Xavier Bossuyt - Algemene immunologie (18u)
Les 1 11/02
Chapter 1. introduction to the Immune System
Wat doet immuunsysteem?
- Auto-immuniteit
- Bescherming tegen infectie
- Bescherming tegen maligniteit/ tumors
- Beschadigingen herstellen
- Transplantatie → immuunsysteem onderdrukken!
Vaccineren= afgezwakt virus/ bacterie toedienen zodanig dat we bescherming opbouwen tegen
de kwade bacterie
Belangrijke rol vaccinatie bij bv. diphterie, BOF, rubella, infulenzae, covid
Immuunsysteem
1. Aangeboren/ initieel immuunsysteem
• Barrieres (huid, mucosa/ slijmvlies)
• Fagocyterende cellen
• Mastcellen
• Dendritische cellen
• NK cellen
= eerste systeem dat in werking treedt (in de eerste uren van de infectie)
2. Verworven/ adaptief immuunsysteem
= adapteert zich, komt later tot werking, na een halve- hele dag
• Lymfocyten
a. B-lymfocyten → actief: plasma cellen= cellen die antistoffen aanmaken en
secreteren
Antistof kan zich vastzetten op bacterie
Worden geactiveerd door bacterie
Immuniteit waar B-lymfocyten zijn = HUMORALE IMMUNITEIT
b. T-lymfocyten → actief: effector T cellen
CELLULAIRE IMMUNITEIT = celgemedieerde immuniteit
Subgroepen
i. Cytotoxische T-lymfocyten
= toxisch voor andere cellen (doden)
1
Student: Janne Weyers
Prof: Bossuyt Xavier
Boek: Basic Immunology (Abul K. Abbas, Andrew H. Lich... (Z-Library)
, Cel geïnfecteerd met virus → immuunsysteem verdedigd door
hele cel en virus af te doden (niet enkel virus ook hele cel!)
ii. Helper T-lymfocyten
= niet instaat cellen te doden, zullen andere cellen helpen → door
stoffen aan te maken en vrij te zetten = cytokines!
Cytokines kunnen inwerken op andere cellen en die beïnvloeden/
behelpen
Bv. macrofaag helpen om dingen die macrofaag heeft
opgenomen af te doden
Oppervlak B-cel Oppervlak T-helpercel Oppervlak cytotoxische T-
cellen
B-cel-receptor → bacterie/ Herkent niet hele bacterie/
virus herkennen (= antistof virus, maar stukjes
dat de B-cel later kan
aanmaken) Herkennen stukjes:
- Peptiden
Herkent cel in zijn geheel
Herkent:
- Eiwitten
- Polysachariden
- Nucleïnezuren
- Actieve immuniteit: immuunsysteem moet reageren, maakt antistoffen aan
- Passieve immuniteit: je krijgt antistoffen
→ bv. behandeling hondsdolheid (beet door hond) behandeling door antistoffen te geven
gericht tegen dat virus (je moet antistoffen zelf niet meer maken))
→ bv. antistoffen van een pasgeboren kind zijn de antistoffen die hij krijgt van de moeder
(= moederlijke antistoffen)
Kenmerken adaptief immuunsysteem:
1. Specificiteit: zeer specifiek voor bepaalde bacterie/ virus
2. Grote diversiteit
Bacterie x, y, z,…
3. Immunologisch geheugen → gebruik bij bv vaccinatie → immuunsysteem onthoudt,
contact met echte bacterie → immuunsysteem zal snel reageren
4. Niet reageren tegen lichaamseigen cellen
Clonale selectie in adaptief immuunsysteem (niet in aangeboren):
2
Student: Janne Weyers
Prof: Bossuyt Xavier
Boek: Basic Immunology (Abul K. Abbas, Andrew H. Lich... (Z-Library)
, - Lymfocyten voorlopers ontwikkelen zich tot echte lymfocyten
- Antigen= het gen waar het immuunsysteem tegen reageert (bv. bacterie)
- Geactiveerde lymfocyt door antigen x → resulteert dat lymfocyt zich zal prolifereren
= clonering!
→ vorming allemaal dezelfde antistoffen
Cloon x vormt andere antistoffen dan cloon y
Immunologisch geheugen:
- B-cel nog nooit in contact met antigen= naïeve B-cel
- Contact met antigen x= actieve B-cel → zal zichzelf vermenigvuldigen
- Vorming van antistoffen → nemen toe in functie van de tijd (piek na 2-3 weken)
- Antistoffen laten bacterie verwijderen & gaan terug verdwijnen (dalen in concentratie)
- Antistoffen hebben infectie overwonnen
- Na aantal weken opnieuw in contact met antigen x en ook antigen y → tegen antigen x
een snelle toename van de antistoffen door HET GEBEUGEN dat gegenereerd is
(geheugencellen)
MAAR tegen antigen y nog geen geheugencellen → opnieuw naïeve cellen → opnieuw
eerste contact
Immunologisch geheugen:
Snellere en sterkere immuunrespons
Primaire respons: 1ste keer contact met antigen
➔ Plasmacellen
➔ Geheugencellen genereren
Secundaire respons: 2de contact
➔ Geheugencellen herkennen en zorgen voor een snellere en sterkere immuunrespons
3
Student: Janne Weyers
Prof: Bossuyt Xavier
Boek: Basic Immunology (Abul K. Abbas, Andrew H. Lich... (Z-Library)
, Soorten cellen herkennen:
- Myeloide cellen - Lymfocyten
- Monocyten - Neutrofielen
B-lymfocyt herkent met receptoren de bacteriën → als receptor antigen herkent → wordt B-
lymfocyt geactiveerd → wordt B-plasmacel → maakt veel antistoffen
Antistof bindt bacterie → bacterie geneutraliseerd & complex kan makkelijk opgenomen worden
door fagocyterende cel!
Hebben eiwitten die ENKEL bij B-lymfocyten te vinden zijn = cd-nummers (= cluster of
differentiation)
➔ Typische merker B-lymfocyt: CD-19
➔ B-lymfocyt tellen = CD-19 tellen!
T-lymfocyt:
➔ Algemeen kenmerkend eiwit: CD-3
➔ CD-4 en CD-8 zijn afzonderlijke subsets van T-lymfocyten
Helper T-lymfocyt (complexer) heeft ook receptor MAAR!! De T-cel herkent NIET de volledige
bacterie, maar een stukje vd bacterie, een stukje (peptidestukje) dat gepresenteerd wordt door
andere cel
= antigen-presenterende cel
➔ Helpercel zal stoffen aanmaken & vrijzetten (= cytokines) → kunnen bv. B-cellen
activeren → kunnen macrofagen activeren om bacterie af te doden OF kunnen
ontstekingsreacties in gang zetten
➔ Kenmerkende eiwiten: CD-3 & CD-4
Cytotoxische T-lymfocyt gaan ook met receptor stukje peptide herkennen, gepresenteerd door
geïnfecteerde cel
➔ Cel wilt zeggen tegen immuunsysteem dat ze geïnfecteerd is, en laat dit zien door een
stukje te presenteren aan de cytotoxische T-cel
➔ T-cel zal de cel afdoden
➔ Kenmerkende eiwitten: CD-3 & CD-8
Regulatoire T-lymfocyt= vervullen een regulerende rol → gaan andere lymfocyten een beetje
onderdrukken/ inhiberen
4
Student: Janne Weyers
Prof: Bossuyt Xavier
Boek: Basic Immunology (Abul K. Abbas, Andrew H. Lich... (Z-Library)