3B BMW
2025 – 2026
Algemene en experimentele oncologie
Hoofstuk 1: Wat is kanker
1. Celdeling als motor van ontwikkeling, groei en weefsel-
homeostase
• Multicellulaire organismen → groei strikt gereguleerd → mechanismen
o Complexe signalisatie
o Opdat groei en ontwikkeling van organen binnen normale afmetingen plaats vindt
o Opdat celaanmaak en celafbraak in balans zijn
▪ RBC leeft 120 dagen → constante aanmaak nodig
• Turnover van cellen
o Snel (zoals epitheel v dunne darm → binnen een maand nieuwe darmen; RBC)
o Traag (zoals nieren, endocriene, endotheel)
o GEEN (sterk gedifferentieerde weefsels, zoals spier, neuronen)
▪ Zenuwschade kan niet meer hersteld worden
• Steady state verhoogde belasting
o Tijdelijk uit balans brengen voor compensatie aan wisselende
situatie (wondgenezing)
o Dit kan leiden tot hypertrofie
▪ Toename van volume v individuele cellen (compensatie
belasting)
▪ Vb. spierhypertrofie
o Kan ook leiden tot hyperplasie
▪ Toename van aantal cellen in bep orgaan MAAR celvolume blijft cst
▪ Vb. neutrofiele leukocytose (bij infecties) = blijven zelfde van vorm
o ADAPTIEF EN REVERSIBEL
• strikte groeiregulatie
o door stimulerende en inhiberende signalen
2. Neoplastische groei
• Bij tumorcellen → ongereguleerde, autonome groei “Anchorage-
independent”
• Neoplasie = toenemen van aantal cellen zonder fysiologische
stimulus
o irreversibel, berustend op verwerven van verstoringen in
groeistimulerende en -inhiberende processen
• Fouten in regulatie van celdeling leidt tot tumorgroei
o Mogelijk in ELK STADIUM → zolang cel nog kan delen
kunnen er fouten insluipen
o Vb. stamcel opstapeling, tussenstadia ontspoort, …
o Vb. epitheel thv huid (afbeelding)
Pagina 1 van 54
,Samenvatting Algemene en experimentele oncologie PH
3B BMW
2025 – 2026
3. Invasie en metastatisch gedrag
• Neoplasma/tumor/gezwel = ophoping van cellen dor ongecontroleerde proliferatie
• Goedaardige/benigne tumor
o GEEN invasief gedrag
▪ Lokale proliferatie → goede aflijning/begrenzing van tumor
o Chirurgische ingreep kan tumor voledig verwijderen
• Kwaadaardige of maligne tumor Kenmerk Benigne tumor Maligne tumor
o Cellen invaderen in omliggende Begrenzing Scherp Onregelmatig
weefsels Kapsel Frequent Zelfden
▪ Splitsen af van tumor Groeiwijze Niet invasief Invasief
→ in Bloedbaan Necrose Zelden Frequent
→ metastasering Differentiatie Goed Slecht
o Moeilijk chirurgisch te verwijderen Mitotische activiteit Laag Hoog
• Invasie en metastasering Metastasering Niet Wel
o Meerstappenproces:
o Cellen komen los → doorbreken de basale membraan = invasie
→ lymfogene en hematogene transport (circulatie)
→ invaderen in verderliggende structuren = metastasering
Invasie
• Directe migratie en penetratie van kankercellen in naburige weefsels
• Cel-celinteracties tussen kankercellen daalt < door verlies van E-Cadherines
• Celmotiliteit gaat stijgen → chemoattractanten trekken kankercellen dan aan
• Aanmaak matrix-metaloproteïnasen (ECM afbreken) → kankercellen door basale
lamina
Metastasering
• De mogelijkheid van kankercellen om:
o In bloedbaan te geraken → naar ver gelegen weefsels migreren (vast in capillair)
o Metastasen vormen die fysiek niet verbonden zijn met primaire tumor
• Seed and soil hypothese
o Niet random metastase maar naar specifieke sites
o Frequent in longen, lever, botten (minder spier of milt)
4. Selectie van tumorcellen
• Tumor begint met 1 cel
o Ondergaat ronden van mutaties en natuurlijke
selecties → verwerft zo bep kenmerken
→ andere fysiologische behoeften
o Er ontstaat een dominante kloon (meest aangepaste met meeste voordelen)
• Mutatiesnelheid v evolutie is afh v:
o Mutatiesnelheid (snelheid waarmee genetische varianties opstapelen)
o Aantal cellen in populatie
o Snelheid van reproductie (#generaties nakomelingen/tijdseenheid)
o Selectief voordeel v mutanten
Pagina 2 van 54
,Samenvatting Algemene en experimentele oncologie PH
3B BMW
2025 – 2026
• Verhoogde mutatiesnelheid
o Kan soms ook te hoog zijn (zie C) → te snelle opstapeling van DNA fouten
• Genetische (in)stabiliteit
o Geen herstel van DNA-schade en
replicatiefouten
o Karyotypische abnormaliteiten
o Hierdoor kunnen bijkomende mutaties
voor agressieve varianten zorgen
5. Hallmarks of cancer
• Verworven eigenschappen die gewone cel
transformeren tot kankercel
• Verworven tijdens meerstappenproces
• History van hallmarks: Hanahan & weinberg
o 2000: Hallmarks of cancer
▪ 6 kenmerken die tumorontwikkeling en metastasering situeren
o 2011: Hallmarks of cancer, the next generation
▪ 4 extra kenmerken
o 2022: Hallmarks of cancer, new dimensions
▪ Nog 4 extra kenmerken
1) Zelfvoorzienend in groeifactoren
• Meest fundamentele kenmerk van kankercellen → vermogen om continu te blijven
proliferen
o Normale cellen: prolifereren onder groeifactoren
▪ Groeifactor bind aan receptor → dimerisatie v receptor → activatie
intracellulaire component → activatie onderliggende signaalweg
o Kankercellen: prolifereren onafh. van groeifactoren door defecten in
signaaltransductie
▪ Zelf meer produceren (autocriene stimulatie van proliferatie
▪ Omringende (normale) cellen zoals in stroma stimuleren om extra
groeifactoren uit te scheiden
▪ Extra expressie van receptorproteïnen → lagere concentratie geeft
signaal ➔ hyperresponsief
▪ Constitutieve activatie van componenten in de onderliggende
signaalpathway → nt afhv ligand-gemedieerde activatie vd receptor
2) Ongevoelig voor groeiremmende signalen
• Omzeilen van de geprogrammeerde beperkingen van proliferatie
o Meestal afh van TSG (zoals p53 en Rb)
o Deze regulatoire circuits beslissen of cel mag/kan prolifereren
▪ Afhankelijk van DNA schade etc
▪ Indien niet dan in apoptose jagen of senescentie
o Bij ontregeling van TSG gaan tumorcellen ongevoelig worden voor stopsignalen
3) Vermijden van celdood
• Geprogrammeerde celdood (~ apoptose)
Pagina 3 van 54
, Samenvatting Algemene en experimentele oncologie PH
3B BMW
2025 – 2026
o Intrinsieke/mitochondriale pathway of extrinsieke/”death receptor” pathway
o Komen samen in pathway van caspasen
• Inductie gebeurt normaal door:
o P53 (sensor voor DNA schade)
▪ Apoptose induceren door opregulatie van pro-apoptotische eiwitten
(Noxa en Puma)
▪ Kan DNA schade ook herstellen (indien teveel → apoptose)
o Onvoldoende signaling door overlevingsfactoren (groeifactoren)
▪ Lymfocyten hebben IL nodig → tekort geeft apoptose
o Hyperactieve signaling van bepaalde oncoproteïnen
▪ Voorbeeld Myc
• Tumorcellen
o Verlies van p53
o Expressie van anti-apoptotische regulatoren toenemen
o Expressie van survival/groei factoren toenemen
o Expressie van pro-apoptotische regulatoren doen dalen
4) Onbeperkte celdeling
• Normale cellen → beperkt aantal celdelingen door 2 barrières
o Crisis → leidt in meeste gevallen tot celdood
o Senescentie → irreversibele overgang naar viabele MAAR niet-prolifererende
staat (zombie)
• Bij kankercellen → immortalisatie
• Telomeren
o Bescherming op einde vd chromosomen = groot # tandem hexanucleotide
repeats
o Niet-geïmmortaliseerde cellen → progressieve verkorting bij elke celdeling
▪ Geen bescherming op uiteinde tegen end-to-end fusion
▪ Fusion leid tot instabiliteit = trigger voor crisis → celdood
• Telomerase
o Gespecialiseerde DNA-polymerase → telomeer-repeats toevoegen
o Niet tot expressie in niet-geïmmortaliseerde cellen
o Geïmmortaliseerde cellen → 90% heeft telomerase → verkorting voorkomen
▪ Cellen resistent tegen senecentie en in crisis gaan
5) Inductie van angiogenese
• Neovascularisatie
• Nodig om O2 en voedingsstof toevoer te behouden + afvoer van afvalproducten
• Angiogenese = vorming van nieuwe bloedvaten uit bestaande bloedvaten
o Komt voor bij wondgenezing, vrouwelijke menstruatiecyclus
o In tumoren = Angiogene switch
▪ Constante stimulatie v angiogenese (oiv VEGF = vascular endothelial
growth factor)
▪ Zorgt voor abnormale tumorgroei (slechte endotheel afleiding,
doorbroken basale lamina)
• GEVOLG: metastaseren bevorderen
Pagina 4 van 54