Deel 1: Algemene inleiding tot het recht
1 Recht: begripsomschrijving
Recht = een geheel van gedragsregels die afdwingbaar gesteld (= gesanctioneerd) zijn door de overheid ( niet altijd
door de overheid opgesteld)
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen
1 Objectief recht
2 Subjectief recht
1.1 Objectief recht / Gedragsregels
Gedragsregels: Voorschriften die worden opgelegd om ons gedrag in een bepaalde richting te sturen.
→ ‘ Wat allemaal anders kan, maar niet anders mag’
! Is pas recht als de overheid het kan afdwingen!
1.2 Afdwingbaarheid gesteld door de overheid
‘ Alle rechtsregels zijn gedragsregels, maar niet alle gedragsregels zijn daarom rechtsregels !
→ Vele gedragsregels missen juridische afdwingbaarheid om als rechtsregels bestempelt te worden
Afdwingbaarheid verwijst naar de aanwezigheid van sancties…
• spelregels van het voetbal is afdwingbaar bij overtreding uitgesloten of geschorst worden = maar toch geen
recht.
• beleefdheidsregels zijn voorzien van een sanctie (de afkeuring) = maar toch geen recht.
• morele regels (het geweten) = maar toch geen recht.
= De waarden en normen die bepalen hoe mensen zouden moeten handelen
Opgelet ! Dat rechtsregels afgedwongen worden door de overheid wil niet zeggen dat rechtsregels per se uitgevaardigd
(= tot stand gebracht) moeten worden door die overheid! Rechtsregels kunnen van andere instanties of van burgers
uitgaan, maar de afdwinging ervan gebeurt via het ( staatsapparaat = organisaties / instellingen )
Sanctie en straf zijn niet gelijk
Straf Sanctie
= Bij het overtreden van het strafwetboek = Bij het overtreden van andere regels
→ Misdrijven → Bv. Schadevergoeding
→ Bv. Moord, verkrachting
→ Gevangenisstraf of boete
1.1.3 Het doel van het (objectief ) recht
Rechtsregels = Hebben als doel orde en rechtzekerheid te brengen in de maatschappij
• Orde: Geen chaos meer, zonder rechtsregels = Chaos
• Rechtszekerheid: Mensen weten beter wat hen te wachten kan staan
→ Orde en rechtszekerheid betekenen niet altijd rechtvaardigheid !
1.2 Subjectief recht
Subjectief recht = Een – door het obejectief recht erkende aanspraak, bevoegdheid of macht die een persoon heeft
om iets te doen, te laten, te krijgen of te eisen
1
,2 Bronnen van het ( objectief) recht
De verschillende vormen waarin rechtsregels kunnen worden uitgedrukt. In het Belgisch recht onderscheidt men
gewoonlijk de volgende rechtsbronnen:
• de wetgeving (in ruime zin)
• de gewoonte
• de algemene rechtsbeginselen
• de rechtspraak
• de rechtsleer
• sommige private regelgeving
2..1.1 De wetgeving in ruime zin ( omschrijving )
In ons land is de belangrijkste rechtsbron de wetgeving. In de meest ruime zin gaat het om:
• Federale wetten: Wetgeving gestemd door het federale parlement. = wetten in enge zin, je herkent ze
doordat in hun titel “wet” staat.
• Decreten en ordonnanties: Wetgeving gestemd door de deelstaatparlementen in ons land.
• Beslissingen van de uitvoerende macht: Koninklijke Besluiten, Ministeriële Besluiten, gemeentelijke en
provinciale besluiten,…
= Wet in ruime zin
Tussen al deze verschillende normen bestaat een hiërarchische verhouding ( rangorde tussen verschillende
rechtsregels) . Lagere normen niet in strijd zijn met de hogere. Als dat toch het geval is, moet de hoogste norm
toegepast worden en de lagere normen buiten beschouwing gelaten worden.
Van hoog naar laag is de hiërarchie :
1. De grondwet en de internationale normen ( bv. Het europees verdrag inzake de rechtten van de mens)
2. Federale wetten, decreten en ordonnanties
3. Koninklijke besluiten, Ministeriele besluiten en besluiten van Gemeenschap- en gewestregeringen
4. Provinciale verordeningen
5. Gemeentelijke verordeningen
2.1.2 Waar vind je de wetgeving?
De wetgeving vind je in:
• Het staatsblad
• Andere databank: Bv. belgielex ( Staatsblad soms geconsolideerde wetgeving = de basistekst met de daarin
de latere verwerkte wijzigingen)
Gemeentelijke en provinciale wetgeving wordt niet in het staatsblad gepubliceerd!
• Provincies publiceren hun wetgeving in het bestuursmemoriaal
• Gemeenten maken hun wetgeving nog steeds bekend via en via neerlegging op de griffie van de rechtbank
van eerste aanleg en van de politierechtbank. Ook online.
2
,2.2 De gewoonte / rechtsgewoonte
Rechtsgewoonten= Zijn de gevestigde, ongeschreven gebruiken die door de gemeenschap als bindende rechtregels
worden beschouwd.
→ Vb. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet overlijden vaststellen. De gewoonte is dat de arts het attest
opmaakt en dat wordt binnengebracht.
2.3 De algemene rechtsbeginselen
Algemene rechtsbeginselen = ongeschreven gedragsregels die essentieel worden geacht voor de samenleving.
! = ≠rechtsgewoonten
Vb.: Verbod van eigenrichting = verbod op het recht in eigen handen nemen.
2.4 De rechtspraak
Rechtspraak = geheel van rechterlijke uitspraken namelijk:
• Vonnissen van de rechtbanken
• Arresten van de hoven
• Uitspraken van andere rechtscolleges
Rechtspraak is geen algemeen bindende bron MAAR een gezaghebbende bron.
→ De uitspraak van de rechter is alleen bindend voor de partijen die bij de rechtszaak betrokken zijn.
→ Rechtelijke uitspraken zijn een belangrijke aanvulling op de wet = Het vertoont leemtes, gaten.
2.5 De rechtsleer
Rechtsleer = geheel van de publicaties waarin rechtsgeleerden hun opvattingen over het recht meedelen
(geschriften, handboeken, wetenschappelijke artikels) van juristen.
→ Ook gezaghebbende rechtsbron (kan een grote invloed uitoefenen op rechters en de wetgeving maar is niet
algemeen bindend)
2.6 Private regelgeving
Private personen (jij en ik) kunnen ook rechtsregels tot stand brengen.
Enkel bindend voor contractspartijen
→ vb.: Huurovereenkomst, deze is niet gemaakt door de overheid maar door de burger. Tussen 2 partijen.
3
, 3 De indeling van het ( objectief ) recht
Men kan het recht op verschillende wijzen indelen:
→ Publiekrecht
→ Privaatrecht
→ Gemengd rechtstakken
3.1 De klassieke indeling in publiekrecht en privaatrecht
Publiekrecht Privaatrecht Gemengde
rechtstakken
= het geheel van regels die bepalen die = het geheel van regels die Soms heb je een
bepalen hoe verhoudingen tussen mengeling van privaat
de overheid functioneert & die de particulieren en groepen onderling en publiek recht
verhoudingen bepaald.
tussen de burgers en de overheid bepaalt. → Regelt de verhouding tussen burgers
onderling.
Regelt dus de: (particulieren (=mensen) en groepen.)
• Organisatie & werking van de OH
• De relatie van de OH met de burgers
Voorbeeld: Voorbeeld: Voorbeeld:
• Grondwettelijk recht →Handelsrecht → Arbeidsrecht
(=/Staatsrecht) →Burgerlijk recht: → Sociale
• Administratief recht • Personenrecht zekerheidsrecht
• Strafrecht • Familierecht/ gezinsrecht
• Fiscaal recht (belastingen) • Huwelijksvermogensrecht
• Gerechtelijk recht/ procesrecht: • Overeenkomstenrecht
o Gerechtelijk privaatrecht • Onrechtmatige daad
o Strafprocesrecht/ • Zakenrecht
o Strafvorderingsrecht • Erfrecht
3.2.1 Aanvullend recht
Aanvullend recht = Recht waarvan je mag afwijken, op voorwaarde dat de partijen op voorhand een andere regeling
hebben aangetroffen.
→ Als er geen afwijkend regeling opgesteld is: moet je deze wel naleven
Voorbeeld = In het burgerlijk wetboek wordt wettelijk huwelijksvermogensstelsel behandeld.
→ Volgens het wettelijk huwelijksvermogensstelsel worden de goederen van gehuwden verdeeld in:
• Eigen vermogen van de man
( bevat onder meer de goederen van voor het huwelijk vb. Erfenissen, goederen voor het huwelijk,
schenkingen )
• Eigen vermogen van de vrouw
( bevat onder meer de goederen van voor het huwelijk vb. Erfenissen, goederen voor het huwelijk,
schenkingen )
• Gemeenschappelijk vermogen
( bevat onder meer alle inkomsten uit beroepsactiviteiten en de goederen gekocht tijdens het huwelijk )
→ Gehuwden zijn niet verplicht dit stelsel te volgen maar dan moeten zij uitdrukkelijk een ander stelsel overkomen via
de notaris !
→ Het recht met betrekking tot het wettelijk huwelijksvermogensstelsel is dus aanvullend recht.
4