugdzorg zitten. Die instellingen heten ook wel ‘JeugdzorgPlus’. De Jeugdwet
schrijft voor dat separatie alleen mag als het noodzakelijk is om de doelen te bereiken én
wanneer het noodzakelijk is voor de veiligheid van de jeugdige of anderen. Duidelijk is dus
dat separatie niet als bestraffing mag worden gebruikt. De wet schrijft ook niet voor dat er
van elke separatie melding wordt gemaakt aan de inspectie, dus de inspectie is ook helemaal
niet in staat om separaties te controleren.
Wat Hannah Arendt met haar begrip ‘banaliteit van het kwaad’ wil duidelijk maken is dat we
anderen kwaad doen zonder het te herkennen als kwaad (De Brabander, 2019).
Hulpverleners zijn zich niet bewust van het kwaad wat ze doen door jongeren in isoleercellen
te stoppen. Hulpverleners grijpen in om ervoor te zorgen dat de kinderen veilig zijn, maar
vaak is het juist traumatisch voor jongeren om zo behandeld te worden.
Sowieso zijn veel jongeren in de gesloten jeugdhulp, door welke oorzaak dan ook,
beschadigd. Het is bekend dat de eenzaamheid van separatie een kind heel angstig kan
maken. Het risico is dus groot dat beschadigde kinderen door separatie nog meer
beschadigd worden. Voor de psychiatrische patiënt is opsluiting in de isoleercel veelal een
negatieve tot traumatische gebeurtenis, waar hij naderhand liever niet aan herinnerd wil
worden. 50% van de gesepareerde rapporteert lang na de separatie over angst, boosheid,
nachtmerries, negatieve gedachten over de verpleegkundigen die de separatie uitvoerden,
herinneringen aan eenzaamheid en verlies van vertrouwen in het psychiatrisch ziekenhuis.
27% geeft bovendien aan voorzichtiger te zijn geworden in zijn gedrag ook nog lang na de
opsluiting. Als korte termijneffect geeft men aan zieker te zijn geworden (50%), in de war te
zijn geraakt (50%) en zich machteloos (90%) en eenzaam (76%) te hebben gevoeld. De
psychische klachten na het separeren van de patiënt kunnen overeenkomen met
symptomen van een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS). Veel patiënten die ooit
gesepareerd waren vertelden jaren later over hun ervaringen alsof ze een gijzeling hadden
moeten ondergaan. Niet zo vreemd, want in beide gevallen spelen mechanismen van
repressie, macht en onmacht een belangrijke rol (Wikipedia-bijdragers, 2018).
In de jeugdinstellingen neigen de hulpverleners snel naar de isoleercel. Met het handelen
betreden we volgens Arendt het rijk van de vrijheid en wel de vrije discussie die nodig is om
over sociale zaken overeenstemming te bereiken. Bij werken is minder sprake van respect en